Taal en rechters.

In het burgerlijk recht, straf- en fiscaal recht wordt in hoogste instantie door de Hoge Raad recht gesproken. Dat komt omdat het hier of om oude of belangrijke sectoren van het recht gaat. Voor minder belangrijke delen van het recht vindt de rechtspraak in hoogste instantie tegenwoordig ook wel elders plaats. Voor buitenstaanders is niet zo gemakkelijk in te zien waarom belastingrecht wel en ambtenarenrecht niet bij de Hoge Raad is ondergebracht, maar voor een beroepsjurist is dat meteen duidelijk.
Om bestuursrecht en fiscaal recht op een lijn te stellen is zoiets als ballet en volksdans over een kam te scheren. De moeilijkheidsgraad van het fiscale recht ligt een aantal slagen hoger. Als samenhangend onderwerp van studie is het ouder en het belang ervan is veel groter. Het bestuursrecht is recent, al bestaan sommige onderdelen ervan onder de naam administratief recht of ambtenarenrecht al langer. Hoe dan ook, als het bestuursrecht morgen als zelfstandig onderdeel van het recht zou worden afgeschaft zouden weinig mensen daar om treuren en zouden recht en rechtspraak er geen blijvende schade van ondervinden.
Het is dan ook niet zo vreemd dat er in de Hoge Raad der Nederlanden wel een derde kamer is die zich met fiscaal recht bezig houdt, terwijl de hoogste rechtspraak voor bestuursrechtelijke aangelegenheden verdeeld is over een aantal verschillende colleges, waarvan de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep de twee belangrijkste zijn. Die maken geen deel uit van de rechterlijke organisatie en hun oordelen hebben naast een juridische ook een ambtelijke component. Een hoogste juridische toets voor bestuursrechtelijke uitspraken zou daarom wel gewenst zijn, zodat het vreemde soort voorvallen, als een bestuursrechter die bij wege van voorlopige voorziening een verdrag met een vreemde mogendheid opschort, kan worden voorkomen.
Hoe het bij sommige van die colleges met de redeneerkunst gesteld is blijkt uit een reactie die ik van een paar bestuursrechters kreeg op het stukje Taal en evolutie van 19 mei 2015.
In hun reactie zeiden ze dat het effectief samenwerken in grote groepen, zoals dat in een menselijke samenleving gebeurt, niet uniek is. Scholen vissen werken ook effectief samen, zeiden ze, ter wederzijdse bescherming. Jachtdieren, zoals wolven of orka’s werken samen voor het verkrijgen van prooi zonder daar een taal voor nodig te hebben.
Taal is een kwestie van definitie en dat wolven en orka’s tijdens de gezamenlijke jacht communiceren staat wel vast. Bij scholen vissen lijkt de communicatie tijdens de vlucht beperkt te blijven tot het handhaven van een bepaalde onderlinge afstand. Maar hoe dan ook, de menselijke taal biedt een oneindig aantal bewuste mogelijkheden om betekenissen uit te drukken. Taal wordt daarom niet enkel voor communicatie gebruikt maar ook voor het maken van ontwerpen en plannen en het is een onontbeerlijk middel bij de organisatie van de samenleving.
Als communicatie systeem is zij bovendien van een andere orde dan het vluchtgedrag van vissen. Dat is niet zo moeilijk om in te zien. Of taal de motor van de evolutie is geweest en zo ja of er daarnaast nog onafhankelijke andere ‘motoren’ zijn geweest, dat weten we niet. Veel paleobiologen houden zich sinds jaar en dag met dat onderwerp bezig. Maar om de stelling te verwerpen omdat vissen niet op soortgelijke wijze zijn geëvolueerd als mensen is een vorm van redeneren die ik bij een rechter die over mijn zaak moet oordelen liever niet aan zou treffen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in evolutie, recht, zo maar wat. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s