De verkeerde nadruk.

Zes jaar geleden[1] stond er een pleidooi in de Volkskrant voor meer investeringen door Brussel en om nu eens stoppen met dat zeuren van Nederland over verhogingen van de Brusselse uitgaven. Dat pleidooi was van de hand van de voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) Joop Sistermans en twee van zijn collega’s.
Sistermans is president en CEO geweest van Organon Teknika USA en directievoorzitter van de wereldwijde Organon Teknika Groep, lid van het panel van premier Balkenende en daarna dus voorzitter van de AWT. Hij zou moeten weten waar hij het over heeft. Van iemand met zijn achtergrond zou je daarom verwacht hebben dat hij zijn pleidooi had voorzien van overtuigende argumenten. Iedereen weet dat het tempo van de economische groei in Europa achterblijft bij dat van de nieuwe economieën. Ook is het erg aannemelijk dat de voorsprong van de nieuwe economieën niet zo zeer samenhangt met de toepassing van innovatieve technologieën maar eerder met de beschikbaarheid van goed opgeleid en niet te duur personeel.
Wat niet aannemelijk is, is dat de groei in Europa achterblijft door een gebrek aan geld in Brussel. In China, India en Brazilië gaat het voor het overgrote deel om uit Europa en Amerika geïmporteerde technologieën die er terechtkomen doordat vanuit die oudere economieën productie is verplaatst naar lage lonen landen.
Soms, zoals in het geval van China, komen ze ook aan hun nieuwe technologieën door industriële spionage. In die landen zelf ontwikkelde nieuwe technologieën zijn nog steeds uitzonderingen. Ze groeien onder meer zo hard omdat ze bezig zijn een inhaalslag te maken, zoals Japan, Taiwan en Zuid Korea dat hebben gedaan in de tweede helft van de vorig eeuw. Wil men in Europa en Amerika innovatief te werk gaan dan moet het niet alleen relatief maar ook in absolute zin innovatief zijn. Daarbij loopt Europa achter op Amerika en loopt Nederland weer achter op een aantal andere Europese landen, met name op Duitsland.
In Nederland of Duitsland heeft de Brusselse innovatiepolitiek geen aanwijsbare rol gespeeld. Wanneer Sistermans c.s. suggereren dat dit anders is, dan zou men de AWT moeten vragen om te komen met een deugdelijk onderzoek van economen en ingenieurs, waaruit blijkt van werkzame nieuwe uitvindingen die niet tot stand zouden zijn gekomen, of niet in productie zouden zijn genomen zonder Brusselse hulp. Ik zou er voor de vuist weg geen weten.
Er bestaat in Nederland – en waarschijnlijk ook in andere landen, maar dat heb ik niet gecheckt – een vorm van dienstverlening, die subsidiologie heet. De beoefenaren daarvan weten de weg in de wereld van de subsidies, onder andere van die uit Brussel. Tegen betaling wijzen deze adviseurs privé personen en bedrijven erop welke formulieren zij moeten invullen, wat zij moeten zeggen en aan welke controleerbare voorwaarden ze moeten voldoen om geld op hun bankrekening en die van hun adviseurs te krijgen. Van enig noodzakelijk verband tussen dat geld en innovatieve uitvindingen is geen sprake. Als er wel een verband lijkt te zijn is dat toeval. Het is met de innovatiesubsidie als met de landbouw en de regiosubsidies van Brussel, er is erg veel geld mee gemoeid maar het effect laat in alle opzichten te wensen over. De fraude en de corruptie rond de subsidies is schandaleus en het resultaat is de minimis.
Het pleidooi van Sistermans suggereert ten onrechte dat de verhoging van het budget waar Brussel ieder jaar om vraagt verband zou houden met een voorgenomen verhoging van de innovatiesubsidies. De rekeningen van Brussel zijn ondoorzichtig. Dat is een van de problemen waar de EU Rekenkamer mee zit. Het gaat hier in hoofdzaak om de jaarrekeningen van de Commissie. De rekeningen van de Commissie zouden een goedkeurende verklaring krijgen van de Rekenkamer als bij controle meer dan een bepaald percentage van de uitgaven blijkt te zijn gedaan in overeenstemming met het goedgekeurde budget. Dat is tot nu toe nog nooit het geval geweest.
Verschrijvingen zijn aan de orde van de dag. Of geld dat op de begroting staat als bestemd voor innovatieve uitgaven daar ook daadwerkelijk aan besteed wordt is dus een open vraag. In elk geval staan er in Brussel ook nog heel wat andere uitgavenverhogingen op het programma die daar niets mee van doen hebben. Te vrezen valt dat die bij Juncker en zijn mensen een hogere prioriteit zullen blijken te hebben. Nederland blokkeert de verhoging van de Brusselse uitgaven daarom terecht en zal dat hopelijk blijven doen tot de legaliteit ervan kan worden aangetoond.
Ook in Nederland is overheidssubsidie aan uitvinders iets wat we beter laten kunnen. Het geld kan beter worden besteed aan overheidsuitgaven die de financiële infrastructuur verbeteren. Een Nationale Investeringsbank voor kleinschalige vernieuwende projecten misschien? Hier wreekt zich dat Sistermans het grootste deel van zijn leven in mammoetbedrijven heeft doorgebracht. De meeste productieve en innovatieve uitvindingen vinden plaats in het midden en kleinbedrijf. Dat blijkt niet uit aangevraagde en verleende octrooien, want de meeste kleine bedrijven beginnen daar helemaal niet aan. Zo’n aanvraag is te moeilijk, duurt te lang en de inbreuk die er later door grote bedrijven op wordt gemaakt kan alleen maar ten koste van hele dure processen worden tegengegaan. Het is veel efficiënter om de nieuwe uitvindingen gewoon toe te passen, ze zoveel mogelijk geheim te houden en daardoor een voorsprong in de markt te krijgen. Die voorsprong komt wel tot uiting in het BNP, dat in Nederland nog steeds de vergelijking met veel andere landen prima kan doorstaan, maar niet in de publicaties van het innovatieplatform.
Ik zou me dus, als ik Sistermans was, minder bemoeien met het bevorderen van de Brusselse uitgaven dan met de teloorgang van het Nederlandse onderwijs. Dat de AWT zich daar niet meer zorgen over maakt en op dat punt niet met bruikbare adviezen komt is veel erger dan het pleidooi voor Brussel, dat in Nederland toch aan dovemans oren is gericht. We zouden als Nederlandse gemeenschap veel behoefte hebben aan een advies van een lichaam met autoriteit hoe we de desastreuze neergang van de kwaliteit van het onderwijs kunnen stoppen. Ik zou zelf hier denken aan de volgende maatregelen.
Het starten van een nieuwe lerarenopleiding voor basisscholen en het voortgezet onderwijs met eindexameneisen die aan internationale wetenschappelijke normen voldoen. Voor de basisscholen betekent dat onderwijskrachten die in staat zijn hun leerlingen taalbeheersing bij te brengen, d.w.z. spreken, lezen en schrijven. Daarnaast moeten hun leerlingen leren rekenen zonder machientjes.
Voor vwo scholen moeten de leraren weer universitair niveau halen. Niet het tegenwoordige niveau van de Nederlandse universiteiten maar die van de universiteiten in de meest competitieve landen. De salarissen en andere arbeidsvoorwaarden van de nieuwe leraren moeten dienovereenkomstig worden vastgesteld. Dat kost veel geld, maar dat is goed besteed.
Naarmate leraren van deze nieuwe opleidingen afkomen zou ik nieuwe scholen oprichten waar ze te werk kunnen worden gesteld. De nieuwe scholen zouden een curriculum moeten hebben dat aan internationale eisen voldoet.
De bestaande scholen zou ik van een jaarlijkse beoordeling voorzien en in die scholen een rangorde aanbrengen per regio, gebaseerd op de resultaten van de voorafgaande drie jaar. De laagste in rangorde per regio zou ik sluiten zodra daar een nieuwe school met goede leraren werd geopend.
Op de nieuwe scholen wordt men toegelaten op grond van een toelatingsexamen en een interview door een onafhankelijke deskundige. Wie zich misdraagt kan worden verwijderd en heeft daarna eenmaal het recht het op een andere nieuwe school te proberen, maar een tweede verwijdering is definitief.
Op een gegeven moment ontstaat een evenwicht, waarbij meer nieuwe scholen geen zin meer hebben wegens gebrek aan daarvoor geschikte leerlingen. De nieuwe lerarenopleidingen worden dan aangepast aan de vraag van de bestaande scholen nieuwe stijl.
Men heeft dan op termijn een tweedeling bereikt in de samenleving die haaks staat op alles wat men in de tweede helft van de twintigste eeuw heeft gewild, maar de tegenwoordige teloorgang is dan ook een rechtstreeks gevolg van die ideologische veranderingen in het onderwijs. Een tweedeling ontstaat trouwens alleen in zoverre als de jeugd en haar ouders weigeren zich aan de eisen van de nieuwe scholen aan te passen.
Het zou niet de bedoeling zijn die nieuwe scholen alleen voor de beste leerlingen op te zetten. Integendeel, vernieuwing is nodig op alle niveaus van het onderwijs. Er zouden vmbo’s moeten komen, die we weer ambachtsscholen zouden kunnen noemen, waar vaklui zouden worden opgeleid. Nieuwe mavo’s voor goede boekhouders en voor laatbloeiers. De tweedeling zal dan bestaan uit competent en niet competent, uit bereidheid wat te doen voor zich zelf en voor de samenleving en het ontbreken van die bereidheid. Dat zal zeker tot sociale spanningen leiden maar die spanningen hebben we zonder dat ook. Het lijkt een keuze te zijn tussen een samenleving met een nieuw Lumpenproletariat of een samenleving die in zijn geheel teloor gaat. Dat lijkt dus kiezen voor het minste kwaad, vervelend maar wel noodzakelijk.
________________________________________
[1] 25/8/11

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa, Nederland, onderwijs. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s