Turkije.

Nederland was voorzitter van de EU toen beslist moest worden of we met Turkije gingen onderhandelen over toetreding tot de Unie. De WRR heeft toen op verzoek van de regering een rapport gepubliceerd over de islam in Turkije en over de mogelijke belemmering die de godsdienst zou kunnen vormen voor de kandidatuur. Het is een intelligent geschreven rapport geworden, maar er zijn behoorlijke bezwaren tegen de inhoud. Het is tijd om eens terug te kijken en te zien of wat er toen gezegd werd nog actueel is en hoe we nu staan tegenover de bezwaren van toen.

De vraag die de rapporteurs[1] zich hadden gesteld is of de omstandigheid, dat de islam in Turkije de dominante godsdienst is, naar de maatstaven van de EU gemeten een belemmering zou moeten zijn. Die vraag werd in het rapport ontkennend beantwoord. De EU eist van haar lidstaten het onderschrijven van de beginselen van de rechtsstaat, van de democratische waarden en van respect voor de rechten van de mens, zoals die onder meer zijn neergelegd in het Charter van de Verenigde Naties. De EU acht het bestaan van partijen op religieuze grondslag als bijvoorbeeld het CDA in Nederland en de CDU in Duitsland daar niet mee in strijd.
Dat was de vraag natuurlijk niet. Het CDA en het CDU vinden nadrukkelijk niet dat uit het geloof van haar leden dwingende voorschriften voortvloeien voor de door de partij te voeren politiek en de islam doet dat wel. Een rechtgelovige moslim is niet verdraagzaam en een moderne christen is dat wel. De vergelijking tussen islam en christendom gaat niet op en tussen partijen met die twee godsdiensten als basis al helemaal niet. Islam en de godsdienst van de mormonen was een betere vergelijking geweest maar er is tegenwoordig geen land waar de godsdienst van de heiligen der laatste dagen dominant is, zelfs de Amerikaanse staat Utah niet.

De partij van premier Erdogan wordt in het rapport beschouwd als een met het CDA vergelijkbare politieke organisatie. Hoe ten onrechte dat is blijkt uit het sinds het verschijnen van het rapport toenemend islamistischer worden van de Turkse buitenlandse politiek. Meer in het bijzonder uit het horkerige optreden dat men zich in Turkije meende te kunnen veroorloven tegenover de paus van Rome en tegen Israël, toch een oude vriend van Turkije in het Midden Oosten en het enige andere land ut de regio dat voor toetreding in aanmerking zou kunnen komen.

Turkije is naar het oordeel van de rapporteurs een seculiere staat en het seculiere karakter is grondwettelijk verankerd. Formeel is dat juist maar de positie van het leger, dat sinds de tijd van Kemal Ataturk die grondwet heeft behoed tegen aanvallen van antidemocraten is sinds 2004 steeds verder uitgehold. De rapporteurs meenden in 2004 dat Turkije nog niet helemaal democratisch, juist omdat de vrijheid van de islam er minder gewaarborgd leek dan dat in de andere Europese landen: de overheid, toen nog seculier in de West Europese betekenis van dat woord, behield zich het recht voor in te grijpen in godsdienstige zaken en een regering die openlijk steunde op de religieuze krachten in de samenleving werd toen in Turkije door het leger niet geduld.
Het rapport vermeldde dat niet maar het was om die reden dat de islamitische partij zich vóór 2004 het sterkst beijverde van alle politieke krachten in Turkije voor aansluiting bij de Unie. Zij verwachtte toen van de EU bescherming tegen het Turkse leger. Dat leger heeft sinds de stichting van de republiek in 1923 een aantal malen ingegrepen als dat het seculiere karakter van de staat bedreigd zag. [2]
Sinds de Turkse regering zich in dit opzicht gesteund voelt door Europa treedt het steeds krachtdadiger op tegen het leger en heeft het de afgelopen jaren een groot aantal hoge officieren gearresteerd, verdacht van het voorbereiden van een coup of opstand.

Het rapport was vanuit een Europees standpunt geschreven en weerspiegelde de normen en waarden van een volwassen democratische samenleving. Die samenleving bestaat in Turkije niet en het land is er nu een eind verder vandaan dan in 2004. Turkije worstelt meer dan enig ander land met de paradox dat daar de invoering en acceptatie van humanistische en democratische waarden in de samenleving alleen mogelijk lijkt te zijn door niet-democratische middelen toe te passen.
Uit de eerste paradox volgt een tweede: de vrees dat de aansluiting bij een democratisch Europa de ontwikkeling naar een democratische toekomst kan hinderen in plaats van deze te bevorderen.

Binnen Turkije waren het in 2004 de laïcistische krachten die twijfelden aan de wijsheid van de stap en waren het de conservatieve partijen, die steunden op de meest achterlijke delen van de bevolking die uit tactische overwegingen voorstanders waren van een aansluiting op korte termijn. De laïcistische krachten zijn sindsdien steeds verder teruggedrongen en de islamistische krijgen meer en meer de overhand.
De tekst van het rapport doet denken dat er in hoofdzaak met vertegenwoordigers van de huidige en toenmalige regering en van de islamitische partijen gesproken is. Misschien ook met Nederlandse Turken, die nauw contact houden met de regering in Ankara. Het lijkt dat Zürcher minder gesproken heeft met leden van de Nationale Veiligheidsraad of met de vertegenwoordigers van degenen die zich als de hoeders van de grondwet beschouwen, de kringen rond het leger. Dat is iets wat hij later ook wel toegegeven heeft, toen zijn enthousiasme voor het Turkije van Erdogan wat geluwd was.

Men heeft in West Europa de nijging om invloed van het leger op de politiek in Turkije als “Zuid Amerikaans” en achterlijk te zien, maar de rol die het leger historisch heeft gespeeld is een andere dan in Zuid Amerikaanse en Afrikaanse landen. Daar treedt het op in dienst van dictatoren of van generaals die zich zelf als nationale machthebbers opwerpen. Het is er een bron van corruptie en machtsmisbruik. In Turkije is het leger competent en gedisciplineerd. Daar steunt het de grondwet en garandeert het moderne niet religieuze karakter van de natie tegen bederf door politieke partijen of etnische krachten in de samenleving. Het keert weer terug naar de kazernes zodra het zich gerust gesteld ziet dat het gevaar voor de grondwet geweken is. Men kan daarbij niet negeren dat de bedreigingen van de grondwet sinds het verdwijnen van het communisme als macht in de wereld hoofdzakelijk uit de islamitische hoek zijn gekomen. Ook Erdogan was in zijn jonge jaren een openlijke voorstander van herinvoering van de Sharia in Turkije en of de afstand die hij er later van genomen heeft gespeeld is of werkelijk, moest in 2004 nog blijken. Nu is het antwoord duidelijk: het was gespeeld. Het is begonnen met islamitische kledingvoorschriften, het vervolg was arrestaties op grote schaal van politieke tegenstanders en het valt te vrezen dat het eindigen zal met de onthoofding van tegenstanders zonder vorm van proces. Met de toename van de welvaart in het land steekt daar het islamisme de kop weer op.
Het is de historische ervaring geweest dat in Turkije de islam en haar leefgewoonten, haar “normen en waarden” de belangrijkste belemmering zijn geweest voor een verdere modernisering van het land. Modernisering is niet in de eerste plaats de industrialisatie, verbetering van de technische en economische infrastructuur, verbetering van het onderwijs en verhoging van de welvaart. Dat zijn allemaal aspecten van het moderne leven die ook in Hitler Duitsland de steun hadden van het regime. Modern en democratisch is vooral vergroting van de onderlinge verdraagzaamheid, uitbanning van geweld als eerste middel om conflicten op te lossen en eerbied voor de rule of law. De regering Erdogan heeft deze waarden een tijdlang bevorderd en had in die tijd zelf dan ook minder problemen met het leger dan haar islamitische achterban. Maar dat is toneelspel gebleken. Bij de achterban liet men ook voor 2004 al de oren hangen naar de imams en de imams van Turkije zijn niet veel anders dan die in andere regio’s van de Dar al Islam.
De gedachte dat een secularisatie van de staat in Turkije een parallel verloop gehad heeft gehad met die in Europese landen is een misvatting in het rapport; de verwachting dat het ook na 2004 een parallelle ontwikkeling zou doormaken was niet op goede gronden gebaseerd en is sindsdien niet bewaarheid.
Secularisatie is geen abstract begrip, het is een historisch proces. In West Europa begon dat proces niet pas met de Franse revolutie. Aan die revolutie was een eeuwendurende ontwikkeling voorafgegaan die in de renaissance is begonnen en die pas als gevolg van de reformatie en het breken van de macht van Rome onomkeerbaar is geworden. Van een renaissance of reformatie is in islamitische landen vooralsnog geen sprake, ook niet in Turkije. Overal in de Dar al Islam wordt geweld gebruikt tegen degenen die modernisatie in deze zin op het programma zetten ook in Turkije. Het leger van Turkije beschermde tot voor enige jaren de moderniserende krachten in de samenleving tegen islamistisch geweld en het kon toen nog rekenen op stilzwijgende steun van het beschaafde deel van de wereld. Sinds Europa bij monde van Erik Jan Zürcher de voorkeur lijkt te hebben gegeven aan de islamisten boven het leger lijkt daar de zelfverzekerdheid uit het optreden te zijn verdwenen.
Het christendom heeft ooit in Europa een soortgelijke positie ingenomen als de islam in het Midden Oosten, Noord Afrika en de andere gebieden die tot de Dar al Islam behoren. De ontwikkeling naar de moderne tijd is in Europa begonnen en zij heeft daar oude wortels. Van een pendant van deze ontwikkeling in Turkije of andere Islamitische landen is vooralsnog geen sprake. De ingreep in de eigen samenleving van Kemal Ataturk is van een heel andere aard geweest dan de democratisering van Europa.

De Kalief was opvolger van Mohammed als wereldlijk en als geestelijk leider en is dat tot betrekkelijk kort geleden gebleven[3]. De macht van de overheid was in de islam daarom in beginsel absoluut en werd in de praktijk alleen beperkt door een fysieke en technische onmacht om in het enorm geografische gebied van de Osmanli’s aan al haar wensen en opvattingen vorm te geven.
In Europa is de wereldlijke en de geestelijke macht nooit in één hand geweest. Zij was al in de vroege middeleeuwen verdeeld tussen Paus en Keizer.
Verder was vanaf de Renaissance in de veertiende eeuw ook het monopolie van Rome als het geestelijke machtscentrum niet langer onaantastbaar. Sinds de reformatie die daardoor mogelijk werd staat een deel van het christendom definitief buiten het machtsbereik van de kerk van Rome. Dat heeft de ontwikkeling mogelijk gemaakt van het gedachtegoed dat tot de verlichting en de Franse revolutie heeft geleid. Sinds de verlichting tenslotte bestaat er een politiek programma waardoor in een groeiende deel van Europa de positie van de godsdienst in het publieke leven is teruggedrongen.
In Turkije werd pas sinds de tweede helft van de negentiende eeuw met de secularisatie een voorzichtig begin gemaakt en deze kwam pas goed op gang na een verloren eerste wereldoorlog. De voorgeschiedenis van de modernisatie is daarom onvergelijkbaar en de humanistisch erfenis van de Renaissance en de klassieke oudheid als onderdeel van de eigen cultuur ontbreekt in Turkije vrijwel volledig[4].
Het democratisch humanistisch gedachtegoed is er een geïmporteerd artikel van een tegelijk bewonderd en verguisd West Europa.
Dit wil niet zeggen dat er geen modernisatie heeft plaats gevonden in Turkije en dat aansluiting bij Europa daar niet bevorderend op zou kunnen werken, maar of het land democratischer en humanistischer is geworden onder het bewind van Erdogan kan nu met zekerheid worden ontkend. Voorlopig staat Turkije weer met twee benen in Midden Oosten. Het kan een brugfunctie vervullen tussen die regio en Europa, zoals de Amerikanen steeds gehoopt hebben, dat is zeker zo. Maar we zouden er goed aan doen te onthouden dat een brug twee kanten op gaat, niet alleen van ons naar het Midden Oosten, maar ook omgekeerd.
Voorlopig zijn er in Europa nog te veel problemen met de integratie van de bestaande immigranten uit islamitische landen, dan dat we behoefte zouden hebben aan een wettelijk kader om verdere immigratiegolven te bevorderen. Het was de gedachte van de rapporteurs en van de voorstanders van de Turkse toetreding in Europa en Amerika, dat toetreding tot de Unie de welvaart in het land zo zal verbeteren dat immigratie voor de bewoners van Anatolië haar aantrekkingskracht zou verliezen. Maar Turkije is zo groot en haar bevolking neemt zo snel toe, dat over de gevolgen van toetreding niets met zekerheid te zeggen valt behalve dat die gevolgen massaal zouden zijn. De potentiële nadelen waar Zürcher over heen gekeken heeft in zijn rapport kunnen voor Europa buiten proportie groot zijn
Het zijn deze aspecten van een mogelijke toetreding van Turkije tot de Unie die in het rapport te onvolledig en te eenzijdig aan de orde zijn gekomen. Dat de schrijver ervan de hoogste Turkse onderscheiding heeft gekregen die ooit aan een buitenlander is uitgereikt lijkt in dit verband geen toeval.
________________________________________
[1] In hoofdzaak Erik Jan Zürcher, e.t. directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam
[2] Sinds de tweede wereldoorlog is de constitutionele regering tweemaal opzij gezet om de grondwet te redden, eenmaal in 1960 en eenmaal in 1980. Verder heeft het leger een paar maal zoveel druk uitgeoefend op de regering dat die gezwicht is zonder dat daar een coup voor nodig was. Respect voor de grondwet is een democratisch beginsel evenals het uitgangspunt dat het leger uitsluitend dient voor de verdediging van de natie tegen krachten van buiten en niet voor intern gebruik. Als die twee uitgangspunten in een land met elkaar in strijd kunnen komen is het minste wat men kan vaststellen, dat er nog geen sprake is van een volwassen democratie.
[3] De Turkse sultan beschouwde zichzelf als de kalief en werd door een groot deel van de Islam als zodanig erkend.
[4] De Islam heeft bij haar ontstaan veel overgenomen van het joden- en christendom en heeft langs die weg deel aan de joods christelijke bronnen die ten grondslag liggen aan de moderne beschaving. Verder heeft de Islam in de beginperiode van haar beschavingshistorie een belangrijke eigen renaissance doorgemaakt waarin veel van het oude Griekse gedachtegoed werd gerecipieerd.. Door het islamisme, dat niet pas een ontwikkeling van de laatste tijd is, maar dat de islam al sinds de late middeleeuwen kenmerkt, is veel van dat beschavingsgoed gefossiliseerd of weer uit het publieke leven van de islam verdwenen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Balkan, Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s