Natuurfilosofen.

In Trouw van 8 Juni 2007 stond een interviewtje met twee filosofen, Pott en De Groot, over de discussie evolutie versus intelligent design. Zo mag je de aard van de discussie en van het interview wel omschrijven, al zullen Dekker c.s. met die formulering niet zo gelukkig zijn. Dat zijn wetenschappers en zij zijn te verstandig om het bestaan van evolutie te ontkennen. Hun bezwaren zijn niet gericht tegen de evolutietheorie als zodanig, maar tegen het mechanisme dat Darwin aan zijn evolutieleer ten grondslag legde: willekeurige veranderingen, gevolgd door een proces van harde selectie.
Aan het proces zoals Darwin dat beschreef en waarvan hij zelf de zwakke punten verrassend goed in kaart heeft gebracht, is de laatste honderd vijftig jaar veel bijgeschaafd. De leer van het punctuated equilibrium bijvoorbeeld verklaart hoe soorten tientallen miljoenen jaren of nog langer ongewijzigd kunnen blijven om dan plotseling te verdwijnen of een rigoureuze aanpassing te ondergaan. Die aanpassing heeft soms in een zeer korte tijd haar beslag[1]. Geen geleidelijke evolutie dus, maar een met horten en stoten. Een accumulatie van alternatieve genen verzameld zich in de gene pool van de soort, maar zolang de omstandigheden niet veranderen komen afwijkende individuen niet door de selectie heen. Veranderen de omstandigheden grondig dan overleven alleen extreem afwijkende individuen of er overleven er geen en de soort sterft uit zonder nageslacht. Veranderen de omstandigheden alleen plaatselijk dan ontstaan nieuwe soorten terwijl elders de oude soort zich handhaaft.
Darwin zelf noemde als belangrijkste zwakke punt de niet perfecte tussenvormen die nutteloos lijken en daarom de selectiedruk niet zouden behoren te doorstaan. Veel van de voorbeelden die al in Darwins tijd werden genoemd worden steeds weer opnieuw aan de orde gesteld en door de biologen routineus en wat vermoeid weerlegd. Het oog bijvoorbeeld wordt ook in het interview weer genoemd, een bezwaar tegen Darwin, dat erg gemakkelijk is te weerleggen. Tussenstadia hebben aantoonbaar nut en vrijwel dezelfde vorm van oog is bij verschillende diersoorten, bij zoogdieren zowel als inktvissen bijvoorbeeld, op verschillende manieren en verschillende tijdstippen ontstaan. Iets soortgelijks geldt voor de vleugels van vogels en van sommige soorten zoogdieren. In het boek van Dekker c.s. komen er naar verluid gevallen aan de orde die (nog) niet zijn weerlegd.

Vertrouwen dat dit ooit wel zal gebeuren is mooi maar intussen hebben de heren groot gelijk met vol te houden tot op bewijs van tegendeel dat er meer moet zijn dan alleen selectie toegepast op genetische verandering.
Een mechanisme waar ze wellicht[2] geen rekening mee hebben gehouden is dat nieuwe fysieke eigenschappen en gedragingen kunnen ontstaan uit een nieuwe vorm van gebruik van bestaande. Zo zijn longen bijvoorbeeld ontstaan uit zwemblazen en is DNA als drager van erfelijkheid pas ontstaan nadat RNA een soortgelijke functie eerder vervulde. Het huidige RNA heeft pas later een functie gekregen die complementair is aan het DNA. In zulke gevallen, waarbij het nut van de tussenvormen een heel andere is dan van het orgaan zoals wij het kennen, is de weg terug langs het pad van de evolutie vaak moeilijk te vinden. Het lijkt dan of kant en klare organen plotseling zijn ontstaan, terwijl dat toch niet het geval is. De oversprongtheorie van onze landgenoten Kortlandt en Tinbergen levert soortgelijke voorbeelden uit de ethologie.

De bestudering van de voorbeelden van evolutie en de weerlegging van de kritiek erop, leveren fascinerende lectuur. Het is begrijpelijk dat vak-filosofen daar niet aan toekomen, ze hebben het druk genoeg, maar om deel te nemen aan de discussie over evolutie en intelligent design is het eigenlijk onvermijdelijk.
Dat vak-filosofen deel nemen aan deze discussie is wel gewenst want men kan geen behoorlijk wereldbeeld meer hebben in de moderne tijd zonder zich van de evolutietheorie in zijn moderne vorm op de hoogte te stellen. Het lijkt dus onvermijdelijk dat de filosofie ruimte creëert in haar curriculum op de universiteiten voor de biologie en de evolutie leer.

[1] Eldredge en Gould, de auteurs, spreken over enige tienduizenden jaren, maar de cichliden in het Victoria meer lijken nieuwe soorten te hebben ontwikkeld in enige tientallen jaren.
[2] Ik heb hun boek nog niet gelezen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s