Vreedzame samenlevingen.

Vrede en burgerlijke veiligheid zijn geen vanzelfsprekendheden. Daar moet voor worden gewerkt. De cultuur die deze twee bieden kan is succesvol. De westerse burgerlijke cultuur, het mengelmoes van christelijke normen en waarden en verlichte wetenschap, is tot nu toe succesvoller geweest dan alle andere , maar ook zij slaagt niet voor de volle honderd procent. Het wordt er in de twintigste en een en twintigste eeuw bovendien niet beter op, lijkt het, eerder slechter. Een hang naar geweld zit de mensen in de genen. Als er geen sterke regels zijn die in individuele gewetens verankerd liggen en die mensen er van weerhouden hun gelijk of vermeende gelijk met geweld te halen, dan blijkt in de geschiedenis steeds weer dat oorlog en geweld onvermijdelijk worden. Als de middelen tot grootschalig geweld gemakkelijk verkrijgbaar zijn, is er maar een klein percentage mensen nodig om de veilige samenleving onmogelijk te maken, waarin geweld geen alternatief meer is.
Hierin schuilt een zich zelf versterkend mechanisme. Regels die niet gehandhaafd worden boeten in aan kracht. Een geweldspiraal eenmaal op gang gebracht is moeilijk te stoppen. De vraag hoe het geweld buiten te houden en vooral hoe de normen overeind te houden die het gebruik van geweld verbieden, was vanouds een centraal probleem in de internationale politiek. Dat wordt het in toenemende mate ook in de nationale samenlevingen hier in het westen. Een samenleving kan grosso modo blijven groeien en bloeien zolang de leden ervan bereid zijn om andere leden en ook potentiële leden als een van de hunnen te beschouwen. Dat lijkt, als je bijvoorbeeld de rede van Gauck bij zijn ambtsaanvaarding nog eens leest, een vanzelfsprekendheid te zijn, maar dat is het niet meer.
Het accepteren van alle mensen als medemensen is vrij nieuw, in feite niet ouder dan het ontstaan van de leer van Jezus van Nazareth. Ook de Romeins Hellenistische beschaving, die voor het eerst het begrip humanitas ontwikkelde, begreep daaronder alleen het beschaafde deel van de mensheid, d.w.z. de inwoners van het Romeinse rijk. Een beschaving die alle mensen omvat is een ideaal van de laatste paar eeuwen, eigenlijk pas sinds Kant.. Of het een blijvertje is valt nog te bezien.
De vraag waar we de laatste decennia mee zitten is wat te doen met de omvangrijke armoede immigratie uit de minder ontwikkelde delen van de wereld. Door de verbeterde communicatie van informatie en personen is er een grote stroom van immigranten op gang gekomen van mensen die ten dele wel en ten dele niet de normen en waarden met ons delen die hier de welvaart en de burgerlijke vrede hebben gebracht. De groepen waarmee we problemen hebben zijn Afro-Europeanen en vooral de moslims, ongeacht waar die vandaan komen. In Engeland komen de immigranten in hoofdzaak uit de voormalige koloniën, uit de Caraïben en uit voormalig Brits Indië en Maleisië. De Hindoestanen en de Chinezen integreren in het algemeen moeiteloos, maar de Pakistanen, die toch etnisch niet van Hindoestanen te onderscheiden zijn, geven de problemen. Het zelfde geldt voor mensen van West Afrikaanse afkomst. Niet allemaal natuurlijk, zelfs niet in meerderheid, maar genoeg om discriminatie en afscheiding te veroorzaken voor de hele groep. Zwarten integreren nog wel als dat mogelijk blijkt, maar moslims hebben de neiging om zich af te zonderen in aparte wijken en daar het soort multiculturele samenleving te stichten dat neer komt op culturele apartheid. Bij ons zijn het Turken en Marokkanen in plaats van Pakistanen, maar veel verschil lijkt dat niet te maken. Groot Brittannië is vanouds al een wat gewelddadiger samenleving dan Nederland, maar wat we in Engeland zien speelt zich grosso modo toch ook hier af en in de andere samenlevingen in Noord West Europa. Moslims en Afrikanen trekken zich terug in aparte wijken en creëren daar een ander soort samenleving dan de Europese, een meer criminele en met name ook een meer gewelddadige.
Het beleid van de Amsterdamse overheid is exemplarisch voor de manier waarop men in Europa dit probleem tot nu toe heeft proberen aan te pakken. Men probeerde een soort zuilensamenleving te promoten zoals we die hier vroeger hadden. Toen waren het katholieke, protestantse en socialistische zuilen met daarop een kop van seculiere humanisten. Nu zou het een Nederlandse, een Bijlmer- en een of meer moslimzuilen moeten worden. Dat nieuwe beleid met moslimzuilen is geen succes gebleken. De Amsterdamse PvdA, weer onder leiding van Lodewijk Asscher, heeft het intussen geruisloos los gelaten. De moslims met wie men samenwerkte, zoals Marcouch, bleken binnen de eigen achterban nauwelijks invloed te hebben en met de werkelijke machthebbers daar kwam de overheid niet in gesprek. Deze weg naar integratie bleek een onbegaanbaar pad. Een goed voorbeeld van hoe iets de overheid helemaal uit handen kan lopen was de Westermoskee. Met een groepje geïntegreerde moslims had men over de bouw afspraken gemaakt en intussen grote verborgen subsidies gegeven door hun de grond ver onder de prijs te verkopen. Toen werden de vrienden van de gemeente plotseling opzij gezet door de meer orthodoxe kern van de moslimgemeente, met wie geen communicatie mogelijk bleek. Men heeft toen nog wel geprobeerd de subsidie weer terug te draaien, maar dat lukte natuurlijk niet, we leven in een rechtsstaat tenslotte.
Integreren op basis van vrijwilligheid gaat niet lukken. De imams hebben trouwens best goede redenen om zich daar tegen te verzetten. De losse seksuele mores in de Nederlandse samenleving en het gebrek aan eerbied voor autoriteiten beschouwen ze als een gevaar voor hun gelovigen. In feite hebben ze in de moslimwijken even veel last van het criminele gedrag van hun eigen jeugd als wij, maar zoeken ze de oorzaak ervan bij de invloed van de westerse beschaving, die ze daarom zoveel mogelijk buiten de deur willen houden. De oplossing, van onze kant gezien, lijkt te liggen in een beter gebruik van overheidsmiddelen om integratie te bevorderen. Het beste zou zijn om de apartheid in de etnische wijken onmogelijk te maken. Men zou bijvoorbeeld het huisvestingbeleid van e.t. burgemeester Thomassen in Rotterdam in heel Nederland kunnen introduceren en daarnaast uitkeringen en subsidies afhankelijk kunnen maken van inspanningen tot integratie. Dat zal zeker stuiten op bestaande wetgeving en verdragen, die daarvoor aangepast zouden moeten worden. Maar aangezien de buurlanden met dezelfde problemen zitten moet dat toch mogelijk zijn, zou je zeggen.
Voorlopig lijkt men hier nog niet aan toe te zijn, buiten kringen van de PVV en de SP, maar in Amsterdam is men al wel aan het nadenken hoe men het onderwijs effectiever kan inzetten voor de integratie. Een cursus taalbeheersing voorafgaande aan toegang tot het reguliere onderwijs lijkt een goed idee. Al is intussen wel duidelijk geworden dat taalbeheersing en integratie niet het zelfde zijn, het een lijkt toch wel een voorwaarde te zijn voor het ander. Hoe dan ook, integratie is een levensnoodzaak voor onze samenleving en rechtsom of linksom zullen we er aan moeten blijven werken. Het heeft een hogere prioriteit dan het handhaven van verouderde wet en regelgeving.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, europa, geweld, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s