De Europese unitaire staat.

Toen mijn grootouders in het begin van de twintigste eeuw in Midden Limburg kwamen wonen werd daar zondags in de kerken in het Duits gepreekt en in de buurt van Nijmegen, in het Duitse Kleef, gebeurde dat in diezelfde tijd nog in het Nederlands. Oudere mensen kunnen, als ze uit de grensstreek komen, het plat van de overkant van de grens nog spreken of tenminste verstaan. De jongeren spreken die eigen streektaal niet meer, maar ze spreken hun ABN of Hoogduits met een accent.

Als je in de veertiger jaren vanuit Nederland naar Duitsland of België de grens overging moest je op het platteland goed opletten om de verschillen te zien. Markeringen op de wegen waren iets anders en elektriciteitsmasten, maar boerderijen en mensen waren hetzelfde. Nu is de grens met België of Duitsland een duidelijke scheidslijn, niet alleen staatkundig maar taalkundig en cultureel. Het nationaliseringproces[1] in de Europese landen dat in de negentiende eeuw pas goed op gang gekomen is, is na de tweede wereldoorlog in rap tempo voltooid en dat terwijl we met onze buurlanden al sinds 1956 in een Europese Gemeenschap zitten. In plaats van dat de verschillen tussen de Europese landen aan het vervlakken zijn verscherpen ze in een aantal opzichten.

Waarom denken onze opinieleiders dat we op weg zijn naar een Verenigde Staten van Europa, iets wat vergelijkbaar zou zijn met de V.S. van Amerika?
Het woord federatie mocht van onze premier Kok indertijd niet vallen omdat dit teveel het beeld zou oproepen van nationale zelfstandigheid. Het zou volgens hem aan de idee van een Europese eenheidsstaat in de weg staan. Maar toch, een Europese federatie is al geen toekomstbeeld meer waar je de burgers van Europese landen warm voor krijgt en dat geldt a fortiori voor een unitaire Europese staat. Nederland en de andere landen in Europa zijn niet op weg om hun zelfstandigheid of eigenheid overboord te zetten. Er is maar weinig waarin wij met Spanje of met Frankrijk meer gemeen zouden hebben dan met Canada of Zwitserland. We hebben zaken gemeen met alle westerse landen. Daar horen de EU landen toe, dat wel, maar niet meer dan de andere. Met de leden van de EU delen we een geografische gemeenschap, ons cultureel tehuis is de westerse wereld.

De EU is een economische belangengemeenschap, een defensief verbond tegen de grote economische machten elders, in Amerika en Azië.
Iedereen ziet wel in dat de Europese landen niet autarkisch zijn, niet meer op eigen houtje kunnen bestaan. De gemeenschappelijke markt is onvermijdelijk en daarbij hoort een gemeenschappelijke infrastructuur. Veel problemen zijn efficiënter op te lossen op het niveau van de gemeenschap dan op nationaal niveau, daar zijn geen goede argumenten tegen in te voeren. Maar dat is een rationele aangelegenheid, geen emotionele. De gemiddelde burger loopt niet warm voor de Europese Unie en kan er zich niet mee identificeren.

Waar de EU aan doet denken is aan het Europa van de Middeleeuwen, toen er ook sprake was van een gemeenschappelijke markt, met vrije beweging van personen en van handel- en kapitaalstromen. Ook toen hadden we in het Romeinse en in het Canonieke recht een gemeenschappelijke juridische infrastructuur, maar tegelijkertijd hadden we overal autonomie op lokaal niveau. Iedere regio had zijn eigen spreektaal en daarnaast hadden we voor de bestuurlijke en wetenschappelijke communicatie het Latijn. Tegenwoordig is dat het Engels.
Officieel had die middeleeuwse Europese gemeenschap geen staatkundige vormgeving. Men kende de kerk en het heilige roomse rijk der Duitse natie, maar het een had geen staatkundige betekenis en het ander bestreek niet de hele Latijnse christenheid. De studentenbevolking van de universiteiten werd in de Middeleeuwen ingedeeld op basis van nationaliteiten, die niet noodzakelijk samen vielen met staatkundige of dynastieke eenheden, maar die culturele en taalkundige grenzen volgden.

Waarom zouden we een Europese eenheidsstaat willen terwijl we heel goed kunnen afwachten wat er op staatkundig gebied uit gaat komen, uit dit experiment met de Europese Unie. Als we ons concentreren op de problemen waarvoor samenwerking nuttig is, dan rolt daar op den duur vanzelf wel een staatkundige vormgeving uit.
Of dat tot grotere eenheid leidt, dat zien we wel. Naar alle waarschijnlijkheid wordt het iets sui generis, waar onze kleinkinderen een eigen naam of titel voor zullen verzinnen. De idee van een Europese natiestaatstaat, die de bestaande staten zou moeten vervangen remt de integratie op de terreinen waar die noodzakelijk is en het brengt ook een natiestaat niet wezenlijk dichterbij.

Dat hier niet in alle landen hetzelfde over wordt gedacht ligt voor de hand. Niet alle Europese landen hebben een even sterke nationale identiteit. Duitsland heeft het sinds de wereldoorlog en de koude oorlog minder dan de andere grote landen. België en Oostenrijk hebben het minder dan Hongarije of Portugal. Van een aantal landen staat vast dat ze als het erop aan komt hun nationale zelfstandigheid nooit vrijwillig zullen opgeven.
Daartoe hoort ook Nederland, dat anders dan buurland België een eigen identiteit en cultuur heeft en een waar we aan hechten.

[1] Nationalisering in de zin dat regionale leefgemeenschappen opgaan in de ene nationale cultuur.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Nederland. Bookmark de permalink .

Een reactie op De Europese unitaire staat.

  1. Jan Govaert zegt:

    Het Supra-Europa zal altijd een hypostasis blijven. Een opgedrongen werkelijkheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s