Populisme en rechtsfilosofie.

Universiteiten telden vanouds vier faculteiten. Dat waren theologie, rechten, medicijnen en kunsten. Op die laatste faculteit werden het quadrivium en het trivium[1] beoefend , waar ondermeer wiskunde en letteren en wijsbegeerte onder vielen.
Tegenwoordig worden de begrippen universiteit en faculteit voor van alles en nog wat gebruikt, waarbij de oude begrippen tegelijk zijn ingeperkt en uitgebreid. Ruwweg gesproken zijn alleen de twee levensbeschouwelijke universiteiten Nijmegen en de VU en daarnaast de UvA en de rijksuniversiteiten van Leiden, Groningen en Utrecht nog universiteiten in de oude betekenis. De Erasmusuniversiteit en Tilburg zijn twijfelgevallen en dan zijn er de drie ‘technische universiteiten’.
Tilburg is ontstaan als de katholieke pendant van Rotterdam en van oorsprong heetten die twee instellingen geen universiteiten maar ‘economische hoge scholen’. De Erasmus heeft naast een economische nu ook een medische en een juridische faculteit. In Tilburg kan iemand naast economie ook rechten studeren en letteren en wijsbegeerte. Dat maakt Rotterdam en Tilburg nog geen universiteiten en de technische instituten voor hoger onderwijs scholen zijn het per definitie niet.
Ik gaf U deze inleiding omdat in Tilburg iemand hoopte te promoveren in de rechtsfilosofie en in het kader daarvan Doctor Thierry Baudet van de Universiteit van Leiden aanviel op diens publicatie in de Volkskrant van 7/8/12. Michiel Besters is zijn naam en hij verweet Baudet dat ‘de waarheid bij hem ondergeschikt is aan zijn eigen ideeën en dat hij daarmee hun gezamenlijk vakgebied een slechte dienst bewijst’.
Baudet had, kort samengevat, gesteld dat de voorvechters van een Europese eenheid een politiek hadden gevoerd van faits accomplis. Die stelling is niet nieuw en werd trouwens door Monnet c.s. in alle duidelijkheid erkend. Wat nieuw of bijzonder was aan het betoog van Baudet, was het morele aspect in het verwijt dat aan de voorstanders van de Europese eenheid werd gemaakt. Politici scheppen voortdurend faits accomplis, dat is hun vak. Daar valt ze alleen een verwijt van te maken als ze het onder valse voorwendselen doen. Dat kun je in dit geval moeilijk volhouden. Dat men in Brussel en ook op Huis Ten Bosch naar een federale Europese eenheid streefde en al sinds de vijftiger jaren gestreefd heeft, is geen geheim.
Ik ben het met dat streven niet eens en deel de opvattingen van Baudet, maar niet zijn morele verwijten aan de voorstanders.
De beschuldiging van de Tilburgse student heeft met rechtsfilosofie niets van doen. Wat de feiten betreft zegt Baudet gewoon de waarheid, al zou ik als niet-gelovige deze ‘waarheid’ niet vlug zien als rechtsfilosofie. Wel is natuurlijk waar dat iedere jurist en filosoof zich hoort te onthouden van het uiten van bewuste onwaarheden, maar daar was aan beide kanten in dit debat geen sprake van.
Besters verweet Baudet een rechtsfilosofische fout doordat hij ‘de politieke werkelijkheid een noodzakelijkheid oplegt die pas achteraf kan worden gereconstrueerd’. Dat vind ik om te beginnen een erg lelijke zin. Hij bedoelde er waarschijnlijk mee dat Thierry Baudet een logische noodzakelijkheid vooronderstelt die er in feite nooit is geweest. Maar dat deed Baudet niet. Wat hij doet is herhalen wat Monnet ooit heeft beweerd dat wanneer men feiten weet te creëren er een grote mate van waarschijnlijkheid is dat andere feiten zullen volgen. Er is daarbij sprake van een in de politiek gebruikelijke methode, die weinig met rechtsfilosofie van doen heeft. Het heeft niet met noodzakelijkheid te maken maar wel met waarschijnlijkheid.
Dan verwijt Besters aan Baudet populisme. Populisme is een bij uitstek onfilosofisch begrip. Meestal bedoelt men er een politieke opvatting mee die aanhang heeft bij het grote publiek maar waar men het niet mee eens is.
In dit geval vond de Tilburgse leerling filosoof dat de bezwaren van Baudet tegen Brusselse instellingen de verwezenlijking van het project Europa in de weg stonden.
Aan een politiek Europa kan op veel verschillende manieren vorm worden gegeven. Een federale vormgeving met een machtscentrum in Brussel is bepaald niet de enige. Wat Baudet beweerde en waar hij gelijk in heeft, is dat we met Brussel nu op een doodlopende weg zitten. Al tien jaar wordt er pas op de plaats gemaakt. Een vorm van samenwerking zonder nieuwe bestuurslaag in Brussel maar met gespecialiseerde samenwerkingsinstituten zou de betere weg zijn en met een pleidooi daarvoor is rechtsfilosofisch niets mis.

[1] Trivium
1. Grammatica: taalkunde d.w.z. Latijn
2. Dialectica: logisch redeneren.
3. Retorica: kunst van de welsprekendheid;
Quadrivium
1. Aritmetica of rekenkunde
2. Geometria of meetkunde
3. Musica en harmonieleer
4. Astronomia of kosmologie

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s