Theorie en praktijk.

Het Bureau van Han Voskuil vind ik meeslepende en goed geschreven literatuur. Toch herken ik er mijn eigen kantoorervaringen geen moment in en ik heb mij afgevraagd waarom.
Voskuil en ik schelen een jaar of tien in leeftijd, maar daar kan het niet in zitten. Ik denk eerder dat het er mee te maken heeft dat ik het grootse deel van mijn carrière in een commerciële omgeving heb gezeten en hij op een wetenschappelijk instituut. Ik zat bij adviesbureaus en advocatenkantoren. Het werk wat je daar doet heeft zin, omdat mensen met hun problemen bij je komen en je ze daar – meestal – bij helpen kunt. Je weet ook vrij zeker dat het nut heeft, want ze zijn bereid er veel geld voor te betalen. Dat doe je niet als je het advies niet de moeite waard vindt of in elk geval kom je dan nooit meer terug.
Er is in mijn herinnering eigenlijk maar een uitzonderingsperiode geweest: de paar jaar die ik heb doorgebracht op een van de mega advieskantoren waar we in gefuseerd raakten. Dat was stom die fusie en het beviel me niet. Daar ben ik dus niet gebleven. Ik ben toen opnieuw voor me zelf begonnen en heb daar met dat kleine eigen kantoortje de beste tijd beleefd uit mijn carrière. Maar klein heeft ook zijn nadelen, wat je merkt als een onvervangbare secretaresse plotseling verdwijnt.
De werkomgeving in niet te grote commerciële kantoren is zo plezierig omdat iedereen met zijn eigen werk bezig is en je elkaar dus niet in de weg zit. Van kantoorpolitiek is geen sprake. Dat is niet nodig en bovendien heeft niemand er tijd voor. Alle aandacht is naar buiten gericht en het kantoor is er om dat te faciliteren. Wordt een kantoor te groot dan raakt het naar binnen gericht en wordt het kantoorleven dominant in plaats van faciliterend. Grotere kantoren zijn per definitie ongeschikter dan kleinere, maar daar lag het eigenlijk ook niet aan bij Voskuil. Dat Meertensinstituut van hem was zo groot niet in zijn tijd en zijn eigen afdeling had zo’n beetje de ideale omvang. Hij heeft het er vaak over dat hij de kantooromgeving met al die mensen als bedreigend ervaart en ik begrijp dan niet waarom. Hij was zelf de baas op zijn afdeling en ook met afstand de beste in zijn werk. Dat werd algemeen erkend, niet alleen door zijn medewerkers maar ook door de buitenwereld en de subsidiërende instanties. Geen enkele reden dus om zich bedreigd te voelen.
Hij vond zijn werk zinloos en daar kon ik wel inkomen. Het leek mij ook redelijk zinloos, omdat niemand echt nodig heeft wat het Meertensinstituut doet. Het lijkt me ook niet boeiend of moeilijk of esthetisch erg bevredigend. Maar je groeit erin en uiteindelijk was het geloof ik meer dat hij het zich zelf kwalijk nam dat hij het interessant was gaan vinden dan dat hij zich bij zijn werk verveelde.
Voskuil heeft van zijn onvrede literatuur gemaakt en fraaie literatuur. Dat is pas van de nood een deugd maken en ik neem er diep mijn pet voor af. Maar eigenlijk is het toch doodzonde dat een zo talentvol iemand zijn leven besteedt aan iets wat hij zelf geneuzel vindt en met mensen van wie het merendeel niet in zijn schaduw kon staan.
Ik heb de periode voor en na mijn afstuderen gewerkt op het juridisch instituut van de UvA als onderdeel van de fiscaal economische en fiscaal juridische sectie. De mensen van die staf waren stuk voor stuk begaafder dan ik ben en dat was een erg plezierige ervaring.
Ik ben daar nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. De hoogleraren en docenten met wie ik werkte waren top in mijn vak en bovendien waren ze ook als mens innemend en interessant. Tjerk Visser, die lector omzetbelasting was, was mathematicus van opleiding en arabist van roeping. Hij was erin terecht gekomen door zijn wiskunde studie, maar wat hem in het arabisme vooral boeide was de dichtkunst.
Dieter Brühl was de auteur van Objectieve en subjectieve aspecten van het fiscale winstbegrip, wat nog steeds een van de fraaiste wetenschappelijke werken uit de Nederlandse fiscale literatuur is. Daarnaast was hij antroposoof, een aanhanger van Rudolf Steiner, iets trouwens, wat ik nooit begrepen heb. Ik vond al die boeken van Steiner niet te volgen en begreep helemaal niet wat een heldere man als Brühl in hem zag.
Arnold van den Tempel was econoom, fiscalist en Nederlands grote man op het terrein van het internationale belastingrecht. In die functie trad hij in de voetsporen van zijn voorganger Adriani. Samen hebben zij Nederland internationaal op de kaart gezet en het Internationaal Belasting Documentatie Bureau is een monument voor hun werk.

Jan van Soest was van al de fiscalisten uit mijn tijd de beste docent en een bijzondere innemend mens. Hij was de zoon van de grootste Nederlandse fiscalist A.J. van Soest, en hij worstelde met de deprimerende gedachte dat iedereen hem in negatieve zin met zijn beroemde pa zou vergelijken. Men deed dat ook wel eens omdat hij er zo gemakkelijk mee te plagen viel, maar in feite was hij een groot man op basis van eigen merites en werd dat door iedereen onderkend. Frank van Brunschot was mijn collega proximus, later mijn compagnon in ons gezamenlijk fiscaal adviesbureau. Nog later werd hij advocaat en lid van de Hoge Raad. Onze medewerker Jaap Zwemmer was de beste medewerker die ik in mijn carrière heb meegemaakt. Nee, op die UvA tijd kijk ik met genoegen terug.
In mijn tijd op de universiteit heb ik veel geleerd, maar vooral de omgang met mensen tegen wie je op kunt kijken is een aangename ervaring. Het haalt het beste in je boven. Toch heb ik niet lang geaarzeld toen ik gedwongen werd te kiezen tussen een carrière in de wetenschap of in de praktijk. Juristerij is nu eenmaal praktijk en de wetenschap is niet meer dan een afgeleide ervan. Ze kunnen niet zonder elkaar. Maar een juridisch docent zonder voldoende praktijkervaring is een gevaar voor zich zelf en zijn studenten. In mijn tijd was Pitlo daar een goed voorbeeld van en later Herman Schoordijk. Heel geverseerd in de wet en de studieboeken, maar je zou er niet aan moeten denken dat ze op je cliënten zouden worden losgelaten. Het juridische vak leer je in de praktijk en eigenlijk zou geen hoogleraar benoemd mogen worden zonder tenminste twintig jaar praktijkervaring.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s