Ankersmit.

Tien jaar geleden stond in de NRC een artikel van Steven de Jong, redacteur van die krant. Het ging over de relatie tussen ambtenaren en burgers en het verschil tussen de belangen van individuele burgers en het algemeen belang. Dat artikel wordt ingeleid door de hooggeleerde Ankersmit uit Groningen met een wat kleiner artikeltje, dat ik hier met U wil bespreken. Ankersmit is (was) hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de RUG.
Zijn inleiding begon met een onderscheid dat Ulpianus (170-223 a.D.), zou hebben gemaakt tussen staat en samenleving en tussen het publieke en het private belang. Dat is een anachronisme. Dit soort onderscheiden bestond in die tijd nog niet. Het begrip staat kennen we pas sinds eind zeventiende eeuw en het is een idee van Franse oorsprong. L’état c’est moi, zou Louis le Grand hebben gezegd en daarmee hebben bedoeld dat koningschap en uitvoerende macht in Frankrijk samenvielen. Eerder verwees stand of état naar de adel, de geestelijkheid of de burgerij. Het begrip staat zoals we dat tegenwoordig gebruiken is van negentiende-eeuwse Duitse oorsprong. Kelsen en Von Savigny hebben het geformuleerd.
Waar Ankersmit hier staat zegt, bedoelt hij het begrip res publica van Cicero, iets dat meer lijkt op het Engelse common wealth dan op ons begrip staat. De betekenis van het begrip ligt ergens halverwege tussen samenleving en staat in. De staat is de rechtspersoonlijkheid van de overheid of, als U het niet-juridisch wilt uitdrukken, de staat is de centrale overheid die handelend optreedt . Res publica is iets dat tussen de begrippen samenleving en staat in ligt. De officiële kant van de samenleving of het openbare leven is waarschijnlijk de beste vertaling. Het heeft niet alleen politieke, maar ook religieuze en andere openbare aspecten. Alles wat in de publieke ruimte gebeurde en een min of meer officieel karakter had.
Wanneer men onder samenleving verstaat de groep mensen die voor hun overleven van elkaar afhankelijk zijn dan was de samenleving, naar de opvatting van de Grieks Romeinse wereld van Ulpianus, de stadstaat. Dat klinkt op het eerste gehoor wat raar. In 200 a.D. was het al honderd jaar na Trajanus en reikte het Imperium Romanum van de Donau en de Rijn tot aan de Eufraat en de Kaukasus, maar niettemin: Romeinen zagen de stad Rome als hun samenleving. De rest van het rijk hing er maar zo’n beetje bij.
In Griekenland was de polis, de stadstaat, de entiteit die volgens Plato en Aristoteles de kern vormde van het leven van een mens. Daar gingen zij trouwens niet zo diep op in, want het sprak in hun tijd van zelf. Het besef dat een mens zonder stad maar een half mens was leefde toen sterk. Perioiken en metoiken, de vreemdelingen die naast de burgers in een stad woonden, waren wel meer waard dan vrijgelatenen en slaven, maar het waren nog beslist geen burgers . Alleen burgers van een stad waren in de ogen van Grieken en Romeinen volwaardige mensen. Zij vormden tezamen hun stad en zij stelden hun leven in dienst van die gemeenschap.
De het onderscheid tussen samenleving en staat dateert uit de moderne tijd. De Romeinen en Grieken kenden haar niet. Urbs of civitas- polis of politeia – is de verzameling van burgers (cives) die tezamen een stad vormen. De Civitate Dei van Augustinus wordt in het Nederlands terecht vertaald als De Stad van God, terwijl dat boek toch gaat over het Rijk Gods dat komen gaat. Men kende in de Oudheid nog andere vormen van samenleving dan de polis, koninkrijken zoals men die bijvoorbeeld in Azië had, maar daar moesten de Grieken en Romeinen niets van hebben. Voor hen gold de eigen stad als de enige vorm van fatsoenlijk bestaan voor vrije mensen.
De emoties die Brutus en Cassius inspireerden bij hun moord op Julius Caesar kwamen voort uit hun terechte vrees dat de laatste bezig was te zagen aan de wortels van hun samenleving. Maar Caesar zaagde al aan een dode boom. De Stad Rome waar de aanslagplegers voor in het krijt traden bestond niet meer als een zelfstandige samenleving sinds de tijd van de Gracchen en Scipio Africanus. De Punische oorlogen en de verovering van het Middellandse Zeegebied hadden Rome met taken opgescheept die met de organisatie van de stadstaat niet meer verricht konden worden. Toch bleef Ulpianus en bleven de keizers en de burgers van Rome nog eeuwen na Christus Rome zien als de kern en de rest van de wereld als het aanhangsel. En wanneer de paus van Rome met Pasen of Kerstmis zijn Zegen Urbi et Orbi uitspreekt, dan is dat een laatste overblijfsel van die gedachte. Stad en wereld, de kern en het omhulsel.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s