Burgerlijk huwelijk.

Een huwelijk is een instituut om kinderen in groot te brengen. Blijvend kinderloze huwelijken zijn iets anders dan gezinnen met kinderen. Dat ze dezelfde naam dragen is een vorm van bureaucratisch formalisme. Een zeker percentage samenwonenden staat bij de burgerlijke stand als gehuwd geregistreerd, net als de mensen die gehuwd zijn of blijven met het oog op hun kinderen. Maar wie geen kinderen wil of kan krijgen blijft tegenwoordig vaker ongetrouwd dan vroeger en leeft zonder formaliteiten samen, al dan niet in seriële monogamie. Homoseksuele en lesbische stellen deden dat vroeger ook en vooral voor hen heeft de wetgever achttien jaar geleden het geregistreerd partnership ingevoerd. Dat instituut heeft praktisch dezelfde burgerrechtelijke en fiscale gevolgen als het huwelijk, maar zonder de zelfde emotionele of godsdienstige connotaties.
Homo’s beschouwden dat als een gemis. Het gehuwd zijn geeft in hun ogen een speciaal soort status en respectabiliteit en daar wilden ze aan meedoen. Geregistreerd partner zijn is kennelijk daarvoor niet genoeg en het homohuwelijk is om die reden op 1 april 2001 in Nederland mogelijk gemaakt naast het geregistreerde partnership.
Persoonlijk heb ik dat altijd een misvatting gevonden van onze overheid. De burgerlijke stand is er niet voor het verschaffen van status. Het burgerlijk huwelijk is een juridische aangelegenheid en als men er een liturgische gebeurtenis van wil maken wende men zich tot een van de vele kerken die Nederland rijk is. De overheid is geen kerk en moet dat vooral niet willen worden. De ambtenaar van de burgerlijke stand is gewoon een ambtenaar.
Daarom begrijp ik aan de andere kant ook de protestants christelijke ambtenaren van de burgerlijke stand niet die bezwaar hebben tegen het in ontvangst nemen van het jawoord van homostellen en het inschrijven ervan in de burgerlijke stand. Ook die laten hun emoties een rol spelen op een terrein waar ambtelijke plicht emotieloos gedrag voorschrijft. Homo’s en lesbo’s hebben meer aan een registratie die ook in het buitenland wordt erkend en ambtenaren moeten de samenleving waar ze in werken nemen zoals die is en het uitdragen van hun geloof bewaren voor ’s zondags in hun kerk.
Verder vond ik wel dat de ingezonden stukken schrijver in de Volkskrant gelijk had die wenste dat er voor die weigerambtenaren een overgangsregel was gekomen waarbij zij tien jaar lang mochten blijven weigeren, op voorwaarde dat in de betrokken gemeente voldoende andere ambtenaren waren die hun soort bezwaren niet hadden. We hebben in de wereld al problemen genoeg en hoeven er geen onnodige bij te creëren.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, maatschappelijk, overheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s