Terreur in het Nederlandse strafrecht

Volgens artikel 4 Sr is een daad terroristisch als die wordt gepleegd
1. met het oogmerk de bevolking of een deel van de bevolking vrees aan te jagen
2. de Nederlandse overheid of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie te bewegen iets te doen, na te laten of te dulden
3. de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van Nederland of een in Nederland gevestigde instelling of organisatie van de Europese Unie te ontwrichten of te vernietigen
Onder terroristisch misdrijf wordt verstaan:
elk van een aantal specifieke misdrijven die in de wet zijn omschreven, wanneer die misdrijven werden begaan met een terroristisch oogmerk;
Artikel 83a geeft opnieuw de definitie van terroristisch maar nu iets ruimer geformuleerd.
Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan
1. het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen,
2. een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden,
3. of de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.
Terroristisch is in de tweede definitie niet meer beperkt tot Nederland en de EU.
Terreur omvat dus de volgende elementen;
1. Het moet gaan om een ernstig geweldsmisdrijf of een dreiging daarmee ;
2. Het doel moet zijn de bevolking waar de terreur plaats vindt of een deel van die bevolking ernstige vrees aan te jagen;
3. En de structuur van een samenleving te ondermijnen.
In het algemeen spraakgebruik weet ik niet zeker of dat derde element een aparte rol speelt, maar de eerste twee wel. Wat zeker geen element is in het spraakgebruik , is ‘een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, al zullen veel terreurdaden wel met doel worden gepleegd. Maar het is interessant dat de strafwet een eigen, van het algemeen spraakgebruik afwijkend begrip terreur hanteert. Dat wijst erop dat vervolging vooral zal plaats vonden als de vrees die de bevolking ondervindt het functioneren van de eigen overheid belemmert. Dat lijkt daarom wel verstandig, omdat het strafrecht vraagt om feiten die op een overtuigende manier bewezen kunnen worden. Dat geldt voor overheids organisaties die ophouden behoorlijk te functioneren. Maar hoe bang een (deel van) de bevolking wordt van een bedreiging is veel lastiger vast te stellen. Het zelfde geldt voor dat element in artikel 4 dat overheden beperkt tot die in de EU. Terreur in Syrië zal met andere worden niet snel ten laste worden gelegd. Misdrijven in Syrië zullen het zonder de strafverzwaring voor terreur moeten stellen. Dat klinkt erger dan het is. De strafmaxima zijn in het algemeen hoog genoeg. Nederlandse rechters hebben sowieso de neiging misdrijven lichter te bestraffen naarmate ze verder weg zijn gepleegd. Hoeveel minder is niet duidelijk. Niet recht evenredig met het kwadraat van de afstand, dat is zeker, maar misschien wel evenredig met de mate van geweld die in het betrokken land door de rechter als gebruikelijk wordt beschouwd.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in strafrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s