Filosofen van Nederland.

Grote romanschrijvers hebben we niet veel in Nederland. Eduard Douwes Dekker en Han Voskuil, verder eigenlijk geen. De avonden van Gerard van het Reve en Op weg naar het Einde zijn fraai geschreven romans, maar hebben geen vervolg gekregen. Er zijn uitstekende essayisten geweest, zoals Conrad Busken Huet en Gerards broer Karel van het Reve, maar geen romanciers van dezelfde kwaliteit. Trouwens, Het Bureau van Voskuil is wel fascinerende en goed geschreven lectuur, maar eigenlijk is het geen roman. Meer een autobiografie. En voor de Max Havelaar geldt dat ook.
Grunberg en eerder Mulisch zijn literaire talenten, maar vooral een soort half-intellectuelen, die zichzelf liever als filosoof presenteren en om die reden nogal eens tussen twee stoelen in zijn komen te zitten. Nederlandse romanciers schuiven de filosofische kant op, mogelijk als gevolg van het feit dat we hier geen echte filosofen hebben die tegelijk ook schrijven kunnen. Nederlandse Alfred Ayers of Bertrand Russells zijn er domweg niet.
Om dit te illustreren wijs ik U op de filosoof en publicist Hans Schnitzler die op 18/6/11 in de Volkskrant een stukje schreef, waar ik U graag een aantal citaten uit wil voorleggen.
‘Wilders reduceert het woord tot frase’ is de titel van zijn stuk. Een frase is volgens het wiki-woordenboek een aantal woorden die tezamen een begrip uitdrukken, vaak een zinsdeel, soms een hele zin. Dus betekent deze titel dat het woord door Wilders wordt teruggebracht tot een zinsdeel, of tot een zin. Hij wil waarschijnlijk zeggen dat Wilders’ woorden holle frases zijn of clichés.
´Ons bestaan wordt door woorden gedragen´, begint hij dan zijn essay. ´Verliezen woorden hun betekenis, dan wordt ook ons leven betekenisloos´.
Hij heeft hij dit van Socrates, zegt hij, maar dank zij Google kunt U zulke beweringen tegenwoordig moeiteloos checken. Doe dit en U zult zien dat Socrates zoiets helemaal niet heeft gezegd, in elk geval niet op de plek die Schnitzler daarvoor aangeeft[1] . En als U de Griekse tekst wilt inzien naast de Engelse vertaling, dan bent U welkom in mijn bibliotheek. U kunt dan zelf zien dat de vertaling van Jowett correct is. Wat Schnitzler zegt staat er niet, ook niet in het Grieks.
Wilders kreeg in zijn eerste proces het laatste woord en daarin verwees hij toen naar Maarten Luther die zei ´hier stehe ich, ich kann nicht anders´. Van Luther, toch een van de grootste literaire talenten uit het Duitse taalgebied, weet Schnitzler niet meer te zeggen dan dat dat hij ‘de joods/christelijke traditie injecteerde met een doorwrocht en virulent antisemitisme’. ´En daarmee´, gaat hij verder, ´ legt Wilders ongewild, hoe onverhoopt ironisch ook, de geestelijke crisis van deze tijd bloot, waarvan hij de verpersoonlijking is, de reductie van het woord tot holle frase´.
´Het slachtofferschap´, gaat Schnitzler dan verder, ´is datgene waaraan Wilders zijn succes te danken heeft. Het is misschien wel de essentie van de populistische tijdgeest. Zo was dit proces er een van het Slachtoffer tegen zijn slachtoffers, maar over de werkelijke aard van slachtofferitis zijn we helaas niets wijzer geworden´.
´In een tijd waarin fundamentele waarden in het geding zijn hoeft men slechts bij Socrates te rade te gaan om het wapen te vinden waarmee men Wilders kan ontmantelen, de kracht van het stellen van de juiste vragen´. ´Aan parlementariërs de taak om, gewapend met de socratische les dat een juiste vraag meer inzicht verschaft dan het herhalen van duizend antwoorden, vraag na vraag op de verdediger van het vrije woord af te vuren´. ‘En zodra de waardigheid van het woord hersteld is, zal blijken dat de taal opgeofferd werd aan het vereren van een leugen die Wilders vrijheid noemde. Een vrijheid losgezongen van de menselijke waardigheid waar een van de grondleggers van onze beschaving zijn hele leven naar zocht´.
Tot zover de ‘filosoof’ Hans Schnitzler, columnist in de Volkskrant, die van de krant de ruimte kreeg om deze wijsheden over ons uit te gieten.
Ik hoop dat U met mij eens bent dat we hier filosofisch niet mee verder komen, maar vooral dat ‘t het beroerde Nederlands is, dat zo stoort.

[1] The apology of Socrates van Plato, vertaald door Benjamin Jowett, waarin Socrates onder meer zegt:
´but anyone, whether he be rich or poor, may ask and answer me and listen to my words; and whether he turns out to be a bad man or a good one, that cannot be justly laid to my charge, as I never taught him anything. And if anyone says that he has ever learned or heard anything from me in private which all the world has not heard, I should like you to know that he is speaking an untruth.´

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s