Het bestuur van de Unie.

De uitbreiding van de EU tot 28 leden – and more to come –maakt het onmogelijk om het bestuur van de Unie voort te zetten op de oude voet. Tegelijkertijd lukt het niet om het eens te worden over een aanpassing van dat bestuur.
Dat lijkt een ramp te zijn, want het verhindert verdere voortgang van de federalisatie, maar het is in werkelijkheid een blessing in disguise. De kar van de EU, zou men kunnen zeggen, is van de weg geraakt en blijft nu door haar eigen gewicht in de modder steken. Maar gelukkig gebeurde dat voordat zij in het ravijn kon storten.
De redenen waarom men In Brussel in de afgelopen decennia voor de opmerkelijke route naar een federaal en verenigd Europa heeft gekozen zijn complex. Er was het voorbeeld van de Verenigde Staten die pas na de introductie hun federale grondwet[1] een werkelijke staat werden en een staat die in dezelfde mate aan gewicht won als Europa macht en aanzien verloor.
Men dacht in Brussel, als we maar verenigd zijn, dan komen de macht en het aanzien hier weer terug. Er zit geen dwingende logica in die gedachte, maar zo dacht men en sommigen denken het nog steeds.
Dan is er het grote verleden waar men zich aan spiegelt, het rijk van Karel de Grote, de Romeinse geschiedenis en daarvoor de Griekse, die een notie van een verenigd en gemeenschappelijk Europa hebben achtergelaten. Maar dat is de notie van een eenheid en een samenhang die er, wat Noord Europa betreft, nooit is geweest, nooit meer dan een enkel ogenblik tenminste.
Bovendien, er schuilt een contradictie in. Het sterke punt van Griekenland in haar bloeiperiode was juist dat de staatkundige onderdelen zelfstandig waren en dat geen ervan groter was dan een polis, een betrekkelijk kleine stad met ommelanden, die met de techniek en de communicatiemiddelen van die tijd bestuurbaar bleef.
Rome was grootschalig, dat is waar, maar het was een slavenstaat. Vrijheid kende Rome alleen in haar groeiperiode, in de tijd van de Republiek toen het publieke leven zich af speelde in de senaat en op het forum van de stad Rome. Rome was een rechtsstaat maar het ius civile gold alleen voor de burgers en die vormden een minderheid van de bewoners. Het economische en culturele zwaartepunt van het latere Romeinse keizerrijk lag helemaal niet in Europa, maar in Azië en Afrika, aan de overkant van de Middellandse Zee. Bestuurbaar is het Romeinse rijk van de aanvang af alleen geweest met militaire macht. Het is ten onder gegaan aan zijn eigen bureaucratische gigantisme en militarisme. Het is daarom geen goed voorbeeld voor een bondgenootschap van democratische landen.
Karel de Grote was de charismatische leider bij uitstek en heeft door de kracht van zijn persoonlijkheid een generatie lang de verwezenlijking van een christelijk en Europees idee tot stand gebracht, maar het bouwsel heeft zijn maker niet overleefd. Europa is vooral een idee gebleven. Wat de gevolgen zouden zijn van een nieuwe verwezenlijking van de idee weten we niet, maar de hoop dat iets met de omvang van het Romeinse rijk en het aantal inwoners van de voormalige Sovjet Unie een verbetering voor ons in zou houden, ligt niet erg voor de hand.
Zoals Bolkestein, de voormalige Eurocommissaris ooit voor de televisie zei “maar wat dan wel”? Geen Federatie van Europese landen dus, maar een douane-unie en een vrije markt. Dat is niet niks en om het goed te doen is er wel degelijk een gemeenschappelijke juridisch-economische infrastructuur voor nodig. Een gezamenlijke fiscaliteit is daarvoor nuttig en ook Europese vennootschapswetgeving, een gemeenschappelijk vervoersrecht, mededingingsrecht etc. en vooral ook centraal toezicht op de uitvoering ervan.
Dezelfde regels in alle lidstaten voor de financiële controle van bedrijven en voor het functioneren van beurzen en andere markten, allemaal heel specialistisch werk, dat zich aan de aandacht van het grote publiek onttrekt, maar dat een voorwaarde is voor het functioneren van een gemeenschappelijke markt.
Een aantal hobby horses van de Europese politici uit het verleden zouden bij voorkeur moeten worden afgeschaft. In de eerste plaats het Europese parlement dat geen enkel nuttig doel dient, dat de Europese burgers niet vertegenwoordigt en het Europese bestuur niet controleert.
De gemeenschappelijke landbouwpolitiek was gebaseerd op de honger die hier en daar geleden werd tijdens de tweede wereldoorlog. Zij werkt discriminerend tegen de arme landen uit de derde wereld en het is niet duidelijk waar een top down landbouwbeleid goed voor zou kunnen zijn. Niet zolang we er van uit mogen gaan dat de wereldhandel niet meer op dezelfde manier zal worden verstoord als in de tweede wereldoorlog. Gemeenschappelijke kwaliteit en milieuregels voor de agro-industrie dat zou zeker nuttig zijn, regels ter bevordering van een eerlijke concurrentie en de volksgezondheid, allemaal prima. Maar we moeten af van landbouwsubsidies en andere marktverstorende maatregelen.
Een gemeenschappelijke sociale politiek, met subsidies voor de achtergebleven regio’s. Dat gebeurt uit naam van de Europese solidariteit, en heeft een zeker nut voor de periode waarin nieuwe leden zich aan de economische omstandigheden binnen de Unie moeten aanpassen. Voor het overige is het een socialistisch fenomeen uit de negentiende eeuw. Het vormt een naaste aanleiding voor corruptie en voor overbodige investeringen. Het is dus een vorm van kapitaalvernietiging. Verstrek achtergebleven regio’s leningen als daar emplooi voor is en verbeter er de infrastructuur. Daar hebben ze wat aan, maar subsidies werken vrijwel altijd averechts.
De mensen uit de oudere achtergebleven regio’s, zoals de Extremadura in Spanje en het Italiaanse Calabrië hebben hun problemen grotendeels zelf opgelost door industrialisatie maar vooral door emigratie naar welvarender gebieden. Verder is het een kwestie van goed bestuur door lokale autoriteiten. Dat zullen ze zelf moeten doen, daar kan Europa ze niet bij helpen.
De gemeenschappelijke munt is een fait accompli, maar het was, zoals bij het Griekse drama gebleken is, een vlucht naar voren. Men dacht dat de euro de deelnemende landen zou dwingen er een zelfde economische politiek op na te houden, maar het is intussen duidelijk dat dit optimisme ongefundeerd was. Als een douane-unie kan functioneren zonder gemeenschappelijke munt, zouden we over de euro misschien niet al te krampachtig moeten doen maar haar op vrijwillige basis moeten voortzetten en de landen die het niet kunnen volgen met zo weinig mogelijk gerucht laten uitstappen. In elk geval lijk me 50% jeugdwerkloosheid voor Spanje erger dan het in de eurozone blijven, nu gebleken is dat het land de concurrentie met het Noorden niet aan kon.
De geïndustrialiseerde wereld waar Europa onderdeel van vormt heeft een mate van ingewikkeldheid en onderlinge samenhang bereikt, waarbij een aantal problemen alleen nog maar in wereldsamenwerking kunnen worden opgelost. Die wereld houdt niet op bij de grenzen van de Unie, maar aan de andere kant is de Unie groot genoeg om veel van die problemen zelfstandig aan te pakken, zoals dat ook geldt voor andere regio’s van vergelijkbare omvang, zoals Amerika, Rusland, China-Japan, en India. Ik noem er een paar: milieu, watervoorziening, energie, het probleem van de massale immigratie en de overbevolking, de internationale verkeersvoorzieningen, de communicatiemiddelen, de externe en interne veiligheid.
Een deel van die problemen kan misschien nog weer beter mondiaal worden aangepakt, maar in het algemeen geldt dat beslissingen dienen te worden genomen op het laagste niveau waarop dat praktisch mogelijk is.
Dat is in wezen ook de reden waarom een Federaal Europa niet alleen een onbereikbaar doel, maar vooral een onwenselijk doel is. Als de nationale staten er niet waren zouden ze moeten worden uitgevonden. Wie ziet hoe lastig het is om op dat lagere nationale niveau bureaucratie en onbestuurbaarheid in bedwang te houden die zou behoren te schrikken bij de gedachte van een federale Unie. Wie ziet hoe Amerika worstelt met dit probleem, met zijn zoveel efficiëntere cultuur dan die van Nederland en van de andere Europese landen, die zou niet moeten wensen zich dit probleem in huis te halen.
Landen of naties zijn culturele eenheden met een eigen publieke opinie, een eigen geschiedenis en hun eigen identiteit. Het nationaliseringproces, dat daar de staatkundige vormgeving van is, is in de meeste Europese landen pas in de negentiende eeuw goed op gang gekomen en het zet zich nog steeds voort.
Friesland en Limburg zijn tegenwoordig Nederlandser dan zij zestig jaar geleden waren en dat geldt in Duitsland voor Beieren en Sleeswijk Holstein. De culturele invloed van de Europese landen op elkaar blijft beperkt. De invloed van de VS op elk van de Europese landen is veel groter dan die van de ene lidstaat van de EU op een van de andere[2], maar ook de Amerikaanse invloed moet niet worden overdreven.
Er zijn terreinen waarop landen in de hele wereld gelijkenis zijn gaan vertonen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de jeugdcultuur, voor muziek, film, amusement, reclame, kleding, sport, drugs, voor vervoermiddelen en de energievoorziening, om maar een stel onderwerpen te noemen. Er zijn tal van andere terreinen waarvoor het weer niet geldt en waar de nationale cultuur steeds verder veld wint. De nationale talen bijvoorbeeld worden tegenwoordig vaker als eerste taal of moedertaal gesproken dan de lokale dialecten. Er zijn nationale kunstvormen en cultuuruitingen die geen enkele neiging vertonen om te internationaliseren. De omgangsvormen bijvoorbeeld, zowel in het privé leven als in de publieke ruimte, zijn anders in Nederland dan in Duitsland, terwijl voor buitenstaanders die landen toch zo veel op elkaar lijken. Dat verschijnsel was in 2000 zeker zo sterk en opvallend als in 1900.
De inwoners van de Europese landen die niet beroepshalve met Europa te maken hebben zijn eigenlijk iedere keer weer verbaasd als ze met het bestaan van de Unie worden geconfronteerd. Het leeft bij niemand echt en het interesseert de mensen nauwelijks. Ze zien het als een technisch, economisch en politiek vehikel waar voor- en nadelen aanzitten en hebben door de bank genomen geen zin om zich erin te verdiepen. Dat is ook wel te begrijpen want de organisatie van Europa is chaotisch en voor niet-ingewijden maar moeilijk te begrijpen.
Europese gezindheid en oriëntatie is een zaak voor ambtenaren, politici en journalisten in de hoofdsteden en regeringszetels, niet voor de burgers. Vraag in Nederland aan een representatieve steekproef van de inwoners welke Nederlandse vertegenwoordigers in Brussel en Straatsburg ze kennen en behalve Bolkestein en Nelie Kroes wordt er niemand genoemd en wie van die twee in functie is op dit moment en wat zijn of haar portefeuille is weten de mensen ook niet. Frans Timmermans waren ze hier al weer vergeten de dag nadat hij minister af was.
Dat komt omdat relatief het aantal problemen dat als gemeenschappelijk wordt ervaren te gering is. Een gemeenschappelijk markt bevordert de vrede en de welvaart. Dat ziet ook iedereen wel en in abstracto is daar niemand tegen. Maar er zijn gewoon te weinig problemen die alleen in samenwerking kunnen worden opgelost. En dat is precies dat het politieke draagvlak produceert voor een Unie. Gaandeweg zullen zich wel meer problemen voordoen die om een gemeenschappelijke oplossing vragen. Maar ze moeten pas gezamenlijk worden aangepakt als zij zich voordoen en niet eerder. Verdergaande ambities zouden de Europese landen niet moeten hebben.
Zoals het dan wel vaker gaat in de wereld, wie het onderste uit de kan wil hebben krijgt het deksel op de neus. De grondwet die per referendum werd afgewezen toen men het de bevolking in Frankrijk en Nederland vroeg, blokkeert intussen verdere vooruitgang van de samenwerking en draagt bij aan de Europese crisis in plaats van te helpen die op te lossen.
Buiten de kring van eurojuristen kwam er vooral juridische belangstelling voor het Constitutionele verdrag toen bij ons de Raad van State had vastgesteld dat het daadwerkelijk om een grondwet ging, waarbij essentiële bevoegdheden aan Brussel werden overgedragen. Daarmee werd waarschijnlijk vooral gedoeld op de z.g. Kompetenz Kompetenz[3]: de macht die bij de Unie kwam te liggen om te beslissen welke bevoegdheden op grond van het verdrag aan haar zelf toe kwamen en welke bij de lidstaten waren gebleven. Gezien de traditie van het Hof EG om verdragen extensief uit te leggen kon dit als een beslissende bevoegdheidsverschuiving worden beschouwd. In Nederland zou het aannemen van het grondwettelijke verdrag daarom de procedure nodig maken die voor een grondwetswijziging is vereist. Die houdt onder meer een Kamerontbinding in en geen van de regeringspartijen was daar erg gelukkig mee. Het referendum moet tegen die achtergrond worden gezien als een vorm van compromis en ontduiking van het grondwettelijk voorschrift[4].
Ik vraag me af hoeveel van de mensen die er indertijd met zo veel vuur over discussieerden het ontwerp voor een nieuwe Europese grondwet ooit daadwerkelijk hebben gelezen. Het telde 325 bladzijden en had vier delen. Deel één definieerde de doeleinden van de Europese unie, haar organen en hun bevoegdheden, de procedures etc. Het tweede deel bevatte een moderne versie van de grondrechten. Deel drie was in hoofdzaak een samenvatting van de bepalingen uit eerdere verdragen, voor zover die niet in het nieuwe verdrag werden afgeschaft; in systematisch opzicht was het een uitwerking van deel één. Deel vier bevatte de slotbepalingen, waaronder de regels die gevolgd moeten worden bij toekomstige wijzigingen en aanvullingen.
Ik heb me er indertijd doorheen geworsteld en toen besloten tegen te stemmen bij het referendum. Als een geschoold jurist zoals ik de gevolgen niet kan overzien en de overheid die het ding aan ons voorlegt kennelijk al evenmin, dan moeten we er niet aan beginnen. Het was een zinnig referendum en een zinnig nee van de Nederlandse bevolking, maar het heeft ons niet geholpen.
Balkenende heeft de volksraadpleging genegeerd en het verdrag is zijn latere vorm als Verdrag van Lissabon getekend en door het parlement geloodst zonder het de burgers van dit land te vragen en zonder verkiezingen uit te schrijven zoals dat gemoeten had.

[1] We the People of the United States, in Order to form a more perfect Union, establish Justice, insure domestic Tranquility, provide for the common defence, promote the general Welfare, and secure the Blessings of Liberty to ourselves and our Posterity, do ordain and establish this Constitution for the United States of America.
[2] Met uitzondering misschien van de invloed van Frankrijk op Brussel en Wallonië, maar Vlaanderen heeft wel degelijk een eigen cultuur en is een van de welvarendste delen van Europa.
[3] Zie het stukje, dat ik onder deze titel publiceerde op deze site op 16 februari 2014.
[4] Zie art. 91 lid 3 van de Nederlandse Grondwet

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s