Fascisten en andere scheldwoorden.

Het slordige gebruik van de woorden fascist, nazi, oorlogsmisdadiger en terrorist als scheldwoord maakt dat de historische betekenis van die woorden voor veel mensen onduidelijk is geworden.

Ik wil proberen van ieder van die woorden een definitie te geven die zo dicht mogelijk ligt bij hun oorspronkelijke historische betekenis.

1. Fascist, lid van de partij van Musolini in Italië, aanhanger van de leer van de corporatieve staatsgedachte, die beoogde de tegenstellingen tussen de klassen in de samenleving op te heffen met een door de staat georganiseerde samenwerking tussen de diverse geledingen in de samenleving; nationalistisch, antidemocratisch en antisocialistisch, met nadruk op een eenhoofdige leiding van de partij (duce) en de leiding van de staat door de partij.

In Spanje bestond een fascistische partij, de Falange, die een zekere rol gespeeld heeft in de Spaanse burgeroorlog waar ze meevocht aan de zijde van Franco. In de Spaanse regering na de burgeroorlog heeft de Falange nooit een rol van betekenis gespeeld. De Spaanse staat was niet corporatief en werd het ook niet, maar stond wel onder eenhoofdige leiding. Zij was antidemocratisch maar meer nog anti marxistisch. Franco was reactionair katholiek en autoritair, maar is nooit een falangist of fascist geweest. Franco ontving steun voor zijn revolutionaire oorlog van het fascistische Italië en het nazistische Duitsland, terwijl zijn tegenstanders steun kregen van de Komintern en van veel sociaal democraten uit Europa en Amerika. De propagandamachine van de Komintern bestempelde al haar tegenstanders tot fascisten en de naam is aan nazi’s en Franco-aanhangers blijven hangen. Alleen de naam sociaalfascisten voor de democratisch socialistische partijen is in onbruik geraakt.

2. Nazi, lid van de Nazional Sozialistische Deutsche Arbeiterpartei, aanhanger van de Nationaalsocialistische staatsbeschouwing, waarin de rassenleer, nationalisme en het primaat van het volk boven de staat een belangrijke rol speelden: anti-parlementair en antidemocratisch, eenhoofdige leiding van de samenleving.

Na de machtsovername werd de partij maar een van de machtcentra in de samenleving en niet de belangrijkste. Hitler regeerde alleen en speelde, de partij, de geheime politie, de SS, het leger en het ambtenarenapparaat tegen elkaar uit. De SA, het apparaat dat een belangrijke rol had gespeeld bij het veroveren van de straat op de communisten en van de staat op de democraten, werd afgedankt. Hitler was een socialist in die zin dat hij het kapitalisme onder staatscontrole bracht en de rangen en standen in de samenleving doorbrak. De sterk hiërarchische Duitse samenleving werd door hem afgebroken en is ook na de oorlog niet meer teruggekomen.

3. Een oorlogsmisdadiger is iemand die zich tijdens een oorlog niet houdt aan de oorlogsregels als geformuleerd in de conventies van Genève of tijdens de processen van Neurenberg. Meer in het bijzonder gaat het om bewuste overtredingen van belangrijke mensenrechten als middel om militaire doelen te bereiken. Genocide, of vernietiging van bevolkingsgroepen, is de meest bekende en vervolgde oorlogsmisdaad.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ideologie, maatschappelijk, oorlog. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s