Het asiel dat Mohammed kreeg.

In A.D. 622 vluchtte Mohammed, de Arabische profeet van de joodse God Jahwe, uit zijn geboortestad Mekka naar de handelsstad Medinta[1], waar hij veel bekenden had uit een vroeger leven als karavaanleider. De stad werd in die jaren door de Arabieren Yathrib genoemd en later door Mohammeds volgelingen Medina (al Madīnah al Munawwarah). Kennelijk trok hij naar Medinta omdat hij verwachtte dat hij door de joden en christenen ter plaatse als een van de hunnen zou worden opgenomen, zoals inderdaad gebeurde. Mohammed geloofde in de God van de joden en christenen en beschouwde degenen die hem in Mekka vervolgden als heidenen en afgodendienaars. Hij hoorde tot de groeiende groep van Arabische bekeerlingen, het beschaafde deel van die natie.
Enthousiast zoals iedere bekeerling, beschouwde hij zich als de profeet van Jahwe bij de Arabieren en zag hij het als zijn taak om het heidendom op het schiereiland uit te roeien en daarmee vrede te brengen onder zijn landgenoten. Dat heeft hij gedaan. Hij heeft vrede gebracht in Arabië en het Midden Oosten, met het zwaard in de hand. Het lijdt weinig twijfel, voor wie weet wat de omstandigheden toen in Arabië waren, dat zijn optreden daar een ommekeer is geweest ten goede, al ging het met veel geweld gepaard. Dat dit het gevolg was van Goddelijk ingrijpen lag voor alle tijdgenoten voor de hand en als diens boodschapper werd hij door al zijn volgelingen aanvaard. Binnen honderd jaar na zijn vlucht naar Medina bestonden zijn volgelingen uit het merendeel van de inwoners van het beschaafdste deel van het oude Romeinse rijk en van het rijk van de Perzen, dat sinds mensenheugenis de erfvijand was geweest van de Romeinen.
Hij bracht een simpele leer die zeker een vooruitgang was als men hem vergeleek met het bloedige heidendom in Arabië. Maar zij was ook een stuk helderder dan de gecompliceerde en elkaar bestrijdende sekten waarin joden- en christendom uiteen waren gevallen.
Mohammed zag het christendom als een vernieuwing in het Godsgeloof, wat het oorspronkelijk ook was. Zijn eigen prediking beschouwde hij als een vervolg op oude en nieuwe testament. Jezus van Nazareth preekte hetzelfde geloof als hijzelf en als Mozes en Abraham, maar hun volgelingen hadden de boodschap niet in de oorspronkelijke vorm bewaard. Eerder dan iets nieuws te brengen sloot hij met zijn arbeid de oude reeks predikingen af en zuiverde die van insluipsels.
Maar van de drie Joodse stammen van Medinta die hem welkom heette op zijn vlucht uit Mekka is er geen overgebleven en ook christenen werden er later niet meer aangetroffen.

Om te begrijpen hoe Mohammed zich zelf zag moeten we hem misschien vergelijken met Maarten Luther. Luther was niet van plan een nieuw geloof te stichten. Hij wilde het bestaande christendom zuiveren van de verdraaiingen die het sinds Nicea en voordien al had ondergaan. Mohammed wilde terug naar het zuivere geloof van Mozes en Abraham, zoals naar zijn overtuiging ook Jezus dat had gewild. Mohammed wilde geen kerk en geen hiërarchie met bisschoppen en priesters. Zijn leer, zoal later neergelegd in de koran, was in zijn ogen een zuivere samenvatting van een oudere leer. Hij verbood het ontstaan van een kaste van bemiddelaars tussen de gelovigen en God die het woord weer zouden kunnen bederven.
De koran is een boek met verzen om te declameren aan mensen die niet kunnen lezen of schrijven, maar wel kunnen luisteren. Dat, de geloofsbelijdenis, vijf keer bidden per dag, vasten in de Ramadan, aalmoezen geven aan de armen en, als men de middelen heeft, eenmaal in het leven een bedevaart naar de heilige plaatsen. Dat was de inhoud van de islam. Simpel en voor iedereen te volgen. Dat het daarnaast een geloof is van geweld dat is waar, maar de bedoeling was om met dat geweld vrede te brengen. Voor het land en de tijd waarin Mohammed leefde was zijn boodschap een vooruitgang. Dat hij toch door Dante geplaatst werd in diens Inferno, in de 28e Canto van dat grote gedicht, wordt gerechtvaardigd door het lot van degenen die hem gastvrijheid gaven toen hij vluchtte voor zijn familieleden in Mekka: de Banu Qurayza, Banu al-Nadir en Banu Qaynuqa.

[1] Medinta is Aramees voor ‘stad’. Aramees was de handelstaal in het Syrische gebied waar de joden vandaan kwamen. Medina, de naam die de volgelingen van Mohammed gaven aan Yathrib, was een afgeleide van Medinta

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geloof, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s