De gemeenschappelijke euro.

Wanneer een regio een eigen munt heeft bevordert dat de gemeenschappelijke markt, dat is waar. Wisselkoersen zorgen voor een extra hoeveelheid onzekerheid in de gemeenschappelijke handel. Die onzekerheid geeft hogere interestvoeten en maakt investeringen moeilijker die op de handel met mede-lidstaten zijn gericht. De euro was daarom op zich een goed idee.
Vóór de invoering van de euro hadden de Europese landen die er aan mee deden iets anders, dat wel op een gemeenschappelijke munt leek, namelijk vaste wisselkoersen. Of liever gezegd niet helemaal vaste wisselkoersen, maar koersen waarbinnen maar hele kleine marges van afwijking mogelijk waren. Die koersen werden door gezamenlijke interventies van de deelnemers verdedigd.
Zulke vaste wisselkoersen lijken op een gezamenlijke munt maar zijn toch niet hetzelfde. Zolang er alleen vaste koersen zijn kan de koopkracht van de munten toch gaan afwijken en op den duur de betrokken landen dwingen tot aanpassingen[1]. Vaak gaan zulke aanpassingen gepaard met speculaties tegen landen die hun wisselkoersen een tijdlang verdedigen. Dat kan een hoop geld kosten. Engeland heeft dat in de negentiger jaren meegemaakt.
Duitsland was door de gevolgen van de hereniging een kandidaat voor een devaluatie. Aangezien het met afstand de belangrijkste Europese munt was vóór de invoering van de Euro, was dit een gevaarlijke situatie. Het heeft zeker meegeholpen de aanvankelijke weerzin tegen de Euro in Duitsland te overwinnen. Een devaluatie van de D-Mark is door de invoering van de Euro voorkomen.
Nederland had al lang voor de gemeenschappelijke munt en zelfs al eerder dan de Europese wisselkoersafspraken een vaste wisselkoers met de Bondsrepubliek, die toen even als nu onze belangrijkste handelspartner was.
Voor aanpassingen van de wisselkoers met Duitsland hebben we in die tijd leergeld betaald. We hebben dat één keer gedaan, met als gevolg dat we jaren lang een hogere interest hebben moeten betalen voor guldensleningen dan nodig was, een extra risico premie die door de geldhandelaren werd bedongen.

Once burned, twice shy. Dat is de reden waarom we ten onrechte een wisselkoersaanpassing achterwege hebben gelaten voorafgaand aan de invoering van de euro en de euro daarom te goedkoop zijn binnengegaan[2]. Wat Brouwer van de Nederlandse Bank daarover zij is juist. We waren ongeveer 10% te goedkoop vergeleken met Duitsland. Dat gaf ons een handelsvoorsprong en een vermogensnadeel. Dat dit meer tegenover Duitsland gold dan tegenover de andere Eurolanden, zoals Zalm later zei, dat is juist, maar het maakt niet veel verschil, omdat juist Duitsland onze belangrijkste handelspartner is. Het handelsvoordeel was snel weer verdwenen doordat onmiddellijk na de invoering de inflatie hier groter is geweest dan in Duitsland, dus per saldo was het allemaal negatief en dat had best kunnen worden voorzien.

Ik denk dat minister Zalm gelijk had toen hij zei dat de gevolgen van de invoering van de euro, waar alle Nederlanders zich over beklaagd hebben en nog een tijd over zijn blijven zeuren, maar ten dele te maken hadden met de te lage waarde van de gulden. Het waren veel meer de psychologische gevolgen van een nieuwe munt, waarvan de waarde onvoldoende afweek van de oude. Als de Euro twee gulden waard geweest was, wat reëler zou zijn geweest, dan hadden we net zo goed ongemotiveerde prijsstijgingen gehad. Die kwamen voort uit het prijzen van artikelen voor wat de markt kan dragen. Als je drie gulden een redelijke prijs vond, dan was een Euro vijf en zeventig voor het gevoel goedkoop. Er was te weinig verschil tussen de waardes van de oude en de nieuwe munt en de mensen rekenden daarom onbewust nog in de oude. In Frankrijk, waar het verschil veel groter was, is dit effect niet opgetreden, maar in Duitsland sprak men een tijdlang van de Teuro omdat daar, zij het minder dan hier, dezelfde prijsverhogingen werden doorgevoerd door wie daar toe in staat was.
De effecten van onderwaardering van de gulden en prijsverhogingen waar de handel kans voor zag doordat het gevoel voor prijzen tijdelijk verdwenen was hebben elkaar in Nederland versterkt. De overheid had het proces onvoldoende voorzien en begeleid en draagt dus mede schuld.
Zalm zei naderhand dat een koersaanpassing ter gelegenheid van de euro in het kader van de onderlinge monetaire afspraken niet mogelijk was geweest, omdat dan ook andere landen aan het aanpassen zouden zijn geslagen. Dat is een halve waarheid. Het zou niet ter gelegenheid van de euro maar zeker een half jaar eerder hebben moeten gebeuren en in het kader van het bilaterale overleg met Duitsland. Makkelijk zou het niet geweest zijn, maar onmogelijk is iets anders.

Wat is er nu waar van de beweringen van de groep mensen die zeggen dat zij voor tien procent van hun vermogen bestolen zijn door Zalm c.s.?
Als Zalm suggereert dat het niet uitmaakt of we de euro nu voor twee gulden twintig of voor een dubbeltje zouden zijn binnengegaan, dan is dat onzin. Het nationale vermogensverlies en het inflatoir effect zou enorm zijn geweest in zijn voorbeeld. Alles in Nederland zou in een klap goedkoper geworden zijn dan in het buitenland. Zoals onze grootouders ooit in Duitsland op koopjesjacht gegaan zijn bij hun inflatie, zou dan het omgekeerde zijn gebeurd. Wat hij feitelijk zei was dan ook iets anders. Hij zei dat het niet uitmaakt of je voorafgaande aan de Euro nieuwe guldens had uitgegeven die tien keer zo duur zouden zijn geweest als de oude, als we met andere woorden voortaan een tientje een gulden hadden genoemd. Dat is wat Turkije al eens heeft gedaan en Frankrijk ooit in het tijdperk De Gaulle en wat Italië vroeger zelfs met een zekere regelmaat deed. Dat heeft niets te maken met de onderlinge waarde bepaling van de munten in de Eurozone maar het is eerder zoiets als zomer en wintertijd. Het verandert niets in de werkelijkheid, alleen in de naamgeving.

Zalm zegt dat tegenover het vermogensverlies een handelsvoordeel stond en dat daarom de onderwaardering gerechtvaardigd was. The proof of the pudding is in the eating en van het handelsvoordeel was al vlug niet veel meer te merken. Per saldo hebben de mensen dus gelijk dat ze vermogensverlies hebben geleden. Diefstal was dat niet, maar erg goed beleid was het ook niet.

________________________________________
[1] Zolang de aparte staten nog voldoende zelfstandigheid houden om een eigen economische politiek te kunnen voeren blijft de mogelijkheid bestaan dat de Euro zo knellend zal blijken te zijn voor een van de landen dat het wel gedwongen wordt om uit te stappen. Iets dergelijks is gebeurd toen Argentinië haar koppeling aan de dollar moest loslaten met de bekende desastreuze gevolgen. De Europese Bank in Frankfurt a.M. besteedt het grootste deel van haar tijd en energie aan het voorkomen van een dergelijke ramp. Maar Italië en vooral Griekenland zijn potentiële uitstappers.
[2] Te duur de Euro ingaan leek meer een instinctieve dan een rationele reactie. Het is duidelijk dat de kwalijke gevolgen van een loslaten van de vaste wisselkoers met Duitsland niet hadden kunnen optreden als de aanpassing kort genoeg voor de invoering van de Euro was gebeurd. Binnen de Euro kunnen de gevolgen waar men zo bang voor was niet meer optreden, er zijn nu immers geen aparte markten voor guldens meer en speculatie tegen de gulden is niet meer mogelijk .

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, geld en economie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s