Betere organisatie versus hogere moraal.

De Ombudsman Alex Brenninkmeijer heeft indertijd de overheid gevraagd de procedure voor het uitzetten van asielzoekers te wijzigen. De Inspectie voor de Volksgezondheid eist van de ziekenhuizen een aanpassing van het operatieprotocol. Beide ingrepen hebben te maken met bestaande bureaucratische procedures die tot ongelukken kunnen leiden en daar in de praktijk ook toe hebben geleid. In het ene geval ging het om een te veel en in het andere om een tekort aan regelgeving.
Brenninkmeijer was op een procedure gestoten bij de uitzetting van asielzoekers die, voor zover bekend, nog nooit tot ongelukken heeft geleid, maar die dat gemakkelijk zou kunnen doen. Het ging om het protocol waarbij vóór de uitzetting de afgewezen asielzoeker een gesprek krijgt met een vertegenwoordiger van het land waarheen hij zal worden uitgezet. Dit gesprek dient om te controleren of de betrokkene wel uit het land afkomstig is dat hij heeft opgegeven en wellicht ook om voor enige opvang te zorgen als hij weer thuis aankomt. Brenninkmeijer had geconstateerd dat er geen regeling was om na te gaan hoe het afgewezen asielzoekers vergaat, nadat ze zijn uitgezet. Dus de mededeling, die hij van het ministerie kreeg op zijn vraag, dat men niet weet van ongelukken die de procedurefout zou kunnen hebben opgeleverd, was gratuit.
Wanneer iemand hier asiel gezocht heeft vanwege conflicten met het regime in zijn thuisland, dan kan de procedure hem extra gevaar opleveren, vond de ombudsman en hij wilde dat er voortaan een ambtenaar van de immigratiedienst bij het gesprek aanwezig was en eventueel een (door de asielzoeker aan te wijzen) tolk.
De inspectie voor de gezondheidszorg had geconstateerd dat het in de ziekenhuizen een rommeltje is met de operatieprotocollen . De statussen worden slordig bijgehouden en bevatten onvoldoende informatie. Men wil nu een en het zelfde operatieprotocol in alle ziekenhuizen en bovendien per patiënt per ziekenhuis één arts die eindverantwoordelijkheid draagt voor de patiënt en die t.a.v. hem alle medisch handelen coördineert. Een verstandig idee.
Het eerste voorbeeld toont aan hoe nuttig de functie van ombudsman is. Op het ministerie is er kennelijk niemand belast met het toezicht op ongewenste gevolgen van de eigen regelgeving. Bij het tweede voorbeeld reageerden de ziekenhuizen een beetje verbaasd, omdat ze zelf al twee jaar (!?) bezig waren met het uitwerken van exact hetzelfde voorstel. Het ingrijpen van de inspectie vonden ze daarom mosterd na de maaltijd en misschien meer op eigen publiciteit dan op verbetering van het medisch handelen gericht.
Misschien zou de overheid er beter aan hebben gedaan om twee jaar geleden eerst zelf met een suggestie voor een protocol te komen en dat aan de ziekenhuizen voor te leggen ter commentaar. Dat zou twee jaar hebben kunnen schelen. Toch pleit het niet voor de zorginrichtingen dat ze twee jaar nodig hadden om het over iets simpels als een operatieprotocol eens te worden. Dat wijst niet op een hoge graad van samenwerking in de medische wereld.
Dit zijn twee objectief goede voorbeelden van de noodzaak van een persoon of instantie binnen iedere organisatie van enige omvang, die toezicht houdt op de werking van regels en protocollen en die in kan grijpen als ongewenste gevolgen zich dreigen voor te doen. De gebeurtenissen in Tuitjenhorn van vier jaar geleden laten zien hoe dramatisch de gevolgen kunnen zijn als autoriteiten hun verstand niet gebruiken.
Beide voorbeelden hangen samen met het genetisch bepaalde onvermogen van mensen om zich spontaan te interesseren voor problemen die met grote aantallen van doen hebben en die daarom een hoge graad van abstractie vertonen. Natuurlijk zou in een ziekenhuis de persoonlijke aandacht van het medische personeel het gebrek aan goede protocollen kunnen compenseren, maar de ervaring leert dat door drukke werkzaamheden en andere prioriteiten veel van hen daar in de praktijk niet aan toe komen. Door wel de juiste protocollen te hebben, toe te zien op de naleving ervan en door een zo groot mogelijk standaardisatie wordt statistisch de kwaliteit van de zorg meer verbeterd dan door een beroep op het geweten of de beroepsregels van het medisch personeel.
Mensen hebben de neiging om de nadruk te leggen op het gebrek aan ethisch gedrag van ambtenaren of in dit geval van medisch personeel. Maar in de eerste plaats is het meestal geen bewust onethisch gedrag, maar veel vaker een gebrek aan een behoorlijke organisatie en in de tweede plaats wijzen de statistieken uit dat organisatorische maatregelen meestal beter helpen dan een beroep op moraliteit.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat als overheden zich zichtbaar onethisch gedragen en de gevolgen daarvan ingrijpend zijn, men de betrokkenen daar niet mee weg moet laten komen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, Organisaties. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s