Burgerschap vroeger en nu.

Toen Constantijn de Grote in de vierde eeuw de zetel van zijn rijk verplaatste naar Byzantium en hij het christendom als staatsgodsdienst invoerde, was Rome niet langer het centrum van het rijk en het Romeinse patriottisme niet langer het heersende ethos.
De politeia van de klassieke tijd heeft na Constantijn een slag van 180 graden gemaakt: De moderne Grieks-Romeinse samenleving was terug bij het ouderwetse Aziatische despotisme dat bij Salamis en Gaugamela voorgoed verslagen leek te zijn.
De res publica van Cicero is niet onze staat, zoals die door de Duitse staatsrechtgeleerden werd gedefinieerd. Het is de gemeenschap waaraan in de oudheid een groot deel van het ego van de individuen en heel hun begrip deugd verbonden was. Ankersmit onderscheidt in zijn inleiding twee verschillende waardesystemen in de oudheid, die men er in het publieke en het private leven op na zou houden en hij kent aan elk van de twee een eigen logica toe. Die twee soorten logica zijn een uitvinding van de hooggeleerde zelf. Twee verschillende waardesystemen voor publiek en privaat leven kunnen in de zelfde samenleving niet bestaan. De deugden die de dienaren van de staat volgens Ankersmit horen te hebben zijn rechtvaardigheid en een gevoel voor het algemeen belang. Deze twee eigenschappen zijn zeker onderdeel van de ethiek uit de Oudheid. Maar dat privé personen alleen maar ‘aardig’ zouden hoeven te zijn en verder hun eigen belang zouden kunnen dienen hoort daar aan de andere kant weer duidelijk niet toe. Waar Ankersmit dat bij Ulpianus heeft gevonden zegt hij niet en ik vraag het mij af. In de digesten tekst staat het niet. Krijgt het eigen belang van de burger in de staat de overhand, vervolgt hij, dan volgt corruptie, omkoopbaarheid, bedrog, oplichting en onrechtvaardigheid.
Die gedachtegang heeft hij niet van Ulpianus of van welke andere Romein dan ook. Er is maar één vorm van virtus in de oudheid en die is op het publieke leven gericht. Virtus of deugd omvatte, goed beschouwd, een lijst van de benodigde eigenschappen voor publieke functies. Aardigheid en eigen belang kwamen op die lijst niet voor en een onderscheid tussen publiek en privaat werd voor deugden niet gemaakt.
Het onderscheid tussen publieke en private belangen was in de oudheid en ook in de Middeleeuwen veel minder duidelijk dan tegenwoordig. Ambten waren een bron van macht en inkomen en in de middeleeuwen een vermogensbestanddeel en deel van iemands erfenis. Omgekeerd werd men geacht zijn privévermogen in te zetten voor het publieke belang als dat nodig was. Een beroep daarom op de oudheid als inleiding op een pleidooi voor een duidelijker scheiding tussen publiek en privaat belang is niet echt voor de hand liggend. Men kende in de oudheid en de middeleeuwen nu eenmaal het individualisme niet, dat in onze humanistische wereld zo de boventoon voert. Het publieke belang was in de oudheid het enige belang dat telde.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s