De Zeven Provinciën.

Macht dient te worden getemperd door recht en door verdraagzaamheid voor minderheden. Dat zijn belangrijke kenmerken van de democratische regeringsvormen die in Europa en de rest van de westerse wereld zijn ontstaan. De Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën staat aan het begin van deze ontwikkeling.
De staatsinrichting van de Republiek was gebaseerd op de Unie van Utrecht van 1579. De Unie was een bondgenootschap tussen het Graafschap Zeeland, het Graafschap Holland, het Hertogdom Gelre, de Heerlijkheid Utrecht, de Heerlijkheid Friesland, de Heerlijkheid Overijssel en Groningen met Ommelanden. Ook het Landschap Drenthe en een aantal zelfstandige steden traden toe tot het bondgenootschap, maar de Unie bleef officieel de Zeven Provinciën heten. Van het Nederland van tegenwoordig hoorden Brabant en Limburg er niet bij. Dat waren de z.g. Generaliteitslanden, veroverde gebieden, die als wingewesten weren behandeld.
Doel van de Unie was de verdediging tegen de troepen van de landsheer, die koning van Spanje was. Zij was niet bedoeld als grondwet, maar had wel iets van het Verdrag van Lissabon, iets vaag constitutioneels in elk geval.
Het heeft ongeveer een eeuw geduurd voor tussen de diverse onderdelen en organen van de republiek de machtsverhoudingen definitief waren vastgesteld. Nog een eeuw later kon dit eindresultaat weer ad actas worden gelegd, toen was het al weer geschiedenis geworden.
In de tussentijd was de Republiek een van de grote mogendheden van Europa geweest en een tijd lang ook het centrum van een nieuwe verlichte beschaving, gebaseerd op ratio en wetenschap en op onderlinge verdraagzaamheid tussen godsdiensten.
Omdat de Unie in eerste instantie een militair bondgenootschap was, werden het commando over de troepen en de financiering van het leger en de vloot bij voorrang geregeld. De prins van Oranje was de stadhouder. Omdat men streed tegen de landsheer was hij de facto de hoogste machthebber en opperbevelhebber van leger en vloot. De provincie Holland was de belangrijkste financier. Holland was met afstand de machtigste provincie van de zeven, maar het moest de andere provincies wel steeds van haar inzichten kunnen overtuigen om die door te kunnen voeren. Omdat de koning van Spanje van het alleenrecht van de katholieke godsdienst het uitgangspunt had gemaakt voor zijn strijd tegen de Verenigde Provinciën, was het calvinisme de vlag waaronder de strijd aan de andere kant werd gevoerd. Dat betekende niet dat de meerderheid van de bevolking calvinistisch was, maar een oorlog werkt nu eenmaal bipolariteit in de hand. Het protestantse geloof in zijn strengste vorm werd naast de koorden van de beurs, de kussens van de Raad van State en des prinsen stalen kling[1] de vierde machtsfactor in de Republiek.
De terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt en de gevangenneming van een aantal andere regenten, die in heel Europa afschuw hebben gewekt, was mogelijk geworden doordat de Pruisische prins Maurits bereid was zijn buitenlandse leger binnenslands in te zetten. Daarnaast ook door het verzet dat altijd latent aanwezig was in de andere provincies tegen de dominantie van Holland en door de gelijktijdige strijd tussen twee richtingen in de protestantse kerk, de remonstranten en contraremonstranten, die de emoties bij de bevolking hoog had laten oplopen.
Maurits, die een criminele natuur geërfd had van zijn moeder, maakte van zijn macht een rechtstreeks gebruik en deed geen enkele moeite om tegenstanders te overtuigen. Zijn halfbroer Frederik Hendrik, die hem opvolgde, deed dat veel beter. Hij sloot compromissen met de tegenstanders van het stadhouderlijk bewind en heeft de ondergang van de Republiek weten af te wenden, die onder Maurits gevaarlijk dichtbij leek te komen. Van Oldenbarnevelt zelf en zijn latere opvolger Johan de Witt waren meesters in het indirect aanwenden van macht. Altijd waren zij bereid andere spelers op het politieke toneel de ruimte te geven, zolang daardoor hun hoofddoel, het welzijn van de Republiek, niet in gevaar werd gebracht. Ook Frederik Hendrik was een volleerd politicus, maar zoals de meeste leden van zijn huis gaf hij aan dynastieke belangen als regel de voorrang boven die van de Republiek. De stadhouderloze tijdperken zijn niet voor niets hoogtepunten geweest in de Gouden Eeuw. De verdraagzaamheid van de burgerlijke machthebbers en de macht die altijd getemperd werd door een besef van de belangen en de rechten van anderen, maakten het bewind van de regenten tot een unicum in het Europa van de zeventiende eeuw en tot een voorbeeld voor de democratische regeringsvormen die eerst in Amerika en na de Franse revolutie ook in Europa de norm zijn geworden.

[1] Zie ‘Op de Ionghste Hollantsche transformatie’ of Gommer en Armijn te Hoof van Joost van den Vondel.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s