Klimaatafspraken.

Als Nederland zich niet aan de internationale afspraken houdt over CO2 uitstoot, dan heeft vooral Duitsland daar last van. Hoeveel last is niet zonder meer te zeggen. De Haagse rechter deed wel of wetenschappelijk de gevolgen van deze specifieke vorm van uitstoot vast staan maar dat is niet zo. Wel zegt het IPCC[1] , dat er onmiskenbaar een verband bestaat tussen de opwarming van de aarde en de uitstoot van kool dioxide, methaan en stikstof oxide. Maar hoeveel ieder van die broeikasgassen bijdraagt is niet duidelijk en wat het effect van vermindering van de uitstoot is, evenmin.
Richard Tol, de Nederlandse vertegenwoordiger bij het IPCC, meent dat alleen verwaarlozing van de dijken de Nederlandse overheid aan te rekenen zou zijn. Dat is een heel specifieke verantwoordelijkheid en de gevolgen van een dijkdoorbraak zijn berekenbaar. Maar de paniekzaaierij van de Haagse rechter noemde hij mesjogge. Er is geen rechtstreeks verband tussen de uitstoot van CO2 en het gevaar dat Nederlanders lopen.
Het is aan de overheid om de relatieve urgentie te bepalen van de diverse maatregelen die binnen haar zorgplicht vallen. De rechter doet in zijn vonnis niet veel anders dan verwijzen naar overheidspublicaties die het bestaan van een urgentie onderstrepen, maar deskundigen als Tol menen dat het voor het klimaat weinig uitmaakt of we 20 of 50 procent minder Co2 produceren.
De rechter ging met andere woorden buiten zijn wetenschappelijke en daarmee ook buiten zijn juridische boekje.
Klimaatverdragen hebben geen rechtstreekse werking, dat wil zeggen burgers kunnen er zich niet op beroepen. Andere landen en in casu Duitsland, kunnen dat misschien wel, maar doen dat niet. Kennelijk zijn ze er van overtuigd dat er in dit opzicht geen sprake is van mismanagement van de Nederlandse overheid. Landen spreken elkaar op het niet nakomen van verdragen aan als er geen enkele twijfel kan bestaan over een contractbreuk en er aanwijsbare schade is in het klagende land.
Als er wel een aanwijsbare oorzakelijke schade is dan kan een gelaedeerde zelf klagen en een schadevergoeding vragen, ook als er geen verdrag is. In dat geval moet hij zijn schade wel kunnen kwantificeren. Dat was bijvoorbeeld het geval met de zoutlozingen van de Franse Kalimijnen in de Rijn. De Stichting voor schoon water die – vergelijkbaar met Urgenda – optrad voor het publieke belang werd niet ontvankelijk verklaard. Te verwachten is dat dit in hoger beroep ook met Urgenda wel zal gebeuren. Zolang niemand aanwijsbare schade heeft is er geen reden voor rechters om op te treden. Dan is het de taak van de uitvoerende macht.
Ik ben bang dat we dit gedoe als interessant doenerij van de Haagse rechter moeten zien.

[1] Intergovernmental Panel on Climate Change

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in recht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s