De anti Wilders hetze.

Voor de derde keer is nu aan de orde of Geert Wilders strafrechtelijk vervolgd moet worden voor opvattingen over de islam en haar aanhang, die hij in Nederland met miljoenen mensen deelt.
Dat het eerste Wilders proces een aanslag was op ons staatsrecht en op de vrijheid van meningsuiting valt moeilijk te ontkennen. De eerste strafkamer van het Amsterdamse Hof, die het OM de opdracht had gegeven om te Wilders te vervolgen heeft terecht heel wat voor haar kiezen gekregen en zou, dachten wij toen, zo’n fout niet vlug nog een keer maken.
Het proces had de tweespalt in de samenleving op een ontoelaatbare manier bevorderd en het was juist die tweespalt die het Hof aan Wilders verweet. Dat het OM in eerste instantie en op opportuniteitsgronden niet had willen vervolgen was beleefd tegenover de zich gekwetst voelende moslims in dit land. Het liet de vraag van de strafbaarheid in het midden. Toen het OM door het Hof gedwongen werd te vervolgen, rekwireerde het tot vrijspraak. Opnieuw terecht. De vervolging werd door de aanhang van Wilders gezien als een poging om ook hen de mond te snoeren en door weldenkend Nederland als een betreurenswaardige misslag die het aanzien van de rechterlijke macht heeft ondermijnd.
Na een verkiezingsoverwinning, waarbij zijn partij zeven zetels won in de plaatselijke gemeenteraad, herhaalde Wilders zijn opvattingen in Den Haag. Hij vroeg: “Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?” en het publiek riep “minder, minder”. Wilders besloot toen: “dan gaan we dat regelen”.
Het O.M. onderzocht toen volgens eigen zeggen of het Geert Wilders kon vervolgen. Hij zou verdacht worden van het aanzetten tot discriminatie en haat en van het beledigen van een groep mensen op grond van hun ras. In de maanden die volgden op de uitspraak zijn 6400 voorgedrukte strafaangifte formulieren ingevuld op politiebureaus. De aanwezige politiemensen hielpen Marokkanen en progressieve Nederlanders bij dat invullen. Op 18 december 2014 maakte het O. M. bekend dat het Geert Wilders daadwerkelijk ging vervolgen. Deze vroeg toen Geert-Jan Knoops om als zijn raadsman op te treden.
“Politici mogen ver gaan in hun uitspraken, dat brengt de vrijheid van meningsuiting met zich mee, maar die vrijheid wordt begrensd door het verbod op discriminatie,” sprak het O.M. , dat al vast een voorschot nam op de tenlastelegging.
Ruim een jaar later, op 8 maart 2016, maakte het OM de tenlastelegging openbaar. Die luidde: het aanzetten tot haat en discriminatie, en groepsbelediging. Hetzelfde dus als in het eerste Wilders proces. Tijdens de regiezitting zei het OM dat in de zaak Wilders twee fundamentele rechten tegenover elkaar stonden: het discriminatieverbod en de vrijheid van meningsuiting. Volgens het OM is de vrijheid van meningsuiting niet absoluut en zijn er wettelijke grenzen die ook een politicus niet mag overtreden. Het proces tegen Geert Wilders ging dus door. De rechter verklaarde het OM ontvankelijk, wat betekent dat Wilders voor de tweede keer mocht worden vervolgd voor dezelfde politieke stellingname. Volgens de rechtbank moeten juist politici vanwege hun belangrijke maatschappelijke functie vermijden dat zij in hun openbare uitingen de intolerantie voeden. Het is bizar dat bij ons openbaar ministerie niemand lijkt te begrijpen dat juist het vervolgen van een democratische politicus discriminerend is en oproept tot haat. Wilders wordt als gevolg van deze verwerpelijke houding van onze overheid voortdurend met geweld bedreigd terwijl hij zelf uitsluitend democratische middelen gebruikt om zijn boodschap uit te dragen.
Wilders maakte toen hij recht van spreken kreeg in zijn tweede proces korte metten met zijn tegenstanders. Hij was met zijn requisitoir tegen het O.M. binnen het uur klaar in een redevoering die ik tot de betere reken die ik de laatste jaren in Nederland heb gehoord. De aanklacht van de beide officieren in Wilders II was een onmogelijk lang en verward stuk. Voor een buitenstaander niet te volgen. Je vraagt je af, als het toch moet, of het niet beter kan. Wanneer het O.M. met het staatsrechtelijk novum komt, om een politicus te vervolgen voor wat hij tijdens een verkiezing redevoering heeft gezegd, kan het tenminste duidelijk uiteen zetten waarom alleen de eigen politieke opvattingen onder de vrijheid van meningsuiting vallen.
Je komt niet om de conclusie heen dat er in de Nederlandse overheid en met name bij het Openbaar Ministerie dingen moeten veranderen willen we de steeds groter wordende afstand tussen overheid en bevolking nog kunnen overbruggen.
Nu zijn we dus aan het derde bedrijf toe. Op verzoek van de Oostenrijkse collega’s gaat het Nederlandse O.M. onderzoeken of Wilders opnieuw vervolg kan worden voor zijn politieke opvattingen. Die opvattingen waren de reden waarom hij was uitgenodigd om in Wenen een politieke toespraak te houden voor een Oostenrijkse partij die zijn opvattingen deelt. Drie maal is scheepsrecht zult U misschien zeggen. Maar ik ben nog geen mens tegengekomen die uit de woorden ‘wilt U meer of minder Marokkanen in Nederland?’ of uit het antwoord minder, minder, ‘dan gaan we daarvoor zorgen’ een belediging heeft kunnen distilleren in plaats van een politieke mopvatting. Hetzelfde zal straks weer gelden voor vervolging nummer drie.
Beledigen is het opzettelijk aantasten van iemands eer of goede naam. Artikel 266 tweede SR lid luidt:
Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.
Wilders ziet het als een openbaar belang om het aantal moslim criminelen in Nederland te verminderen. De constatering dat die criminelen er zijn kan onmogelijk als een belediging worden opgevat. Die aanwezigheid is een feit en het is de taak van politici om tegen criminaliteit ten strijde te trekken met de hun daarvoor ter beschikking staande middelen. De bestrijding van criminaliteit en het verbeteren van de veiligheid op straat prioriteit nummer 1 van iedere overheid en bovendien een taak waarin diezelfde overheid, die Wilders nu vervolgt, verwijtbaar te kort is geschoten.
De drie Wilders processen zijn stuk voor stuk staatsrechtelijk ontoelaatbaar en in ethisch opzicht verwijtbaar. Het wordt tijd dat meer mensen zich hier tegen gaan verzetten. Ook al ben je het in politiek opzicht niet met hem eens, hij moet als politicus kunnen zeggen wat hij nodig vindt. Dat is een recht dat ook zijn tegenstanders horen te verdedigen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in politiek, recht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s