Onderwijssociologie.

Evelien Tonkens, een sociologe, ik meen uit Nijmegen, vermeldde in een column in de Volkskrant dat kutmarokkaan op het internet 50.000 hits geeft op Google en kutchinees of kuthollander iets in de orde van drieduizend. Dit schrijft ze in het kader van een kritiek op de oratie van Jaap Dronkers in Maastricht.
Dronkers is een andere socioloog, die op grond van buitenlands onderzoek had geconcludeerd dat moslim leerlingen in Nederland een slechte invloed hadden op de gemiddelde leerprestaties van gemengde scholen. Tonkens zoekt de verschillen, als die er al zouden zijn in de discriminatie[1] waar moslim jongeren wel en Chinezen en Vietnamezen niet mee te maken krijgen dit land.
Allochtonen van dezelfde etniciteit maar een ander geloof hadden volgens Dronkers die slechte invloed niet of minder. Indirect zou men uit het verhaal kunnen afleiden dat een etnisch Afrikaanse afkomst een soortgelijke negatieve invloed heeft op de leerprestaties, ongeacht het geloof van de leerlingen, want de positieve allochtone invloeden die hij noemt lijken alleen uit Oost Europa en Oost Azië te komen.
Dat Tonkens het niet eens zou zijn met Donkers was te verwachten. Zij en haar collega Pieter Hilhorst zijn uitgesproken voorstanders van gemengde scholen en tegenstanders van het maken van onderscheid op basis van religie. En dat is wel wat Dronkers hier doet, maar omdat hij socioloog is en hoogleraar wordt dat verwijt hem veel indirecter gemaakt dan bijvoorbeeld aan Wilders. Wilders zegt soortgelijke dingen als Dronkers op basis van soortgelijke waarnemingen, maar aangezien hij ze niet in een sociologisch jasje kleedt kan hij er kennelijk om worden vervolgd en Dronkers niet.
De kritiek van Tonkens snijdt in mijn ogen geen hout. Ze meent dat Nederland zo anders is dan het buitenland dat cijfers uit andere Europese landen geen bewijskracht hebben voor Nederland. Terecht, vind ik, noemt Dronkers dat weinig plausibel. Ook gaat bij ons de discussie grotendeels over lagere scholen terwijl het onderzoek vijftienjarigen betrof, zegt Tonkens. Je hoeft, denk ik, weer geen socioloog te zijn om ook op dit punt Dronkers te geloven en niet Tonkens. De reden waarom vijftienjarigen leerachterstanden hebben en het peil van hun medeleerlingen in ongunstige zin beïnvloeden lijkt nauw samen te hangen met leerachterstanden in het lager onderwijs, maar misschien nog wel meer met hun weerzin tegen de gedwongen aanwezigheid op de school. Als dat verband tussen prestaties op middelbare en lagere scholen er niet was, dan had Tonkens daar ongetwijfeld op gewezen.
Tonkens weet niet zeker of zij de uitslag van het onderzoek van Dronkers contra-intuïtief of politiek onwelgevallig moet noemen en laat dat in het midden. Maar hoe dan ook ze ziet er geen reden in om het streven naar etnisch diverse scholen te staken. Dan moet er eerst maar een onderzoek komen naar basisschoolleerlingen en in Nederland en moet ook het effect van racisme eerst uit de cijfers zijn geëlimineerd! Pas dan zal zij zich laten overtuigen en voorlopig blijft voor haar een etnisch gemengde school een zinvol streven.

Ik weet eerlijk gezegd niet of Dronkers gelijk heeft. Wat ik wel weet is dat Tonkens ongelijk heeft. Duidelijker voorbeelden van politiek correct wishful thinking en van het dooreenhaspelen van normatieve en feitelijke argumenten kom je niet vaak tegen.
Maar ik vind het onderzoek en de conclusies van Dronkers ook niet zonder meer overtuigend. Dat wil zeggen, ik geloof wel dat in Nederland zwarte scholen slechter presteren dan witte en ook dat gemengde nog slechter uitwerken voor beide groeperingen. Wat ik niet zonder meer aanvaard is dat uit statisch onderzoek zulke stellige oorzakelijke verbanden kunnen worden afgeleid. Ik betwijfel dus voorshands dat het alleen de godsdienst zou zijn. Het zou best eens kunnen dat de oorzaak voor een deel ook ligt in de manier waarop we met die godsdienst omgaan. Verbanden zijn zelden zo monocausaal als in de oratie van Dronkers wordt gesuggereerd. Net als de ‘discriminatie’ van Marokkanen niet eenzijdig voortkomt uit de slechte inborst van de autochtonen zomin wordt het slechte presteren van gemengde scholen alleen veroorzaakt door de godsdienst of de achtergrond van de ouders van de betrokken kinderen. Dat denk ik in elk geval en de cijfers van Dronkers bewijzen noch het een noch het ander.
Ik meen verder dat ik het met Tonkens en Hilhorst eens moet zijn dat er geen alternatief is voor integratie van de allochtonen in dit land en dat een gezamenlijke schoolopleiding daarvoor een uitstekend middel kan zijn, zolang dat onderwijs gedisciplineerd[2] en op voldoende hoog niveau gegeven wordt. Dat gemengde scholen een slechte invloed hebben op de leerprestaties van alle betrokken leerlingen, daar kan weinig twijfel over bestaan. Op dat punt zijn de cijfers van Dronkers duidelijk. Men zou als men gemengde scholen niettemin voor noodzakelijk houdt politiek incorrecte methoden moeten overwegen om daar verandering in te brengen. Als we het tenminste eens zijn dat hier een Europees probleem ligt dat op zich groter is dan de tekorten op de Griekse begrotingen.

[1] Discriminatie is een te onhelder begrip om met succes in een wetenschappelijke verhandeling te worden gehanteerd. Het succes van het woord kutmarokkaan, dat door een PvdA politicus werd gelanceerd, zegt weinig over het gedrag van autochtone Nederlanders tegenover moslims. Kutturk levert weer minder hits op dan drieduizend.
[2] Een dergelijk integrerende werking ging vroeger uit van de gemeenschappelijke militaire dienst. Herinvoering daarvan zou vanuit een oogpunt van integratiebevordering misschien kunnen worden overwogen.

Bijlage. Samenvatting oratie Dronkers.

In deze oratie wordt het effect op taalvaardigheid vastgesteld van twee kenmerken van schoolpopulaties: samenstelling en diversiteit, zowel wat betreft de etnische als de sociaal-culturele dimensie. Dat gebeurt met de cross nationale PISA-data 2006 voor zowel 15-jarige autochtone leerlingen als leerlingen met een immigranten achtergrond.
Een grotere etnische diversiteit van scholen in het voortgezet onderwijs belemmert de onderwijsprestaties van zowel leerlingen met een immigranten achtergrond als van autochtone leerlingen, maar het negatieve effect is kleiner in onderwijs stelsels met weinig differentiatie, en het effect is het sterkst in onderwijs stelsels met sterke differentiatie. De sociaal-culturele diversiteit van scholen heeft geen effect op de onderwijsprestaties, maar deze effecten zijn positief in sterk gedifferentieerde onderwijs stelsels en negatief in weinig gedifferentieerde stelsels. Het gemiddeld opleidingsniveau van de ouders van leerlingen op een school is daarentegen van groot belang voor de onderwijsprestaties van leerlingen, en dit verschilt nauwelijks tussen onderwijs stelsels. Een hoger percentage leerlingen met een immigranten achtergrond op een school vermindert de onderwijsprestaties, maar als deze leerlingen dezelfde herkomst regio hebben (islamitische landen, niet-islamitische Aziatische landen) bevordert het juist de onderwijsprestaties. Leerlingen afkomstig uit islamitische landen hebben een substantiële achterstand in taal scores op vergelijkbare migranten leerlingen afkomstig uit andere herkomst landen, en die achterstand kan niet met de sociaaleconomische individuele achtergrond, de school kenmerken of de onderwijsstelsel kenmerken verklaard worden.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie, zo maar wat. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s