Voermans en de Sociale Verzekeringsbank.

Sinds 2006 bepaalt de Wet beperking export uitkeringen dat uitkeringsgerechtigden op hun AOW kunnen worden gekort als zij niet in een verdragsland wonen. Het kabinet wilde die korting doorvoeren omdat buiten de verdragslanden de controlemogelijkheden zoveel minder zijn. Dat kunt U als U wilt terugvinden in de wetsgeschiedenis. Maar de beperking van de ‘export’ zou geen doel op zich worden. Als er sprake zou zijn van een gewaarborgde handhaafbaarheid op basis van een verdragsrelatie dan zou de korting niet doorgaan. In de bestaande verdragen is immers voorzien in de wederzijdse bijstand ten behoeve van de uitvoering van het verdrag.
Tot zover duidelijk en overzichtelijk. De korting is bedoeld als maatregel voor de gevallen dat Nederland de rechten van degene die AOW claimt niet kan controleren en de zaak niet vertrouwt. Is dat het geval voor AOW-ers die ingezetene zijn van Israël maar in een nederzetting op de westelijke Jordaanoever verblijven? Het valt niet in te zien dat de controle die met Israël is overeengekomen opeens minder doeltreffend zou worden als mensen op de westelijke Jordaanoever zijn gaan wonen.
Nee, zegt de SVB, Nederland heeft weliswaar een werkzaam verdrag met Israël, maar dat geldt niet voor de bezette gebieden, omdat Nederland de soevereiniteit van Israël daar niet erkent. Maar kan dit een reden zijn om op de AOW van die Nederlanders te korten? Die korting was toch alleen bedoeld voor de gevallen waarin niet gecontroleerd kon worden en men het vermoeden had dat er iets niet deugde? Dat is toch geen straf voor mensen die op de westelijke Jordaanoever gaan wonen?
Volgens internationaal recht zijn de Israëlische nederzettingen illegaal zegt de heer Voermans uit Leiden. Ten onrechte, vindt hij, is het overgrote deel van de AOW’ers in deze gebieden sinds 2006 niet door de Sociale Verzekeringsbank gekort. Dat gebeurde volgens het ministerie van Sociale Zaken omdat de uitkeringsgerechtigden overeenkomstig de waarheid hadden opgegeven dat ze in Israël woonden.
Toen de SVB in 2013 tot de juridisch aanvechtbare conclusie kwam, dat het in strijd met de wet zou zijn om uit te keren en de betrokkenen alsnog wilde gaan korten, gaf minister Asscher, in overleg met de premier en de minister van Buitenlandse Zaken en op advies van zijn juristen, opdracht om dit besluit te overrulen. Hij besloot door te gaan met het volledig betalen van de AOW.
Het was opmerkelijk dat de SVB voor zo’n kleine groep gerechtigden de wet zo flagrant in strijd met de wetsgeschiedenis wilde gaan toepassen. De uitvoeringsinstantie heeft weliswaar een onafhankelijke positie gekregen om te voorkomen dat politieke inmenging zou leiden tot willekeur en rechtsongelijkheid bij de uitvoering van beleid, maar niet voor het omgekeerde doel.
Staatsrechtgeleerde Wim Voermans kreeg inzage in vertrouwelijke documenten die later ook in handen kwamen van de NRC waaruit bleek van vrij algemene verontwaardiging over het optreden van de SVB. Maar wat hij zei was: „De Rijksoverheid gaat duidelijk over de schreef, daar waar ze probeert de SVB te dwingen uitzonderingen te maken.”
Dat was een nogal opmerkelijke uitspraak, maar waarschijnlijk moet U er rekening mee houden dat staats- en volkenrechtgeleerden geen echte juristen zijn. Iemand met een behoorlijk ontwikkeld juridisch gevoel zou meteen hebben ingezien dat het optreden van de SVB in strijd was met de bedoeling van de wetgever en bovendien gemakkelijk voor een vorm van antisemitisme zou kunnen worden aangezien. Maar niet Wim Voermans en evenmin de NRC.
Minister Asscher greep terecht in en dat de NRC hem daar een verwijt over maakte zegt meer over de NRC dan over Asscher. Volgens Voermans werd door het optreden van het kabinet het principe dat de overheid zich altijd aan de wet moet houden ´in dit dossier´ geschonden. Het omgekeerde was het geval. De wet werd door de minister van Sociale Zaken krachtens haar bedoeling uitgelegd.
Als consequentie van de verkeerde uitleg van het verdrag betaalde de SVB vervolgens de Nederlandse belasting voor de betrokkenen. Daardoor kregen ze per saldo een hoger bruto- én nettobedrag dan AOW’ers in Nederland. Ook dat gebeurde op grond van de verkeerde uitleg en om daar de AOW gerechtigden een verwijt van te maken slaat dus nergens op. Volgens Voermans hadden de betrokkenen kunnen weten dat zij als kolonisten op de Jordaanoever geen rechten hadden, want dat kon je zo lezen op de site van de SVB. In de eerste plaats is dat niet waar want ze hadden dezelfde rechten als iedere andere Nederlandse Israëliër, maar bovendien valt er hierover ook niets af te lezen uit die site. Kijkt U zelf maar.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in discriminatie en bureaucratie, politiek, recht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s