Deeltijd werk.

In Nederland werken minder vrouwen dan in andere westerse landen en er is hier opvallend meer deeltijdwerk. De reden is niet dat er in Nederland minder werk zou zijn of dat de vrouwen er slechter zijn geschoold. De scholingsachterstand van vrouwen die er ooit was is intussen meer dan ingehaald. Als goed geschoolde vrouwen zouden besluiten meer te gaan werken kwam er ook meer werk.
De reden waarom vrouwen in Nederland minder werken dan mogelijk zou zijn is dat de samenleving en de werkomgeving er niet op ingesteld zijn. Er zijn te weinig banen die aansluiten op de scholing die vrouwen hebben gehad en die op een voor de hand liggende manier te combineren zijn met het hebben van kinderen, een man en een huishouden.
Vrouwen doen dus behalve deeltijdwerk ook veel werk onder hun niveau en zitten vaak tegen hun zin hele dagen thuis. Ze komen daarmee in een vicieuze cirkel, want een carrièrebreuk aan het begin van hun werkzame leven, wanneer ze pas getrouwd zijn en kleine kinderen hebben, betekent ook dat er aan het begin van de carrière ervaring wordt gemist, waar je moeilijk zonder kunt. Die ervaring en de plaats in je netwerk die je de eerste jaren verwerft zijn essentieel voor de rest van iemands carrière. Het kan daarom ook niet gemakkelijk meer worden opgepakt als later de kinderen groot genoeg zijn.
Werkgevers willen graag het type werkneemster, dat zelf graag een man en kinderen wil hebben. In de eerste plaats is er sowieso een te kort aan goed geschoold personeel maar bovendien brengt dit soort vrouwen iets extra’s in. Een gemengde werkomgeving functioneert beter dan een omgeving van alleen maar mannen of vrouwen. Vrouwen die succesvol een huishouding runnen hebben eigenschappen die ze ook geschikt maken voor het bedrijfsleven. Die hebben verantwoordelijkheidsgevoel en sociale intelligentie, kunnen organiseren en hoofdzaken van bijzaken onderscheiden. Daar is emplooi voor in het bedrijfsleven.
Over wat er in de samenleving en binnen de bedrijven zou moeten veranderen om ze beter geschikt te maken voor jonge vrouwen met gezinnen is te weinig nagedacht in het bedrijfsleven. Op zulke dingen is men niet ingesteld. Het bedrijfsleven is gericht op productie van goederen en diensten en van zich zelf en zijn personeel verwacht de ondernemer dat men zich aanpast aan de door de productie gestelde eisen. Het werk gaat voor en de markt is een harde meester.
Van de sociologen moeten we het ook al niet hebben, want waar die zich ook mee bezig houden, niet met de ordinaire praktische problemen van de samenleving. Het lijkt daarom een taak voor de jonge moeders zelf en voor hun fans met ervaring in het bedrijfsleven om ideeën aan te dragen.
Eerst de problemen. Het belangrijkste probleem is de prioriteitsstelling. Kinderen moeten absolute prioriteit hebben als het er op aan komt en dat krijgen ze als regel ook. Niet alle banen verdragen dat. Wie als vrouw een belangrijke management functie krijgt aangeboden en kleine kinderen heeft moet een moeder of een man hebben die prioriteitstaken overneemt, die alles opzij zet als dat nodig is. Die moet er zijn als de kinderen ziek worden, liefst ook als ze thuis komen van school, als ze weggebracht moeten worden naar sportclubs etc. Is zo’n man of moeder er niet of doen die vrouwen zulke dingen liever zelf, dan zijn ze meestal zo verstandig om die aangeboden managementfunctie af te slaan.
De functie van de vrouw moet te combineren zijn met de functie van de man. Heeft iemand een baan in Saoedie Arabië of in Tietjerksteradeel, dan zal de partner zich moeten aanpassen en een baan in Riyad of Leeuwarden accepteren, of de partner zal die baan moeten opgeven. De een in Amsterdam en de ander in Riyad of Oenkerk is op den duur ontwrichtend voor de relatie en ook daar zijn de meeste vrouwen en mannen in een goed huwelijk te verstandig voor.
Een gezin vereist niet alleen zijn eigen prioriteitsstelling, maar kost ook een niet gering aantal arbeidsuren. Een belangrijke en verantwoordelijke baan, waar een salaris met vijf nullen voor betaald wordt vraagt vaak te veel uren per week. Jonge moeders hebben die uren niet en dit soort banen kan dus niet.
Deeltijd werken heeft ook zo zijn eigen problemen. Heeft men een verantwoordelijke baan, dan is het niet het arbeidscontract, maar het werk zelf dat ritme en tijdsduur bepaalt. Deeltijdbanen in het onderwijs bijvoorbeeld tenderen in de praktijk naar een volle werkweek met deeltijd betaling. Dat komt omdat er zoveel extra werk is in het onderwijs dat moeilijk gedaan kan worden door mensen die al een vol rooster hebben. Die zijn al vaak boven hun kunnen belast. Dat werk komt dus terecht bij de werkende huisvrouw die niet protesteert omdat ze nu eenmaal van haar werk houdt. Haar man heeft al een inkomen en zij kan dus met de deeltijdbetaling genoegen nemen.
Deeltijd heeft nog een probleem dat vaak niet onderkend wordt. Wanneer de vrouw in haar functie een unieke kennis of beslissingsbevoegdheid heeft, zoals bijvoorbeeld een arts over de behandeling van haar patiënten of een advocaat over beslissingen in een procedure, dan rest anderen, die van die kennis of beslissing mede afhankelijk zijn en die er een ander werkritme op na houden niets anders dan te wachten tot de deeltijder weer beschikbaar is. Meer dan alle andere bezwaren weegt de irritatie van anderen die de vanzelfsprekende beschikbaarheid missen waar collega’s of cliënten normaal op kunnen rekenen. Er zijn altijd anderen die het werk op moeten pakken dat een deeltijder laat liggen.
Veel banen hebben aspecten die niet deelbaar zijn. Het volgen van cursussen doe je wel of doe je niet en als je ze wel doet komt het boven op je deeltijd. Naar de Vrijdagmiddagborrel op kantoor ga je wel of ga je niet, maar als je niet gaat mis je een belangrijk gemeenschapselement.
Alles bij elkaar telt het aantal niet deelbare aspecten op. Ze kosten of extra tijd bovenop de formele werktijd of ze doen afbreuk aan de mate waarin de deeltijder deel uit maakt van de groep. Het er wel zijn maar niet volledig deel uitmaken van een groep irriteert aan beide kanten.
Samenvattend zijn de belangrijkste nadelen van deeltijdwerk in een omgeving waar (meer dan) volle banen de norm en de praktijk zijn, de naar verhouding te zware belasting van de deeltijder en de ergernis die het met zich mee brengt wanneer zij niet helemaal in het gareel blijkt te passen.
Er zijn een aantal banen waarin veel in deeltijd gewerkt wordt en waar de nadelen dus waarschijnlijk minder aanwezig of minder merkbaar zijn. Vaak zijn dat banen waar een belangrijk deel van het werk thuis gedaan kan worden of waarin de deeltijder zelfstandig werkt en geen onderdeel van een samenwerkende groep vormt. De rechterlijk macht is een voorbeeld van het eerste en caissière bij de supermarkt van het tweede. Zulke banen zijn niet voor iedereen geschikt en hoe dan ook zijn het er weinig, te weinig om in de maatschappelijke behoefte aan werk te voorzien. Vaak ook denkt de betrokken deeltijder dat ze een geschikte baan heeft omdat er geen collega’s of superieuren zijn die klagen en merkt ze nauwelijks dat anderen in de samenleving die van haar functioneren afhankelijk zijn door haar beperkte beschikbaarheid in de problemen komen.
Ik heb als advocaat eens voor een echtscheidingscliënt die in psychiatrische behandeling was dringend mondeling overleg nodig gehad met de behandelende psychiater bij het Riagg. De dame in kwestie werkte twee en een halve dag per week, niet op vaste, maar op wisselende dagen en tijden, zoals het uitkwam. Ze had het druk en bij haar prioriteiten hoorde niet het beantwoorden van telefoontjes die tijdens haar afwezigheid binnen kwamen, als die boodschappen haar al bereikten. Het heeft me drie weken en meer dan twintig telefoontjes gekost om een afspraak te krijgen met een
andere arts bij hetzelfde instituut, want artsen hebben er een hekel aan zich met patiënten van een collega te bemoeien.
Suggesties:
Het is duidelijk dat deeltijdbanen naast voltijdbanen in een organisatie een verkeerd concept zijn. Waar de samenleving behoefte aan heeft is niet aan uitbreiding van het aantal mogelijkheden om in een beperkt aantal uren te doen waar anderen een volle dagtaak aan besteden. Het aantal mensen dat dat kan en het aantal banen waarin zoiets zonder problemen mogelijk is, is daarvoor te klein. Waar behoefte aan bestaat zijn organisaties, of afdelingen binnen organisaties, die volledig op een beperkte inzetbaarheid zijn ingericht. Als iedereen twintig uur per week werkt of wisselende werktijden heeft kan men de organisatie er op in stellen. Werk dat zich hiervoor niet leent, komt dan vanzelf niet bij dit soort organisaties terecht. Er komt niet zo snel onderlinge irritatie want iedereen zit met hetzelfde probleem en heeft er voor gekozen om in een organisatie met dit soort beperkingen te werken. Zo’n organisatie heeft een groot nadeel: men beschouwt zich zelf al snel als kneus, wanneer men er vanuit een volle baan in terecht komt. Maar dat is even op de tanden bijten. Het went vlug en de voordelen zijn groot. Zeker als het alternatief helemaal stoppen zou zijn.
Werkgevers die hier eens goed over nadenken zullen er vóór zijn, vooral in tijden van volledig werkgelegenheid. Werkneemsters van hoog kaliber, die moeilijk te vinden zijn op de arbeidsmarkt komen beschikbaar op een manier die veel van de bekende deeltijdproblemen voorkomt. De vraag blijft alleen hoe dit soort organisaties moet worden opgezet en wat ze precies wel en niet zouden kunnen doen.
Het beste lijkt me om een concreet voorbeeld uit te werken en dat als model te gebruiken. Ik zelf kom uit de advocatuur en heb dus het meeste verstand van de praktische problemen die zich in die bedrijfstak voordoen. Ik heb mij afgevraagd hoe een afdeling op een advocatenkantoor er uit zou moeten zien waar uitsluitend mensen werkzaam zijn die minder dan de normale zestig uur per week beschikbaar hebben en die met minder dan honderd procent van hun energie aan het werk kunnen besteden.
Het is mij duidelijk dat werk, waarvoor de cliënten en de kantoorgenoten permanente beschikbaarheid verlangen op zo’n afdeling niet kan worden gedaan. Dat brengt meteen het probleem mee dat de mensen die daar werken zich als een minder soort advocaten zullen beschouwen wat niemand natuurlijk graag doet. Ook kan zo’n afdeling niet volledig in het kantoorleven worden ingeschakeld, want dan houden we de boven omschreven problemen. Aparte huisvesting, een eigen beloningsysteem en een eigen interne organisatie lijken dus voorwaarden. Veel cliënten van een groot advocatenkantoor zijn mensen met acute problemen, waarvoor een volledige
beschikbaarheid, althans een voorrang in de prioriteitsstelling is vereist. De deeltijders moeten daarom geen fusies en overnames doen of het mondelinge deel van procedures. Dat is altijd werk waarop tijdsdruk staat.
Wat wel kan is notities schrijven, processtukken voorbereiden en ander wetenschappelijk werk dat ook goed thuis kan worden gedaan, als er toegang is tot het kantoorcomputernetwerk. Research op de praktizijnsbibliotheek, procuraten, cassatievoorbereiding, het lange termijnwerk dat bij een aantal rechterlijke instanties gedaan wordt door de auditeurs. In de praktijk is dat nu meestal werk voor stagiaires, die er eigenlijk te weinig ervaring voor hebben en die in verband met hun opleiding ook beter met ander
werk bezig zouden kunnen zijn. Ervaren medewerksters doen dat veel sneller en dus goedkoper dan stagiaires; ook de cliënten zouden er mee gebaat zijn.
Zolang dit werk op een kantoor wordt gedaan waar de hoofdmoot van het werk blijft bestaan uit het reguliere advocatenwerk blijft zo’n aparte afdeling dunkt mij moeilijk liggen. Het voelt toch aan als minder dan de rest en mensen zullen het als een stap terug zien als ze daar moeten gaan werken. Beter is het daarom om er aparte zelfstandige organisaties van te maken met een eigen cliënten kring en een eigen financiële huishouding. De belangrijkste afnemers van hun diensten zouden advocatenkantoren kunnen zijn die zelf te klein zijn voor dit soort werk en het daarom niet op het
vereiste niveau kunnen verrichten. Dat zijn er nogal wat en de behoefte die zij hebben aan dit soort professionele bijstand is groter dan zij meestal zelf onderkennen. Hier ligt dus ook een marketing probleem en misschien een taak voor de orde van advocaten. Voor de kwaliteit van het advocatenwerk zou de aanwezigheid van zo’n nieuwe beroepsgroep een vooruitgang betekenen.
Of het in de praktijk zou werken weet ik niet, want er zullen haken en ogen aan zitten die van te voren niet worden gezien, maar het zou te proberen zijn. In elk geval lijkt me het principe gezond dat beperkt inzetbare werkkrachten in een apart daarvoor ingerichte organisatie thuis horen.
Maar zulk soort banen lossen het probleem van de geografische combineerbaarheid van de functies van twee partners niet op.
In zijn algemeenheid lijkt dit een probleem te zijn dat door de twee zelf moet worden opgelost, met name door in grote steden te gaan wonen waar de kans om allebei en tegelijk een geschikte baan te vinden het grootste is. Riyad en
Tietjerksteradeel dus alleen nog voor de ouderwetse functieverdeling binnen het gezin. Voor het overige zouden werkgevers eens wat meer fantasie en initiatief moeten tonen en zouden de belanghebbenden zelf vaker met ideeën moeten komen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in bedrijfsleven, maatschappelijk, overheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s