Godsgeloof.

De zekerheid die sommige mensen hebben over het bestaan van god komt, zegt men, voort uit het gevoel niet alleen te zijn op de wereld en ook uit de mogelijkheid om gelukkig te zijn. Hoe zou iemand immers gelukkig kunnen zijn als het leven zinloos is en hoe is een leven zin te geven zonder een god? Maar dat is geen godsbewijs, dat is wishful thinking.

De rationele godsbewijzen, zoals die van Pascal, zijn tegenwoordig niet meer serieus te nemen. Dat is anders voor de overtuiging die mensen opdoen uit introspectie.
Als je er bij stil staat, dat deze overtuiging niet voort komt uit de ratio maar uit dat oudere deel van de hersenen, dat mensen met andere dieren gemeen hebben, is het dan mogelijk dat het godsgeloof niet tot mensen is beperkt? Dat ook andere dieren in een god geloven, d.w.z. gelukkig zijn en daarin zijn aanwezigheid bespeuren? Franciscus van Assisi dacht van wel, getuige zijn hagiografieën. Er zijn apocriefe evangeliën die hetzelfde beweren over Jezus van Nazareth.
Mystici die met god communiceren via hun gevoelsleven zien vaak een eenheid tussen god en de kosmos waar ieder levend wezen aan deel neemt en zijn op die grond overtuigd van het deelnemen van dieren aan het godsleven, zij het op een minder bewuste manier dan mensen. Die gradaties in bewustzijn gelden overigens ook voor de mensen onderling en die zouden de relaties met de godheid niet aantasten of minderwaardig maken.

Zou de gedachte dat dieren deelnemen aan de wetenschap van Gods bestaan een reden zijn om anders met ze om te gaan dan tot nu toe gebeurt?

Met dieren wordt vanouds op drie verschillende manieren omgegaan, als huisgenoten, vee en prooi. Deze omgang sluit respect niet uit. Het behandelen van dieren als medeschepselen dwingt niet tot vegetarisme en maakt het leven van dieren ook niet heilig of onaantastbaar. Dit geldt misschien op dezelfde manier voor het leven van mensen, al denken wij humanisten daar tegenwoordig anders over. In veel niet-westerse culturen is het verschil tussen mens en dier gradueel, d.w.z. sommige dieren verdienen meer respect of staan ons nader dan anderen. Ze krijgen een daaraan aangepaste manier van behandeling. De westerse cultuur van tegenwoordig is misschien wel de enige die dieren als voorwerpen behandelt, als zielloze wezens.

Dit gebeurt met name in de vivisectie en bij de grootschalige veehouderij. Hierbij wordt vaak met dieren omgegaan zonder met hun belangen als zelfstandige wezens rekening te houden. Voor wie godgelovig is kan hier een belediging van de schepper in liggen. Bij vivisectie vindt het doden en beschadigen van dieren plaats om uiteenlopende redenen. Vaak uit honorabele medische redenen, die als dringend worden ervaren. De moderne grootschalige veehouderij is puur commercieel en verdient daarom minder consideratie dan de medische vivisectie.

Het lijkt zo te zijn dat het geloof in een god en het besef dat andere wezens dan mensen op soortgelijke manier in de evolutie zijn ontstaan, tezamen dwingen tot een heroverweging van de manier waarop in de moderne beschaving met dieren wordt omgegaan.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in evolutie, geloof. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s