Geloof is een stok voor invaliden.

Waarheid is wel een zelfstandig naamwoord maar het staat eigenlijk voor een werkwoordelijk begrip. Waarheid refereert aan een vorm van gedrag. Wat liegen en bedriegen is weet iedereen en iedereen weet ook dat het ethisch niet in orde is.
Wie de waarheid spreekt, liegt niet en bedriegt niet en is in dat opzicht dus een behoorlijk mens.
De eigenschappen die iemand er toe brengen de waarheid te spreken zijn oprechtheid en betrouwbaarheid. Het zijn deugden die we delen met de klassieke oudheid en met het christendom, maar niet met de islam.
Waarheid is een rationeel en bruikbaar begrip waar we niet aan zouden moeten sleutelen. Het zijn de godsdiensten die gemeend hebben van waarheid iets anders te moeten maken.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven zei Jezus van Nazareth in Johannes 14 en met die drie dingen doelde hij weliswaar op de inhoud van de boodschap die hij bracht, maar niet op het feit dat daar geen leugens in stonden. Hij wilde zeggen dat die boodschap door zijn gehoor aanvaard kon worden, omdat aanvaarding hun tot redding strekte.
Het Johannes evangelie heeft nogal wat verwantschap met de oude mysterie godsdiensten, zoals die van Eleusis in Griekenland. Ook met de religie van Isis en Osiris in Egypte, die vooral tijdens het hellenisme weer belangrijk werd. Zij namen steeds meer de plaats in van de klassieke godsdienst die bij Homerus en Hesiodus beschreven staat en die haar greep op de samenleving in het klassieke Griekenland had verloren.
Waarheid staat bij de mystici voor een goddelijke ervaring en het wordt daar een begrip dat verwant is met liefde of met ‘het goede’ in het leven. Men wordt geacht voor een boodschap te kiezen die met liegen en bedriegen of met het omgekeerde daarvan eigenlijk niets meer te maken heeft, maar die in concurrentie treedt met andere heilsboodschappen en daarbij voorrang claimt.
Die voorrang claimt men niet op grond van een grotere oprechtheid die gecontroleerd zou kunnen worden maar op grond van het gezag dat de boodschapper zegt te hebben gekregen van zijn godheid.

Dat is de achtergrond van de waarheid die geclaimd wordt door het jodendom en het christendom en het is een vorm van waarheid die van de hand gewezen moet worden. Niet omdat de religieuze boodschappen bewijsbaar niet juist zijn of omdat ze een ethiek bevatten die verwerpelijk is, maar omdat ze een belangrijk taalkundig begrip verduisteren en voorzien van een nieuwe en onduidelijke inhoud. Godsdiensten zijn niet waar of onwaar, maar je accepteert ze of je accepteert ze niet.

Een levensbeschouwing die door een groot aantal mensen gedeeld wordt heeft een dwingend maatschappelijk gezag, ongeacht de inhoud. De evolutie heeft ons geschikt gemaakt om in groepen te leven. Wil een groep goed functioneren dan moet erbinnen over belangrijke zaken hetzelfde worden gedacht. De groepsmechanismen die daarvoor zorgen onttrekken zich aan de ratio. Overeenstemming op hoofdpunten is voor het overleven met elkaar belangrijker dan de bewijsbare juistheid van de door de groep gehouden opvattingen.
Zelfs in onwaarheden kan men blijven geloven. Blaise Pascal[1] zei in navolging van de oude kerkvaders: “credo quia absurdum”, ‘ik geloof omdat het ongerijmd is’ en hij draaide de zaak dus op zijn kop. Hij houdt iets niet langer voor onwaar omdat het ongerijmd is maar acht het om die reden waar. Dat is een impliciete verwerping van de logica en een wanhoopspoging die filosofie en theologie met elkaar zou moeten verbinden, maar dat uiteraard niet doet.

Men kan het ook zachter stellen. Geloof hoort in de categorie opvattingen die met bewijs niet van doen hebben. Intelligente mensen zoals Pascal, Tertullianus en Augustinus beseften de grenzen van het menselijk bevattingsvermogen en gaven aan alles wat daarbuiten viel het aspect van het geloof. Zo konden ze blijven leven in een wereld die ze met hun hersens niet meer meesteren konden.
Het feit dat religies elkaar bestrijden en dat zij bewijsbaar niet allemaal tegelijk waar kunnen zijn, doet niet af aan het soort overeenstemming die bestaat tussen de gelovigen van iedere geloofsgroep. Het vermindert niet of nauwelijks het gezag dat de geloofsinhoud voor ieder van hen heeft. Het versterkt wel de vijandigheid waarmee de verschillende gelovigen elkaar bejegenen, want elk ervan ondermijnt de waarheid van de ander. Men doet dat in naam van een waarheid die niet meer communicabel is en daarom in de moderne wereld niet thuis hoort.
Accepteren we de elkaar uitsluitende waarheden van de geloofsgemeenschappen als onaantastbaar, dan zullen we moeten afzien van het “alle Menschen werden Brüder”. We blijven dan zitten met een serie geloofsgroepen die ieder voor zich de waarheid in pacht hebben en met de rest van de wereld niet meer kunnen samenleven. Conflicten zoals die vóór de verlichting de norm waren en die ook daarna nog uit naam van godsdiensten en levensbeschouwingen werden gevoerd, zullen opnieuw de wereld gaan beheersen totdat alle geloven zijn verdwenen en dat is geen prettig vooruitzicht.

Wij zullen moeten leren leven met het menselijk tekort. Het geloof dat als stok diende voor Pascal en de heilige Augustinus hield de mensen invalide en, als het doortrekken van zo’n beeldspraak geoorloofd is, de religies worden gebruikt als stokken om elkaar de hersens mee in te slaan. Religies zijn gevaarlijke wapens in de handen van kinderen. Marx zei dat al en hoewel hij niet vaak gelijk had, had hij het hier wel.

[1] Of Tertullianus of Augustinus. Wie de auteur van dit gezegde is, is onzeker.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in filosofie, geloof. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s