Er zit sleet op onze democratie.

Democratie is tegelijk een actueel en een historisch begrip. Historisch heeft het uiteenlopende betekenissen gehad. Het is ooit begonnen met de gedachte dat een stadstaat niet onderworpen hoorde te zijn aan de wil van een enkele persoon of die van een minderheid van haar burgers. Iedereen met burgerrecht hoorde deel te kunnen nemen aan het bestuur. Kon dat, zoals in het Athene van Pericles, dan had die stad een democratie en geen oligarchie of tirannie. Dit soort democratie bleek in de praktijk niet erg goed te werken. Het bleek te weinig stabiel en is daarom als staatsvorm snel weer in onbruik geraakt. Het is een theoretisch model gebleven tot aan de Amerikaanse en Franse revoluties van de achttiende eeuw. Toen werd het in de staatkundige praktijk geherintroduceerd en is daarna in snel tempo geëvolueerd. Democratie als staatsvorm is iets anders dan een republiek. De republiek is een veel breder begrip en die staatsvorm hoeft niet noodzakelijk democratisch te zijn.
Een republiek was in de oudheid en in de renaissance een stadstaat met een publieke ruimte, waarin het bestuur maar ook andere openbare aspecten van het leven van de stad zich afspeelden. Letterlijk betekent res publica de zaken die iedereen aangaan. Een republiek kon democratisch zijn zoals Athene of oligarchisch worden bestuurd zoals Venetië, of iets er tussen in, zoals Rome. Hannah Arendt heeft daar een mooie analyse van gemaakt in haar bekende boek Elemente und Ursprünge totaler Herrschaft.
De commissie Giscard/DeHaene, die de Europese grondwet heeft voorbereid, heeft zich met het onderwerp democratie bezig gehouden omdat ze die als kenmerkend voor Europa beschouwde, maar heeft noch het historische noch het actueel staatsrechtelijke begrip echt goed omschreven.
Democratie is tegenwoordig in hoofdzaak een ethisch begrip geworden. Het markeert in positieve zin het soort staatsbestel dat we hebben in Europa en de Engelstalige landen van overzee waarmee we ons onderscheiden van de oude communistische landen en de autocratische regeringen in de meeste andere plaatsen in de wereld.
Nederland is een democratisch land, wat wil zeggen dat de belangen van minderheden bij de meerderheid in goede handen zijn en dat er niet geregeerd kan worden tegen de nadrukkelijke wens van de meerderheid. Er bestaat algemeen kiesrecht.
Wij en alle andere westerse landen zijn niet democratisch in de zin van het oude Athene of in de zin waarin de vroege verlichting democratie nog definieerde. Het tegenwoordige begrip democratie komt voor het eerst voor bij Alexis de Tocqueville, hoewel de samenleving die hij als democratisch beschreef op een essentieel punt afweek van de onze. De jonge VS van de negentiende eeuw, waar hij over schreef, was een samenleving van economisch zelfstandige burgers. Wie niet zelfstandig was en niet voor zich zelf kon zorgen, nam aan de samenleving geen deel. Dat gold voor de slaven en voor de nieuwe immigranten en het gold voor vrouwen en kinderen. Algemeen kiesrecht bestond daarom nog niet, men hoorde een zelfstandige bijdrage aan de samenleving te kunnen geven om mee te mogen praten. Ook in Europa is het algemeen kiesrecht voor iedere volwassene, zelfstandig of niet, een zaak geweest van de twintigste eeuw. Iedereen heeft nu wel kiesrecht, maar dat wil niet zeggen dat iedereen ook macht heeft. De macht van de kiezer is beperkt tot het uitbrengen van een stem op een lijst waarvan de samenstelling in handen is van politieke partijen. Deze democratie van ons zou door Hobbes of Spinoza een oligarchie zijn genoemd. Het zijn de politieke partijen, niet de burgers, die de centra vormen van de macht in de samenleving. Het is het overheidsapparaat dat (top down) voor governance zorgt, tezamen met de maatschappelijke organisaties, die (bottom up) diensten verlenen aan de samenleving op punten waar de overheid zelf geen taak onderkent.
Tot vijftig jaar geleden was dit nog het Nederlandse plaatje, maar intussen is ook dat nu verleden tijd. Onder leiding van de PvdA en het CDA heeft de overheid de totale verantwoordelijkheid voor de samenleving in de hand genomen en de verzorgingsstaat in de plaats gesteld van een economisch zelfstandige burger. Iedereen kan nu voor zijn levensonderhoud op de overheid terugvallen en iedere economisch zelfstandige draagt een substantieel deel van zijn inkomen en vermogen af aan de staat.
Na de democratie in de klassieke betekenis van het woord, een regering door de burgers, is intussen ook de democratie in de zin van De Tocqueville, de regering door afgevaardigden van de burgers, al weer verleden tijd geworden. We hebben geen regering meer vanuit het volk, waarbij dat volk kan worden gedefinieerd als de economisch zelfstandige burgers. We hebben een kartel van politieke partijen, overheidsinstanties, maatschappelijke organisaties en media, dat als een deken over Nederland heen ligt. En wat voor Nederland geldt ook voor de andere westerse landen.
De volksinvloed zoals De Tocqueville die beschreef is wel erg indirect geworden. Bij hun onderlinge concurrentie moeten de leden van het kartel nog wel rekening houden met de publieke opinie zoals die tot uiting komt in periodieke verkiezingen. Van een rechtstreekse invloed van burgers op de politiek is daarbij geen sprake meer. Wanneer iemand een mandaat krijgt van anderhalf miljoen kiezers, maar standpunten kiest die het kartel niet bevallen, dan wordt het democratisch gevonden die standpunten te negeren en de anderhalf miljoen kiezers ook.
Democratie is goed voor het onderlinge vertrouwen in een samenleving en het legitimeert de staatsleiding. Onderling vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor welvaart en geen staat kan zonder erkenning en legitimiteit. Democratie is dus nodig, maar waar zij niet zonder meer voor zorgt is voor governance en leiding. En dat zijn beide voorwaarden voor de instandhouding van de samenleving.
Governance omvat de technische aspecten van de organisatie van de samenleving, leiding is bestuur van het land gebaseerd op inzicht in de noden van de mensen en in de richting waarin veranderingen in de samenleving plaats moeten vinden. Governance en leiding zijn niet hetzelfde en kunnen onder omstandigheden met elkaar in strijd komen, maar ze zijn beide nodig. Het ontbreekt Nederland op het ogenblik misschien wel aan allebei.
We zijn op zoek naar een nieuwe visie om leiding te geven aan de nieuwe samenleving die zich de laatste vijftig jaar heeft ontwikkeld. Haar eerste taak zou moeten zijn om het overheidsapparaat te hervormen en aan te passen aan de nieuwe behoeften. Het ligt in onze traditie en is daarom ook noodzakelijk dat deze nieuwe leiding en de nieuwe overheid democratisch zal worden gelegitimeerd. Maar hoe we aan het begrip democratie een nieuwe en aangepaste inhoud moeten geven is nog niet duidelijk. De oude Griekse betekenis van een regering door een volksvergadering van burgers is niet reproduceerbaar, als we dat al zouden willen. Daarvoor zijn de staten en de samenlevingen te groot geworden en de burgers te anoniem. We kunnen niet zonder representatie en er zal dus opnieuw een mengvorm van oligarchie en democratie moeten komen Wel zou het overweging verdienen om een nieuwe democratie te baseren op de mensen en organisaties die een zelfstandige positie in de samenleving innemen en die niet van de overheid afhankelijk zijn. Dat zou betekenen dat aan het begrip zoals het door De Tocqueville werd gehanteerd nieuw leven zou moeten worden ingeblazen. Doen we dit niet dan zal onder de naam democratie ons staatsbestuur afglijden naar een soort DDR, naar de definitieve Untertanenstaat. De resultaten daarvan hebben we in Oost Europa kunnen zien en ze zijn niet voor een herhaling vatbaar.
Het probleem zal worden om de internationaal georiënteerde organisaties en personen van wie we voor het geven van leiding afhankelijk zijn weer in het bestuur van Nederland geïnteresseerd te krijgen. Een probleem zal ook zijn om in dat bestuur voor hen plaats te maken. Aan de gesloten oligarchie van de bestaande politieke partijen zou daarom eerst een einde moeten komen. Anders krijgen we een herhaling van wat er in de achttiende eeuw gebeurde: een overheid die zich afsluit voor invloeden van buiten en ondernemende burgers die emigreren naar elders waar aan hun bijdrage wel waarde wordt gehecht.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Nederland, politiek, wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s