Les geven.

Ik sloot begin mei 1958 mijn eindexamen af en had toen een paar maanden de tijd om te bekijken wat ik wilde gaan studeren. Het curriculum voor sociologie heb ik bekeken en het viel me zwaar tegen. In de eerste plaats vond ik het geweldig veel[1] en verder hing het, voor zover ik dat kon zien, als los zand aan elkaar. Aan de handboeken die ik heb ingekeken kon ik geen touw vastknopen en ik was er nog wel apart voor naar Amsterdam gereisd naar de UB, om ze te bekijken. Sociologie dus niet.
Ik was altijd wel goed geweest in bètavakken, maar ik had alpha gedaan en geen zin om er nog weer een jaar aan vast te knopen.. Van klassieke talen, die me wel erg interesseerden, wist ik eigenlijk niet wat ik er mee zou moeten later. Leraar klassieken worden wilde ik niet. Mijn oudste zus was omgezwaaid van biologie naar rechten en was daar wel over te spreken. Dat heb ik toen ook maar gedaan. Nooit een moment spijt gehad. Zo gaan zulke dingen.
Nu kreeg ik, uit die groengele serie van Cambridge University Press, een paar jaar geleden een tekst toegestuurd die door een Nederlandse was geschreven, door Irene J. F. de Jong. Daaruit bleek dat zij zelf en nog een heel reeks andere Nederlandse classici niet alleen les gaven maar daadwerkelijk wetenschappelijk onderzoek deden. Dat had mij ook wel wat geleken. Ze schreef onder meer:
Our understanding of Greek particles has advanced greatly since the publication of Denniston’s standard text, not least, if some chauvinism is allowed, thanks to the work of Dutch scholars on τɛ, πɛρ, μήν, δή, and ἄρα. Finally, the insight has dawned that we should approach the oral syntax of Homer somewhat differently from that of later, written texts. It is a flow through time rather than a structure on the space of a page, and keeping this principle in mind can help us to appreciate and better understand the construction of his sentences.
Een interessante gedachte.
Niet dat ik er nu nog zin in zou hebben om klassieken te gaan studeren of intussen spijt heb van de keuze die ik maakte in 1958, maar het is toch wel heel anders dan voor een klas staan, waarvan het grootste deel helemaal geen zin heeft om Grieks of Latijn te leren, terwijl dat iets is wat je toch moet doen als je later Homerus in het origineel wilt kunnen lezen.
Les geven op zich zelf vind ik verder prima. Ik heb het later een paar jaar gedaan aan de juridische faculteit en het ging me heel redelijk af. Mijn overgrootvader en twee generaties voor hem waren onderwijzers en leraren en zoiets zit dan toch kennelijk in de genen.
Aan dat les geven zit trouwens nog een aardige anekdote vast. Die zus waar ik het over had is het notariaat in gegaan en kwam pas als docente terug naar de universiteit toen ik al lang weer weg was daar. Een jaar of twintig geleden had ik een cliënt, die tegen me zei: mijnheer Kasdorp, ik geloof niet dat U me herkent, maar ik heb vroeger les van U gehad op de UvA. En weet U wat ik nu zo leuk vind? Mijn dochter loopt daar nu college en die heeft les van Uw dochter!! Prachtig vond mijn zus dat, die er inderdaad altijd veel jonger uit gezien heeft dan zij is.

[1] Dat bleek achteraf wel mee te vallen, want niemand las die enorme boekenlijsten, die in de studiegids stonden, ook de hoogleraren niet.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in onderwijs. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s