De stagnatie in Europa.

Het is geen oplossing om Griekenland uit de eurozone te zetten. Dat was een uitspraak van Gerrit Zalm op zondag vier september 2011 in Buitenhof. Hij reageerde daarmee op iets wat VVD-coryfee Frits Bolkestein had gezegd.
In Nieuwsuur had Bolkestein de zaterdag ervoor beweerd dat de EU Griekenland moest blijven steunen, maar alleen op voorwaarde dat Griekenland uit de eurozone stapte. Zalm wees er in Buitenhof op dat Italië dan snel de volgende zou zijn. ‘En daarna Ierland, dan Portugal en uiteindelijk blijf je dan alleen met Nederland en Duitsland over.’
Hij wees er vijf jaar eerder al op dat in Griekenland ‘drastische maatregelen’ zouden zijn getroffen, ‘tot het verlagen van salarissen aan toe’. De eerste prioriteit was volgens hem het reorganiseren van de Griekse belastingdienst. ‘Daar lag nog een enorme goudmijn. Er is een enorm zwart circuit’, zei hij
Het uitbreiden van het noodfonds voor Griekenland was volgens hem voorlopig niet nodig. ‘Wel moeten politici aangeven dat ze eventueel bereid zijn het fonds te vergroten.’ (AD site 4/9/11).
Ik heb eens nagekeken wat ik de laatste vijf jaar over Griekenland heb geschreven op mijn site. Ik laat het nu verder bij de citaten uit eigen werk, hier en daar wat aangepast om het te verbinden. Het leek me aardig om het eens allemaal bij elkaar te zetten.
De koopkracht van de euro in Griekenland of Ierland wijkt niet af van de koopkracht ergens anders in de zone maar er wordt wel tegen die landen gespeculeerd. Als er vroeger tegen het Engels pond gespeculeerd werd dan verkochten de speculanten Brits schatkistpapier net als er nu Grieks of Italiaans schatkistpapier wordt verkocht, met dezelfde gevolgen: die landen moeten meer voor hun leningen betalen en komen in liquiditeitsproblemen. Ze hebben er alleen niet meer dezelfde oplossing voor: ze kunnen niet meer devalueren.
De enige oplossing voor Griekenland die nu nog helpt is uit de euro te stappen. Dat hadden ze helemaal aan het begin van de crisis moeten doen en dat had hun zelf en de rest van de eurolanden een hoop moeilijkheden bespaard. Het is zeker juist dat de speculatie zich dan tegen de andere zwakke landen zou hebben gericht maar dat gebeurt nu ook en we hebben intussen veel goed geld naar kwaad geld gegooid dat we nooit meer terug zullen zien.
We kunnen het ook omkeren. De sterke Eurolanden hadden Griekenland moeten helpen, op voorwaarde dat ze uit zouden stappen. Niet met nieuwe kredieten, maar door het zo goedkoop mogelijk opkopen van de bestaande om die dan daarna kwijt te schelden. Dan hadden we precies geweten wat het ging kosten, de Grieken waren echt geholpen, wat ze nu niet zijn en we waren voor de toekomst van de Grieken af geweest. Wat mij betreft trouwens niet voor altijd. Ik had het prima gevonden als ze terug waren gekomen in de Eurozone en in de EU als ze eerst tien jaar achter elkaar een fatsoenlijke overheidsadministratie hadden laten zien en vijf jaar een staatsschuld die niet meer dan 60% van het BNP had bedragen.
De Griekse staathuishouding is failliet en hoe eerder men dat erkent hoe beter. Spanje zal het moeite kosten de zaak op orde te krijgen maar dat lijkt te kunnen. Hetzelfde geldt voor Portugal en Ierland is een twijfelgeval. In elk geval zijn geen van deze drie landen zo corrupt en principieel onbeheersbaar als dat het geval is voor Griekenland. Het land kan met geen mogelijkheid aan zijn verplichtingen voldoen en zou om die reden zo snel mogelijk uit de EU horen te vertrekken. Wanneer er nu voorwaarden worden geformuleerd voor de definitieve vaststelling van het reddingsfonds zou het goed zijn om daar rekening mee te houden
Griekenland is insolvent. Ook met leningen uit het noodfonds van de EU of van de Bank in Frankfurt gaat het niet lukken om door bezuinigingen op de overheidsuitgaven op termijn de staatsschuld af te lossen. Daarvoor zijn de interest rates die het land nu betalen moet te hoog. Griekenland kan beter failliet gaan. Dan groeien de schulden niet langer door en blijven de verliezen waar ze thuis horen: bij de banken en andere crediteuren die dom genoeg zijn geweest om Griekse staatsobligaties te nemen vanwege de wat hogere interest. Zij zijn de domoren die de gevolgen horen te dragen en niet de Duitse en Nederlandse belastingbetaler. Met Ierland, Spanje en Portugal ligt het wat anders. Die kunnen het redden met hulp van de andere EU landen. Die landen hebben de fout gemaakt door niet in te grijpen toen hun banken een onroerend goed zeepbel financierden en voelen zich nu gedrongen die banken te redden. Persoonlijk denk ik dat ze hun banken beter failliet hadden kunnen laten gaan, maar daar kun je anders over denken. Behalve Griekenland zit ook Italië nog in het hoekje waar de klappen zouden kunnen vallen.
In de Volkskrant ( 15/12/10) geeft Peter de Waard 7 manieren om de euro te redden. In wezen zijn het er maar drie. De eerste is het saneren van de schulden van de zwakke Eurolanden. Dat kan doordat de ECB hun schuldpapier (tegen marktprijzen) uit de markt haalt en een regeling treft voor rente en aflossing. Daaraan betalen beleggers dan mee doordat de obligaties voor minder dan de nominale waarde uit de markt gehaald worden. Wat er verder bedoeld wordt met ” ook de beleggers te laten mee betalen” is waarschijnlijk een rechtstreekse schuldensanering door de bank in Frankfurt of door de Noordelijke EU landen. Dat zou lijken op een surseance van de betrokken landen. Een van de twee varianten zal uiteindelijk wel de oplossing worden, want het alternatief, een aantal grote banken failliet laten gaan, is erger.
De tweede methode is om de zwakke landen zelf hun schulden te laten saneren onder garantie van de ECB. Daarvoor zouden de garanties moeten worden uitgebreid of de voorwaarden verzacht. Sommige landen zouden dat kunnen en andere niet.
De derde methode is eigenlijk niet meer dan een onderdeel van de twee andere: de overheidshuishouding van de zwakke landen moet op orde worden gebracht en de vraag is of de landen dat zelf kunnen. De Waard noemt het hulp in ruil voor opgeven van de autonomie. Het is duidelijk dat zoiets alleen mogelijk zou zijn als de meerderheid van de bevolking in het betrokken land achter die gedachte zou staan en als het vooruitzicht bestond dat het een kwestie van korte duur zou zijn voor zo’n land het heft weer in eigen hand kon nemen.
Eigenlijk was dit het idee achter het toelaten van landen als Italië en Griekenland. Men wist dat die een delinquente overheidshuishouding hadden maar meende dat dit op korte termijn zou verbeteren onder druk van het toezicht en de voorwaarden van de ECB. Duisenberg, die ten onrechte altijd voor een voorzichtig en verantwoordelijk man is gehouden was de promotor van deze gedachte en voor de illusies van hem en andere links liberalen betalen we nu.
Een gemeenschappelijk economisch beleid zal moeilijk te verwezenlijken blijken zolang de nationale regeringen aan de eigen bevolking verantwoording schuldig zijn voor de economische gang van zaken en niet aan Europa. De markt heeft kennelijk geen vertrouwen in de toekomst van de euro. Maar we hebben deze stap nu eenmaal genomen en een verdere mislukking van de monetaire unie kunnen we ons niet permitteren. De monetaire unie was een vlucht naar voren. De monetaire autoriteiten, waaronder onze vroegere minister van financiën Duisenberg, gingen er vanuit dat de leden de nodige monetaire discipline wel op zouden moeten brengen omdat het alternatief bijzonder onaantrekkelijk zou zijn. Dat is intussen wishful thinking gebleken. Wat de euro gedaan heeft is het oude zestiende-eeuwse onderscheid tussen de Middellandse Zeelanden en de rest van Europa laten herleven. Het zou zomaar kunnen dat we straks officieel twee Europa’s hebben met elk een eigen munt en dat Het Noorden en Zuiden dan hun eigen weg gaan. Over die gedachte wordt nog niet in het openbaar gediscussieerd, maar onmogelijk lijkt zij niet.
De koers van de euro tegenover de andere munten in de wereld wordt uiteindelijk bepaald door de hoeveelheid euro’s die de markt vraagt en aanbiedt en die werd vanouds in hoofdzaak bepaald door de handelsbalans, d.w.z. de hoeveelheid diensten en goederen die de Eurozone importeert en exporteert. De handelsbalans is positief, vooral omdat de landen in het Noorden van de zone meer exporteren dan ze importeren. In het Zuiden is dat andersom, maar het Noorden weegt zwaarder. Die handelsbalans wordt nu zelfs positiever omdat de euro daalt en de export dus goedkoper wordt.
Maar waarom daalt die euro dan, vraagt U zich af? Dat komt omdat de markt er geen vertrouwen meer in heeft en er meer van aanbiedt dan vraagt. Is dat rationeel van de markt? Jein. Ja omdat onze regeringen het zo moeilijk vinden om te beslissen en nee omdat de oplossing eigenlijk voor de hand ligt. De houders van Grieks schatkistpapier hebben een probleem, maar op het totaal van de Euromarkt is dat een schijntje en als het probleem alleen de betalingscapaciteit van Griekenland was, dan was er een simpele manier om het op te lossen: de Noordelijke eurolanden kopen het Grieks schatkistpapier op. Dat heeft twee voordelen: het kost minder dan rechtstreekse steun aan Griekenland want die leningen doen nu een fors disagio en de koers wordt er door ondersteund: de druk op de euro neemt af. Zoals we het nu gaan doen betalen we eerst de banken en de buitenlanders af die nu het risico voor Griekenland lopen zonder dat zij dat disagio hoeven te nemen en wij pakken het risico dan vervolgens zelf. Niet zo rationeel, lijkt dat.
Maar de zwakte van de euro is ook een systeemfout en het probleem Griekenland brengt die fout nu aan het licht. De lidstaten gaan niet meer over het geld en de rente maar ze gaan nog wel over de economische politiek en met name ook over hun eigen inkomsten en uitgaven. Landen als Griekenland hebben in navolging van de Noordzeelanden een welfare state ingevoerd zonder de sociale discipline die daar voor nodig is. Als – orde van grootte – de helft van het nationaal inkomen door handen van de overheid gaat dan is alles wat die overheid doet van invloed op die economie, ook zonder dat er een bewuste financiële politiek wordt gevoerd. Duisenberg en andere politici die de euro hebben gepromoot meenden dat de zuidelijke landen hun overheidsfinanciën wel zouden moeten aanpassen omdat ze anders hun economieën nooit meer draaiend zouden kunnen houden. Deden ze dat niet dan zou de wal het schip wel keren. Dat doet de wal dus nu, maar op een wat andere manier dan Duisenberg dacht.
De markt ziet nu ook boven de welfare states van Noord Europa een dikke bui hangen, als gevolg van de massale immigratie uit de arme landen en ook wel als gevolg van een autonome toename van onrendabelen die weer het gevolg is van de concurrentie uit lage lonenlanden. De eurolanden blijven achter bij het creëren van nieuwe banen, zoals Baarsma van de SEO uitlegde in de uitzending van Buitenhof van 9/5/10, doordat de loonkosten kunstmatig hoog worden gehouden.
De budgettaire tekorten die het gevolg zijn van de bankencrisis kunnen moeilijk worden weggewerkt als gevolg van de toenemende lasten van de sociale systemen die op de Europese landen drukken. Niet zonder sociale onrust in elk geval en een aantal Europese landen, waaronder Frankrijk, hebben in het verleden bewezen niet tegen sociale onrust te zijn opgewassen.
Aan de andere kant staat nog steeds die positieve handelsbalans van de eurozone waardoor de handel en de industrie wereldwijd euro’s vraagt om dat overschot te kunnen betalen. Dat zou toch, als de eerste paniek wat bedaard is een vraag naar euro’s op gang moeten brengen en een opwaartse druk op de koers? Hier wreekt zich dat de geldcirculatie nog maar voor een deel met de reële economie van doen heeft en voor een groter deel in beslag genomen wordt door de virtuele markten van derivatives. Veel van ons geldverkeer speelt zich tegenwoordig af in de computers van de whizzkids bij de trading banken. Die opereren nog steeds met blanco checks van onze overheden. Ze kunnen met onze garanties ongestoord blijven speculeren en dat doen ze ook om de winsten te genereren, die ze nodig hebben om hun ongehoord hoge kosten te financieren.
Een paar jaar geleden ging Wallstreet een dag lang onderuit doordat iemand ergens een kommafout gemaakt schijnt te hebben. Het geldverkeer is oncontroleerbaar geworden en zolang we op dat punt geen orde op zaken stellen blijft het vechten tegen de bierkaai.
Pieter Hilhorst vermeldt in een column in de Volkskrant van 4/5/10 een bericht uit de International Herald Tribune dat bij een specifieke controle onweerlegbaar bewijs werd geleverd dat 98% van een groep rijke Griekse belastingbetalers fraude pleegde. Dat is wel opmerkelijk maar niet vreemd. Als het systeem fraude toelaat dan wordt er fraude gepleegd. Als iedereen het doet en er mee weg komt dan ben je een dief van je eigen portemonnee als je niet mee doet. Op dezelfde manier hebben de Griekse vakbonden hun cliënten aan wie ze overheidsbaantjes uitdelen en brengen die overheidsbaantjes vervroegde pensioenen mee waar onze vutregelingen bleek bij afsteken. Als de overheid niet in staat of bereid is fraude te bestrijden dan wordt er fraude gepleegd. Dat is de consequentie van de enige gedachte van Marx die ooit hout heeft gesneden.
Wat verwonderlijk is, is dat de West Europese landen dit niet hebben gezien voor ze Griekenland en soortgelijke Turkse erflanden toelieten tot de EU en tot de Euro. In Brussel heerst de ideologie en is het verstand op nul gezet. Een andere conclusie is er niet.
Het wordt tijd dat de EU tot bezinning komt. De onverantwoorde vlucht naar voren, waarbij landen tot de economische unie zijn toegelaten die daar nog in geen decennia aan toe waren is bezig stuk te lopen. De gedachte dat zij zich wel zouden aanpassen als ze eenmaal lid zouden zijn blijkt onjuist. Griekenland is de eerste maar niet de laatste. Het wordt hoog tijd om te reorganiseren. Als we niets doen gaat het fout.
Het evident dat de West Europese landen een nieuwe Unie moeten vormen met een nieuwe munt. Of Frankrijk en de Iberische landen daartoe kunnen toetreden lijkt al een vraag te zijn. Per saldo denk ik wel, maar Italië waarschijnlijk niet. Het ondervindt daarvoor te veel economische nadelen van een harde munt. Slovenië, Tsjechië, Polen en de Baltische landen wel, maar Roemenië, Bulgarije en andere Balkanlanden niet. Hongarije en Kroatië zijn twijfelgevallen. Van de gelegenheid moeten we gebruik maken om die malle achttiende-eeuwse organisatie van de unie te laten vallen. Geen Europees parlement meer en geen centrale Brusselse bureaucratie. Aparte organisaties voor alle transnationale problemen die we gezamenlijk met andere Europese landen willen aanpakken en een raamverdrag om dat mogelijk te maken. De geesten zijn daar nu nog niet rijp voor maar dat komt wel.
De introductie van de Euro was indertijd een hachelijke onderneming, een soort vlucht naar voren. Niet vanwege de prijsstijgingen die het gevolg zijn geweest, dat was een tijdelijk effect en ze vielen per saldo eigenlijk wel mee. Het gaat om het vertrouwen in de munt. Het vertrouwen in de munt is een hoeksteen van de samenleving en het vertrouwen in de Euro moet nog worden verdiend. Als dat niet lukt hebben we met een maatschappelijke ramp op wereldschaal te maken.
De redenen voor de invoering van de Euro hadden te maken met een gemeenschappelijk vertrouwen in de toekomst van Europa. De integratie van de Europese economieën had een nieuwe impuls nodig en een gezamenlijke munt was een krachtig symbool voor onomkeerbare Europese eenheid. Het vergemakkelijkte het afhandelen van transacties al moet dat effect niet worden overdreven. Voor het intra-Europese goederen- en dienstenverkeer was een gemeenschappelijke munt strikt genomen niet nodig, daarvoor waren vaste wisselkoersen voldoende geweest. Alleen, was de vraag, zouden zonder gemeenschappelijk economisch beleid de vaste wisselkoersen op den duur te handhaven zijn? De Euro zou de lidstaten dwingen hun economische beleid op elkaar af te stemmen dachten Duisenberg c.s. en dat was eigenlijk het belangrijkste argument voor de invoering, de vlucht naar voren dus.
Men heeft ter ondersteuning van een gemeenschappelijk economisch beleid een aantal maatregelen genomen, waaronder twee die essentieel waren: een belangrijk economisch instrument, de bepaling van de rentevoet, werd uit handen van de nationale regeringen genomen en bij het bestuur van de Europese Bank neergelegd; afgesproken werd verder dat de jaarlijkse begrotingstekorten in de lidstaten zouden worden beperkt tot drie procent.
De eerste maatregel is tot dusver een succes gebleken. Ondanks de druk van Frankrijk om de rente op de groei van haar economie af te stellen heeft de bank voet bij stuk gehouden en inflatiebestrijding als belangrijkste doelstelling gehanteerd in haar rentebeleid. Voor landen die gewend waren om hun binnenlandse sociale politiek de ondersteunen met periodieke devaluaties van hun munt was dat een tegenvaller. In plaats daarvan kregen ze tekorten op de betalingsbalans en druk op verhoging van de belastingen of snijden in de kosten van het ambtenarenapparaat. Griekenland is een extreem voorbeeld, maar Griekenland is niet de enige lidstaat waar dit voor geldt.
De tweede maatregel, die de basis vormt voor de eerste, blijkt niet te werken. Frankrijk heeft meer dan drie jaar achtereen een te groot begrotingstekort gehad en de Europese commissie, die voor de sancties op dit onderdeel van het beleid verantwoordelijk is, durfde of kon tegen deze superlidstaat geen maatregelen te nemen. Voor Duitsland geldt intussen hetzelfde. Dat is veel ernstiger dan het publiek en de media lijken te begrijpen. De markt begrijpt het wel want de langjarige renten stegen toen bleek dat van een disciplinair ingrijpen tegen de Europese grote mogendheden geen sprake zou zijn. Daarvoor is geen andere verklaring te geven dan dat het langere termijn vertrouwen in de Euro een knak had gekregen. Dat de Euro nu in waarde daalt tegenover de dollar, met Amerika’s waanzinnig grote tekort op de handelsbalans is omineus.
Dat gebrek aan vertrouwen is terecht. Het is niet goed voor te stellen hoe een gemeenschappelijke munt en een gemeenschappelijk rentebeleid in stand kan blijven als het economisch beleid in de Eurostaten niet beter op elkaar wordt afgestemd. Maar als de lidstaten terugkeren naar een eigen munt is de invoering van de Euro een middel gebleken dat erger is dan de kwaal. Het verlies van de Euro kan gemakkelijk aan een verdere economische en politieke integratie een einde maken en de Europese Gemeenschap reduceren tot een tolunie. Niet ondenkbaar is ook dat de Unie in een paar delen uiteen zal vallen, waarmee ook de belangrijkste verworvenheid van de EEG, de Europese vredesgemeenschap weer op losse schroeven zal komen te staan.
Een terugkeer naar een eigen munt is onvermijdelijk als op langere termijn de economieën uit elkaar groeien. Frankrijk is een machtig land binnen de Unie. Het historische gebrek aan begrotingsdiscipline van Frankrijk en een onvermogen om nee te zeggen tegen sterke interne lobby’s, vooral tegen de vakbonden, is een gevaar voor de rest van Unie.
Het is onvermijdelijk dat in haar kielzog ook een aantal andere Eurolanden het met de discipline minder nauw zijn gaan nemen, zoals tot ieders verbazing een paar jaar geleden ook met Duitsland het geval bleek te zijn.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, geld en economie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s