De samenwerking moet doelgerichter.

Frankrijk zei in 2005 het vertrouwen in de eigen regering en in Europa op en deed dat voor er in Nederland gestemd ging worden over de Europese grondwet.

In Brussel werd besloten dat het ratificatieproces gewoon door ging en dat wij in Nederland dus de woensdag erna nee mochten gaan stemmen. Luxemburg had vóór de stemming al aangekondigd dat zij niets zagen in een Europa zonder Frankrijk. Engeland had bij monde van haar minister van buitenlandse zaken verklaard dat haar plannen over een referendum waren opgeschort tot er overleg was geweest in de Europese ministerraad. Geen sprake van dat daar nog ja gestemd ging worden tegen de Europese grondwet, leek me.

Daarmee was de grondwet definitief van de baan en was ook de vraag of er heronderhandeld ging worden al met ja beantwoord. Niet over de verworpen Giscard grondwet. Het kon geen aanpassing meer worden op ondergeschikte punten, dat was duidelijk. Het is de Europese samenwerking die nu opnieuw overdacht moet worden en vorm gegeven op een manier die recht doet aan een Europe des Patries[1].

Het lijkt toch onvermijdelijk dat met het Franse non het idee van een federatie gesneuveld is en dat het Europese parlement daarmee zijn bestaansrecht heeft verloren.
Het geldverslindende parlement met zijn leger van tolk-vertalers en zijn pendeldienst tussen Brussel en Straatsburg, het parlement waarvan de uitgaven nog nooit een goedkeurende verklaring hebben gekregen van de Europese Rekenkamer, het is nooit iets anders geweest dan een zoenoffer van de lidstaten aan een verkeerd begrepen Europese democratie.
In feite is ook het parlement een bureaucratische machine, die nergens toe dient. Ook daar is het navelstaren en ruzies met andere Europese instellingen. Het behandelt onderwerpen die als regel niemand interesseren behalve de Eurocraten zelf. Echte Europese beslissingen worden genomen in de ministerraad en na de verwerping van de grondwet is dat zo gebleven. Het parlement was een wissel op een toekomst die er niet meer komen ging en het beste zou zijn als het opgeheven zou worden. Weg!

Over één ding zijn de Europeanen het in grote meerderheid wel eens: er zijn problemen die Europese landen niet meer op eigen houtje kunnen oplossen en er zijn daarnaast nog meer problemen die beter op nationaal niveau kunnen worden opgelost.
Tenslotte lijkt er nu ook nog een toenemend aantal problemen te zijn die hun ontstaan alleen danken aan het bestaan van Europese instellingen en die we dus kunnen missen als kiespijn.
Misschien zou het een juiste procedure zijn om eerst eens een lijst te maken van de problemen die noodzakelijk in samenwerking moeten worden opgelost en daar dan primair de vorm van samenwerking op toe te snijden.

Het lijkt – om een voorbeeld te geven – dat de specifieke milieuproblemen die de landen aan de Rijn en aan de Donau hebben, heel goed behandeld kunnen worden in een forum waar Spanje geen deel van uit maakt. Het is ook duidelijk dat Nederland niet mee hoeft te doen aan een Europees orgaan voor de Middellandse Zee. Aparte instellingen voor ieder van de gezamenlijke Europese problemen met ieder hun eigen financiering door landen die er belang bij hebben, dat is een betere oplossing dan het verzamelen van rijp en groen onder een overkappende Europese paraplu. Het lijkt logisch dat hoe dringender het probleem hoe gemakkelijker overeenstemming kan worden bereikt over samenwerking en het ene probleem hoeft dan niet onder het andere te lijden.

De gemeenschappelijke markt wil in elk geval iedereen graag houden en dat vereist op zich al een pan-Europese aanpak. De markt heeft een gemeenschappelijk douane regime nodig, liefst ook gemeenschappelijke verkeersvoorzieningen. De douane unie moet een gezamenlijk standpunt innemen op de wereldhandelsconferentie en als het kan een gemeenschappelijke munt hebben. Aan de verbetering van de juridische infrastructuur van de Gemeenschap is al ruim twintig jaar te weinig aandacht gegeven en wat er is gebeurd werd in hoofdzaak door het Hof EG gedaan, dat daarvoor de democratische legitimatie eigenlijk iet heeft. Aan het probleem van de immigratie uit derde landen is weinig of niets gedaan, terwijl ook dat een probleem is dat alleen in Europees verband kan worden opgelost, maar waarschijnlijk ook beter regionaal dan pan-Europees.

We kunnen ons dankzij het verwerpen van de grondwet, twaalf jaar geleden al weer, op dit soort belangrijke gemeenschappelijke problemen concentreren in plaats van Europees vast te gaan stellen of loodgieters op ladders mogen klimmen of een gemeenschappelijk fora en fauna regime te bedenken voor heel Europa. Iedereen kan best zorgen voor zijn eigen glazenwassers en de Europese flora en fauna is zo divers dat het niet zinnig is regels centraal te maken die beter ter plekke kunnen worden bedacht.

Een van de majeure problemen waar vrijwel ieder Europees land mee kampt is de veroudering van zijn bestuursapparaat. De bureaucratieën van de meeste landen dateren van rond achttien honderd en zijn niet aangepast aan de moderne wereld[2]. Veel is top down geregeld dat bottom up zou moeten worden aangepakt en ook zou kunnen worden aangepakt nu de communicatie zo verbeterd is. In retrospect is het vooral absurd geweest, dat wij de problemen van een multicultureel en veeltalig Europa centraal zijn gaan regelen met directieven vanuit Brussel, terwijl de nationale staten niet eens behoorlijk centraal bestuurd worden zonder dit soort handicaps. In plaats van uitbreiding van een centrale Europese bureaucratie zou juist naar schaalverkleining moeten worden gezocht. Een opdeling van de grote landen in regio’s die in principe gemakkelijker bestuurbaar moeten zijn, zoals Beieren, Baskenland of Nederland is waarschijnlijk een beter idee dan federalisering van Europa.
Het grote probleem – de referenda wezen dat uit – is de afstand tussen bestuur en bevolking. Er is onvoldoende feedback en onvoldoende verwerking van de informatie die door de bevolking wordt aangedragen in de oplossingen die van boven af worden bedacht.

Een meerjarige discussie zou vooraf moeten gaan aan aanvaarding van een nieuwe basisregeling voor Europese samenwerking door de bevolking. Een goed voorbeeld is de Amerikaanse publieke discussie van Madison, Hamilton e.a., die in de beroemde essayverzameling The Federalist is terug te vinden. Net als de Amerikanen twee eeuwen geleden zouden we ons daarbij op de toekomst en niet op het verleden horen te richten. Grote bureaucratieën die twee eeuwen geleden nodig waren toen de communicatie gebrekkig was lijken in de tegenwoordige tijd eerder een blok aan het been. Een Europese overheid die zou bestaan uit netwerken van gespecialiseerde probleemoplossers, zou een veel aantrekkelijker idee zijn dan een nieuwe centrale overheid.

[1] Die formulering schijnt niet van De Gaulle te zijn, maar werd wel algemeen aan hem toegeschreven, omdat hij naadloos paste bij de door de oude Franse president gevoerde Europa politiek: samenwerking ja, federatie nee.
[2] Nederland heeft bijvoorbeeld provinciale besturen die geen zinnige functie meer vervullen, daar zal iedereen het over eens zijn. Belangrijker is dat veel van de centrale bureaucratieën in Den Haag niet meer nodig zijn, nu de onderlinge communicatie tussen ambtenaren zoveel gemakkelijker is geworden. Nieuwe projectgerichte organisaties met een beperkte duur zouden beter functioneren dan mammoet apparaten waarin de problemen ondersneeuwen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s