De tweede wereldoorlog.

De herinneringen aan de tweede wereldoorlog zijn niet overal in Nederland hetzelfde. Het zijn vooral de hongerwinter in de Randstad tijdens het laatste oorlogsjaar en de bombardementen in 1940 op Rotterdam, waarover je in de geschiedenisboeken leest. Maar in Roermond, waar ik vandaan kom, hebben we een heel ander soort oorlog gehad dan in de rest van het land. Met name ook een heel ander einde aan de oorlog. Het zuiden van Nederland was in 1944 voor een groot deel bevrijd, maar het gebied ten oosten van de Maas bleef in Duitse handen. Roermond werd door de Engelsen gebombardeerd en in de buurt van de Maas, waar wij woonden, lag je in een kruisvuur. Duitsers aan de oostkant en de Engelsen en Canadezen aan de westkant, die elkaar beschoten. Soms vlogen de granaatscherven je om de oren. Dat was niet vol te houden en de Duitsers hebben begin 1945 de burgerbevolking van de stad geëvacueerd, voor zover die niet zelf al was gevlucht.
Ik was toen vier, maar die evacuatie herinner ik me nog heel goed. We werden opgeroepen om naar het station te komen. Mijn moeder, die in verwachting was van mijn jongste broer en zus, droeg een zware tas aan de ene arm en mijn jongere broer op de andere. Mijn zus en ik hadden rugzakken met essentiële spullen die mee moesten. Mijn vader zat ergens in de bossen ondergedoken en kon niet mee.
Bij het station stonden de bussen die ons naar Kaldenkirchen zouden brengen. Onderweg werden we een paar keer beschoten door geallieerde vliegtuigen. De bus stopte dan en we moesten eruit, schuilen in een greppel langs de weg. Uiteindelijk kwamen we in Kaldenkirchen aan op een zolder waar eerder Russische krijgsgevangenen hadden gezeten. Sindsdien associeer ik Rusland met vlooien, luizen en stank.
Gelukkig bleven we daar niet lang en gingen per trein verder Duitsland in. De volwassenen keken angstig en bedrukt, want we leken naar het oosten te gaan, richting Polen dus. Maar de trein stopte vaak en bleef dan soms een paar uur staan om in een andere richting weer verder te gaan. Uiteindelijk riep een vroegere ambtenaar van de spoorwegen opeens opgetogen dat we terug waren in Nederland. Hij had Hollandse seinpalen gezien. Korte tijd later stopte de trein op een station dat mijn moeder herkende: de stad Groningen. Een paar wagons werden afgekoppeld maar het deel waar wij in zaten reed door naar Leeuwarden. Daar stapte iedereen uit en op het perron stond de huishoudster van mijn opa, die gehoord had dat er een trein met evacués uit Limburg aan zou komen.
Vanaf dat moment was de oorlog voor ons voorbij. Hij hebben een paar maanden bij mijn opa gewoond en zijn na de bevrijding met een autobus weer terug gereden naar het zuiden door een behoorlijk stuk geschoten land.
Toen we bij ons thuis in Roermond de deur open deden, kwam ons een waterval tegemoet. Dieven hadden geprobeerd het huis leeg te roven maar dat was maar gedeeltelijk gelukt en de waterleiding was daarbij gesprongen. De piano stond buiten op een plat dak achter onze keuken, Die was te zwaar geweest. Dat klopte ook wel want alle weckflessen en andere spullen die we erin verborgen hadden zaten er nog steeds in. Iemand had geprobeerd de koelkast te stelen en moet daarbij enorm geluk gehad hebben. De koelkast lag onder aan de trap, waarvan de helft van de treden versplinterd waren, maar daaronder lag niet het lijk van de dief. Hij moet zich op een of andere manier hebben weten te redden. Onze familie uit Maastricht vertelde later dat ze geprobeerd hadden het huis schoon te maken voor we weer terug kwamen, maar dat ze door gewapende Duitsers verjaagd waren.
Hoe we die eerste tijd zijn doorgekomen, weet ik niet meer. Waarschijnlijk hebben we met hulp van buren en vrienden geprobeerd weer wat orde in de zaak te krijgen en het wachten was op de terugkomst van mijn vader. Op een dag kwam iemand die samen met hem ondergedoken had gezeten ons vertellen dat ze verraden waren en gevangen genomen en naar een Duits concentratiekamp gebracht. Daar hadden mijn vader en zijn broer, die bij hem was, difterie gekregen en die twee hadden het niet overleefd.
Dat mijn moeder onder dit alles overeind gebleven is, is een godswonder. Het was geen vrolijke boel bij ons thuis, natuurlijk, maar ze kreeg het gewone leven weer opgang. Wij gingen naar school en een tijd lang was er nog van alles te doen aan het huis. Maar van de leuke dingen die ik me van vroeger herinnerde, zoals piano spelen en samen liedjes zingen, met zijn allen naar een natuurbad in de buurt op een boerenwagen, met mijn vader die de paarden mende, daar was geen sprake meer van. Het was geen gezellige boel meer, maar kinderen passen zich aan en in de loop van de jaren werd het wel weer wat minder somber in huis.
Zo ’n dramatisch eerste deel van je leven leert je dat je om de dingen niet als te vanzelfsprekend te beschouwen. Je neemt alles meer zoals het komt. Mijn broers en zusters zijn alle vier heel goed terecht gekomen en ik zelf klaag ook niet. Dat hebben we aan onze moeder te danken, beseffen we. Die heeft ons als gezin er door gesleept. Zelf heeft ze het daarbij moeilijk gehad. Dat zei ze ook wel eens aan het einde van haar leven, maar ook dat ze het voor geen ander had willen ruilen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, oorlog. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s