Keizer Constantijn.

In a.D. 325 vond onder de auspiciën van de Romeinse keizer Constantijn het concilie van Nicea plaats. Deze bijeenkomst van christelijke kerkvaders is bekend gebleven vanwege het credo, de geloofsbelijdenis die daar is vastgesteld en die honderd jaar later nog eens is geamendeerd bij het concilie van Chalcedon. Het is een opsomming van geloofsartikelen die zowel in het westerse als in het orthodoxe christendom tot op heden wordt aanvaard. Het concilie is daarnaast bekend vanwege de veroordeling die er plaats vond van de leer van Arius[1].

Op de besluiten van dit concilie heeft de heidense [2] keizer Constantijn een doorslaggevende invloed gehad. De kwaliteit van diens geloof en de redenen van zijn late bekering tot het christelijk geloof zijn onderwerp van studie in de kerkgeschiedenis gebleven maar ze blijven hier onbesproken[3]. Minstens zo interessant is de kerkelijke eenheid die op het concilie werd afgedwongen en de redenen die Constantijn er toe gebracht hebben om kost wat kost die eenheid in de christelijke kerk tot stand te brengen. Dat had een lange voorgeschiedenis.
Rome is ontstaan als een kleine stadstaat en is groot geworden door de verovering en exploitatie van koloniale gebieden in samenwerking met een aantal door haar gedomineerde bondgenoten. In de ogen van de Romeinen bleef de stad Rome de belichaming van hun politieke entiteit, niet het veroverde grondgebied in de koloniën of het gebied van de foederati[4].
Het bestuur van Rome werd gevormd door een volksvergadering en een raad van ouderen, de senaat. De volksvergadering was letterlijk een vergadering van de burgerij op het forum Romanum en zij was toegankelijk voor iedereen die burgerrecht bezat. Maar gestemd werd er in tribus (stammen), een oude indeling die niemand meer goed begreep en die op geen enkele manier representatief was voor de burgerij.
De senaat bestond uitsluitend uit een bestuurlijke en sociale elite, twee groeperingen die praktisch samenvielen. Er was zeker sprake van klassenvertegenwoordiging in de zin dat de senaat stond voor de elite en de volksvergadering voor het volk, maar beide stonden toch in de eerste plaats voor de stad. Rome heeft het zo lang uitgehouden omdat de diverse groeperingen hun particuliere en onmiddellijke belangen ondergeschikt wisten te maken aan de belangen van het geheel en zij zich niet alleen richtten op het heden maar ook op de toekomst van de stad.
De senaat bestond uit professionals met bestuurlijke ervaring en was het gremium waarin alle belangrijke politieke beslissingen werden voorbereid en bediscussieerd. De jaarlijks te benoemen magistraten en legeraanvoerders kwamen uit de senaat of werden er na afloop van hun bestuursperiode in opgenomen.
Het ethos dat de zaak bijeenhield en dat de senaat inspireerde was het ethos van het stadspatriottisme. In wezen het ethos dat ook Athene, Sparta en de andere Griekse stadstaten had bezield en dat men bij Plato en Aristoteles kan terugvinden als de basis voor de politeia, in hun ogen de enige juiste vorm van staatkundige organisatie. De deugden waarmee burgers zich onderscheidden waren de eigenschappen die de overleving van de stad konden waarborgen.
Rome en Griekenland verschilden daarin van de koninkrijken uit het Midden Oosten. Die kenden geen burgers maar onderdanen. Hun koningen waren in Griekse ogen tirannen, d.w.z. ze regeerden zonder publieke verantwoording af te leggen en dus zonder legitimiteit. Er was geen res publica, geen openbare ruimte waarin de belangen van de stad door alle belanghebbenden konden worden bediscussieerd: iedereen was slaaf van de koning.
Romeinen en Grieken zagen de basileus of rex als een teken van barbarij en als een aanslag op hun ethos. Het verzet van Demosthenes tegen de Macedonische koningen Philippus en Alexander en de moord van Brutus c.s. op Julius Caesar moeten tegen deze achtergrond worden gezien.
De strijd tussen de twee vormen van beschaving, de Griekse van vrijheid en verantwoordelijke burgerzin en de Aziatische met haar alleenheerschappij van de vorst, was het thema van de Griekse historie, van Herodotus en zijn Perzische oorlogen tot aan de verovering van Azië door Alexander.
Toen Rome een wereldrijk werd, veranderde noodzakelijk haar staatsvorm. De stadstaat werd een keizerrijk, maar veel van de oude vormen bleven de eerste eeuwen behouden, al kregen ze langzaam een andere inhoud. Ook nadat het keizerrijk in Byzantium haar westelijk deel verloren had en geen Latijn meer sprak bleef het zich Rome noemen[5]. Pas toen Justinianus zich als een basileus presenteerde en het consulaat afschafte werd er definitief afscheid genomen van het oude Romeins-Griekse ethos[6] en was de strijd van de oude Grieken tegen Azië ongemerkt maar definitief verloren. Maar die nederlaag begon eigenlijk al met Augustus, de achterneef van Julius Caesar en de eerste keizer ( caesar) in de nieuwe betekenis van dat woord.
Niet de senaat maar de keizer en zijn hofhouding van slaven en vrijgelatenen bereidden sinds het principaat van Augustus de belangrijkste beslissingen voor in de samenleving. Het Hof bepaalde het beleid. De volksvergadering was van het toneel verdwenen. Wie belangrijke functies bekleedde kwam nog steeds wel in de senaat, maar dat werd een eretitel, een adelbrief in plaats van een functie met bestuurlijke inhoud. De macht die een senator uitoefende ontving hij niet uit handen van zijn collega’s maar uit die van de keizer. Die steunde op zijn beurt op het leger en op zijn eigen administratieve apparaat. Bekwame en rijke mensen van elders werden steeds vaker tot het Romeinse burgerschap toegelaten en op een gegeven moment kon men zelfs Romeins keizer worden zonder ooit in Rome te zijn geweest.
De Romeinse keizers die Constantijn voorgingen en onder hen vooral Diocletianus hadden geprobeerd om een vervanging te vinden voor de oude Romeinse burgerschapsethiek als bindmiddel voor het staatsbestel, onder andere door het keizerschap zelf als een quasi religie te presenteren. Bewegingen, zoals het jodendom en zijn aftakking het christendom, moesten het vooral ontgelden omdat zij geen enkele loyaliteit wensten op te brengen t.a.v. deze staatsgedachte. De beroemde christenvervolgingen waar de jonge christenkerk zijn martelaren aan te danken had, waren het gevolg van de poging van het bestuur van het keizerrijk om zijn culturele eenheid te bewaren.
Wat Constantijn deed kan worden gezien als een toepassing van het adagium, if you can’t beat them, join them. Door van het christendom de Romeinse staatskerk te maken, werd een nieuwe vorm van eenheid gecreëerd, die het de rest van de oudheid en de hele middeleeuwen door heeft uitgehouden.
Hoe sterk de bindende kracht van het katholieke christendom was blijkt uit het lot van de Germaanse koninkrijkjes die op het territorium van het West Romeinse rijk ontstonden. Alleen de enkele, die zich tot het katholieke christendom bekeerden, wisten te overleven met steun van de kerk. De andere, die de zoveel logischer Ariaanse versie van het christelijk geloof aanhingen, verdwenen even snel weer als ze gekomen waren, terwijl één ervan, het Oost Gothische rijk, onder Theoderik de Grote toch met afstand het best geïntegreerde en meest belovende Germaans-Romeinse rijk geweest is.
Dat alles was het gevolg van de vooruitziende blik van Constantijn, aan wie we in zekere zin de middeleeuwse beschaving en de kerk van Rome te danken hebben, maar die zich zelf eerder als de laatste[7] Romeinse dan als de eerste christelijke keizer moet hebben gezien.

________________________________________
[1] Arius was een kerkvader die de godheid van de Christus als een Grieks insluipsel beschouwde in een van oorsprong joodse godsdienst. Naar het inzicht van Arius en het merendeel van de Germaanse inwoners van het Romeinse rijk was Jezus een bijzonder mens maar geen godheid en naar hun goed onderbouwde mening waren er voor die onjoodse stelling ook geen aanwijzingen te vinden in de evangeliën.
[2] Veel auteurs gaan ervan uit dat Constantijn na de slag bij de Ponte Milvio christen werd, maar dat is niet zo. Hij werd pas op zijn sterfbed gedoopt en niet zeker is of dat op zijn eigen verzoek gebeurde.
[3] Tijdens het concilie was Constantijn als niet-christen naar men mag aannemen meer geïnteresseerd in de eenheid van de kerk dan in de juistheid van de leer. Men zou in dit opzicht Constantijn misschien voor de eerste katholiek kunnen houden. De katholieke kerk heeft altijd meer gehecht aan de eenheid van de leer dan aan de zuiverheid van het geloof. De leer over de dubbele natuur van Jezus van Nazareth, die bisschop Anastasius namens Constantijn op het concilie heeft doorgedrukt, wilde de laatste een paar jaar later weer gedeeltelijk laten herroepen om een ketterij in het Midden Oosten de wind uit de zeilen te nemen. Hij verbande Anastasius daarvoor naar Trier in West Duitsland, d.w.z. nog net binnen het rijk maar zover mogelijk weg van de beschaafde wereld. Dit lijkt een duidelijke aanwijzing dat het hem er in 325 en later alleen om ging om het Romeinse rijk te voorzien van een godsdienst die eenheid kon brengen onder de inwoners.

[4] De bondgenotenoorlog, die gevoerd werd omdat de Latijnen een burgerrecht in Rome eisten die ze niet kregen, is naast de Punische oorlogen de gevaarlijkste oorlog geweest uit de klassieke tijd. Het Noorden van Italië was Gallisch, het zuiden Grieks, maar het midden bestond uit Latijns sprekende steden en volkeren die nauw met de Romeinen verwant waren. De claim op het burgerrecht van de bondgenoten was naar onze maatstaven terecht, maar paste niet in de Romeinse politieke conceptie, die nauw aansluit bij de opvattingen die men in de Politeia van Aristoteles kan aantreffen.

[5] Ook de Turkse sultan noemde zich na de verovering van Constantinopel in 1553 de sultan van Rum.

[6] Het keizerrijk was al direct bij het optreden van het Julisch- Claudische huis, een andere staatsvorm dan de republiek. Geschiedschrijvers als Tacitus begrepen dat wel, maar de meerderheid van de bevolking begroette de keizers vooral als de beschermers van de republikeinse staatsinstellingen en de handhavers van de burgerlijke vrede.

[7] Julianus Apostatus zal bewuster op die titel aanspraak hebben gemaakt, maar met minder recht. Zijn betekenis was van voorbijgaande aard

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geloof, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s