De kiezers van de Tegenpartij.

Ik ken mensen die op Wilders stemmen, niet op grond van onderbuik gevoelens, maar uit wanhoop dat het ooit nog iets zal worden met de overheid die we nu hebben. Niet alleen met de PvdA, maar met het hele systeem, waar de gevestigde partijen alleen maar een aanhangsel van lijken te vormen. Neem alleen al het taalgebruik van die overheid! En de bureaucratische onmacht waarmee ze van de ene in de andere misser terecht komen!
Meer dan vijftig procent van de lezers van NRC en Volkskrant bekent dat ze op linkse partijen stemmen! Een soortgelijk onderzoek onder ambtenaren en andere door de overheid betaalde lieden zou waarschijnlijk geen ander resultaat opleveren. De Nederlandse elite, als ik daaronder mag verstaan degenen die onze regels maken en die ons voorlichten, is links. Links en anti-Wilders. De Wildersstemmers aan de andere kant zijn anti-elite en verder is er weinig dat hun bindt. Ik heb begrip voor de kritiek van de PVV, maar ik voorzie verder weinig heil voor onze samenleving van de partij van Wilders.
Het rationele deel van zijn aanhang, dat duidelijke en terechte bezwaren heeft tegen de manier waarop dit land bestuurd wordt, zou over zijn anti-overheidshouding toch nog eens goed na moeten denken. Niet dat ze het verkeerd zien dat de overheid het slecht doet, maar het praktische alternatief voor de overheid die we nu hebben is waarschijnlijk niet een die beter georganiseerd zal zijn en die van utopieën afstand neemt. De samenleving is niet maakbaar, niet door de Volkskrant maar ook niet door Wilders. De politiek kan wel wat doen om de samenleving te veranderen maar als men zijn idealen wil gaan verwezenlijken pakt het altijd anders uit dan bedoeld. Het zal blijken dat het ook voor de Wildersaanhang geldt. Concrete, praktische verbeteringen. Dat kan en het is ook belangrijk dat die er komen. Maar die heeft voor zover mij bekend momenteel niemand op zijn programma staan.
Pim Fortuijn heeft ons twaalf jaar geleden laten zien hoe het met een PVV- achtige partij fout kan lopen. De Lijst Pim Fortuijn viel na zijn dood weer even snel uit elkaar als hij was ontstaan. En dat was maar goed ook, want uit hun optreden in de Kamer en de regering was gebleken dat ze er niets van bakten. Ze hadden geen duidelijke plannen en wat er aan ideeën van Fortuijn op schrift stond werd na zijn dood door zijn voormalige aanhang volkomen genegeerd[1]
Het blijft intussen waar, wat Fortuijn zei, dat de overheid die we hebben te kort schiet en dat de regering de controle over het apparaat lijkt te zijn kwijtgeraakt. Ik geef daarvan twee, niet eens zulke belangrijke voorbeelden.
Wie er een studie van wil maken kan zonder moeite leven van alle subsidies die verkrijgbaar zijn en niet voor hem zijn bedoeld. Dat, terwijl doorgaans de doelgroep zelf van het bestaan van de subsidiemogelijkheid niet af weet. Het is allemaal te ingewikkeld en te ondoorzichtig. Dat er op grote schaal misbruik wordt gemaakt van subsidies, toeslagen en uitkeringen ligt dan voor de hand. Het kan en dus gebeurt het. Het ergert mensen die het zien maar niemand doet er wat aan.
Tweede voorbeeld. Het kan iemand tegenwoordig overkomen dat hij een brief naar een overheidsinstantie stuurt, gewoon naar het adres uit het telefoonboek dat ook op de internet site staat en dat hij hem dan onbestelbaar terugkrijgt. Opbellen hoe het zit helpt niet, want je komt niet bij de betrokken instantie maar bij een call centre terecht. Daar weten ze zulke simpele dingen als adressen niet. Ze kunnen je wel doorverbinden met een andere instantie en hup, voor je ja of nee kunt zeggen sta je in de wacht en wordt na tien minuten de verbinding verbroken.
Dat zijn de zaken die veel mensen meer dwars zitten dan politieke besluiten waar ze het niet mee eens zijn. De politiek schijnt niet meer te begrijpen dat ze in de ogen van de burgers de vertegenwoordigers zijn van de overheid. Het is de politiek die voor het doen en laten van de overheid verantwoordelijk wordt gehouden omdat die nu eenmaal pretendeert de overheid aan te sturen. Maar wat al die geërgerde mensen zich op hun beurt onvoldoende realiseren is dat het allemaal nog veel erger kan en waarschijnlijk ook erger worden zou, als de aanhang van Wilders aan de macht zou komen.
Daarbij denk ik niet aan het gevaar dat Wilders de controle over zijn eigen partij zou verliezen, zoals ooit iemand in de Volkskrant veronderstelde. Wie de statuten van zijn beweging erop naleest en Wilders ziet opereren komt snel tot de conclusie dat hij in dat opzicht verstandiger is dan Fortuijn en Verdonk. Maar zijn fraktie blijft natuurlijk wel een allegaartje en erg kwetsbaar voor een aanslag of een andere vorm van defungeren van haar leider.
Een partij die alleen maar ‘tegen’ is werkt op den duur niet goed. Dan is er te weinig dat de leden en kiezers bindt. Politieke partijen zijn er niet voor niets. Een partij vertegenwoordigt als het goed is een grote bevolkingsgroep waarin aanwijsbare ideeën leven. Haar leden streven dan gedisciplineerd bereikbare doelen na, die samenhangen met die ideeën. Zijn de individuele partijleden niet gedisciplineerd en werken ze niet binnen het partijverband dan verliezen ze hun invloed, worden niet meer op verkiesbare plaatsen gezet en verdwijnen van het toneel. Ze mogen wel persoonlijke doelen en ambities hebben, maar alleen binnen het kader van de ideeën van de partij. Dat maakt partijen berekenbaar en zorgt ervoor dat er verband blijft bestaan tussen de overheid en de diverse bevolkingsgroepen die door de politiek worden vertegenwoordigd.
De politieke partijen moeten op essentiële punten kunnen bepalen wat de overheid doet en de band tussen de partijen en hun achterban moet blijven bestaan. Als het ergens aan schort tegenwoordig dan is het dat aan die twee voorwaarden niet meer wordt voldaan.
De partijen zijn het contact met de eigen doelgroep kwijtgeraakt. De doelen waarvoor ze ooit zijn opgericht zijn bereikt of hebben hun relevantie verloren. Nieuwe, vervangende doelen hebben iets kunstmatigs. De mensen lopen er niet warm voor. Voor de kiezer zijn politieke partijen waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken niet meer van groot belang. Ze stappen gemakkelijk over op een andere partij en voelen tegenover geen ervan veel loyaliteit. In plaats van een hechte band met de achterban aan wie ze stemmen danken, ontwikkelen partijen een band met de omgeving waarin ze werkzaam zijn, d.w.z. met Den Haag. De mensen met wie Kamerleden en ministers dagelijks verkeren zijn de hoge ambtenaren, de journalisten, de vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties en de leden van bestuursorganen en colleges.
Dat hele conglomeraat vormt de wereld waarin de politici leven en waarbinnen ze hun carrière maken. Ze denken dat dit de echte wereld is, maar dat is niet zo. Die Haagse saamhorigheid brengt mee dat een VVD’er en een PvdA’er meer begrip hebben voor wat de ander beweegt dan voor hun kiezers.
Plasterk probeerde ooit een verklaring te geven aan dat verschijnsel: ‘De partij is het contact met de achterban uit de volkswijken verloren doordat ze voor een belangrijk deel bestaat uit hoogopgeleide mensen’, zei hij. Maar dat was de reden niet. Pieter Jelles Troelstra en Domela Nieuwenhuizen waren net zulke hoog opgeleide mensen als Plasterk en hadden ook meer gemeen met de dominees en advocaten om hen heen dan met het proletariaat dat ze vertegenwoordigden. Daar zit het hem niet in.
Het probleem speelt bovendien niet alleen bij de PvdA, maar bij alle partijen met een traditionele achterban. De PvdA roert zich meer dan het CDA en krijgt meer publiciteit, maar beiden krijgen even harde klappen van een ontevreden publiek. Zij vertegenwoordigen het bestel en hebben de meeste leden onder de functionarissen in Den Haag. En de bezwaren van de bevolking zijn gericht tegen Den Haag.
Bij een vorige kabinetsformatie constateerde het CDA meteen na de verkiezingen dat er met de SP niet te regeren viel als je de verkiezingsprogramma’s van de twee partijen vergeleek. Dat was op zich wel juist, die twee waren onverenigbaar, maar dat gold even hard voor de programma’s van andere partijen die vervolgens toch samen zijn gaan regeren.
Wat alle partijen in hun programma’s hadden behoren te zetten en waar ze zich allemaal op zouden moeten kunnen verenigen is een revisie van de overheid met als doel het land weer daadwerkelijk regeerbaar te maken. Dat is wat veel mensen in het land zouden willen en wat populistische[2] partijen als de PVV en de SP overbodig zou maken.

[1] Twee voorbeelden: Fortuijn was er voorstander van om nieuw geld in onderwijs en zorg alleen te voteren als eerst was uitgezocht wat nieuw geld aan positiefs zou kunnen doen, omdat hij vreesde dat de organisatie in deze overheidsbureaucratieën zo onder de maat was dat het weggegooid zou blijken. Hij was er daarnaast voorstander van om het kabinet te beperken tot vijf of zes superministers met zware ministeries en de overige kabinetsposten en ministeries af te schaffen. Hij wilde ze vervangen door doelorganisaties die op een projectbasis zouden worden georganiseerd. De belangrijkste zouden een politieke leiding moeten krijgen van staatssecretarissen en de overige een ambtelijke leiding. Het personeel zou niet in permanente overheidsdienst moeten komen maar voor de duur van het project moeten worden ingehuurd. Interessante gedachten, waar niets mee is gedaan.
[2] Onder populistisch wordt hier verstaan democratisch en gericht op de volkswil, maar met doelstellingen waar de spreker bezwaren tegen heeft.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in overheid, politiek. Bookmark de permalink .

Een reactie op De kiezers van de Tegenpartij.

  1. Guus Bierman zegt:

    Volg Thierry Baudet in de kamer debatten en je krijgt nog hoop . !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s