Winst in de zorg.

Winst is een teken dat een bedrijf gezond is, dat aan zijn diensten of producten behoefte bestaat. Inefficiëncy, onverantwoorde risico’s en het verdwijnen van de vraag leiden tot verliezen. Winst en verlies zijn goede waarschuwingssystemen voor de kwaliteit van een bedrijf. Maar winst vormt als het goed is nooit een doel op zich.
In de discussie die al een generatie lang in overheidskringen heeft plaats gevonden, hebben de begrippen privatisering, het maken van winst en de tucht van de markt een ideologische lading gekregen. Daarbij is de eenvoudige functie die winst heeft in de vrije markt vaak uit het oog verloren. Winst maakt het gemakkelijk om resources te alloceren. Weten waar en hoe de winst gemaakt wordt bespaart ondernemers een hoop werk. Dat is prettig, maar het mechanisme werkt niet goed als er geen vrije markt is of als hey gaat om diensten waarbij de vraag het aanbod structureel overtreft.
In die gevallen geval moet naar andere middelen worden omgekeken om de efficiency van een organisatie te bewaken en er voor te zorgen dat er geproduceerd wordt waar behoefte aan bestaat.
Het privatiseren van een organisatie die een monopolie heeft in de markt waarin zij opereert is vanuit economisch oogpunt zinloos. Het kan de financiering onafhankelijk maken van overheidsbudgetten en zo een optische vermindering van de overheidsuitgaven met zich mee brengen, maar het lijdt niet tot een betere bedrijfsvoering.

Wat ook geen merkbare invloed op de bedrijfsvoering heeft is de rechtsvorm waarin een organisatie wordt gedreven. Of dat nu een stichting is zonder winstoogmerk of een b.v., waarvan de aandelen in handen zijn van mensen die werkzaam zijn in de organisatie, dat maakt geen verschil. In beide gevallen kunnen de betrokkenen er een goed of een slecht belegde boterham aan overhouden. In beide gevallen kan er winst gemaakt worden of verlies. Ook voor de winstbestemming maakt het in de regel niets uit. Of winst in de vorm van bonussen of van dividend wordt blijft hetzelfde. In beide gevallen wordt trouwens vaak het merendeel van de winst gereserveerd.
Binnen de gemeente Amsterdam werd aan het begin van deze eeuw een discussie gevoerd over het privatiseren van het gemeentevervoerbedrijf, d.w.z. het onderbrengen van het GVB in een private rechtsvorm. Veel Amsterdammers waren daartegen en wezen naar de NS, waar een soortgelijke verandering naar hun mening niet goed had gewerkt. Feit is dat de NS al sinds jaar en dag een NV is en daar vroeger nooit last van ondervonden heeft. De discussie wel of geen private rechtsvorm was ook in dit geval dus irrelevant. Het ging zowel bij het GVB als bij de NS in de privatisering om hele andere problemen en daar heeft de rechtsvormdiscussie niets mee van doen.
Waarom in de reguliere zorg de eis gesteld werd dat de verstrekkers in een rechtsvorm zonder winstoogmerk moesten zijn georganiseerd is een raadsel en terecht adviseerde de DVZ om daar van af te zien. Dit soort discussies versluiert alleen het werkelijke probleem in de gezondheidszorg, dat er een is van kwaliteitsbewaking en kostenbeheersing.
De bezwaren die men in de gezondheidszorg voelt tegen winst, blijken in wezen gericht te zijn tegen kostprijsverhogende winstopslagen en vooral tegen winstmaximalisatie. Winstmaximalisatie is dan te begrijpen als het enig werkelijk doel van de organisatie waaraan andere doeleinden ondergeschikt gemaakt worden. Deze vrees wordt gevoed door rapportages uit de Verenigde Staten, waar in het beursklimaat van de Clintonjaren bij grote ondernemingen alles dienstbaar leek te worden gemaakt aan het produceren van aan de beurs welgevallige cijfers.
Bij verreweg de meeste Nederlandse bedrijven heeft winst een heel andere functie dan het steunen van de beurskoers. De meeste zijn om te beginnen geen beursgenoteerde ondernemingen maar familiebedrijven. Soms zijn het samenwerkingsvormen van beroepsbeoefenaren of eenmanszaken, die wel de rechtsvorm van BV of NV hebben, maar helemaal niet op winstmaximalisatie zijn gericht. Het onderzoek van de RVZ heeft uitgewezen dat dit in de gezondheidszorg niet anders is. Ook bedrijven in de gezondheidszorg financieren zich zelf en maken daarom natuurlijk wel winst maar dat is zelden het voornaamste en nooit het enige doel.
Doel is voor de meeste bedrijven om een goed product te maken en door de verkoop daarvan in het levensonderhoud te voorzien van de eigenaren en de employees van de onderneming. Voor stichtingen en verenigingen die een bedrijf uitoefenen geldt hetzelfde. Om de rechtsvorm van de BV of NV te verbieden lijkt alleen al daarom niet effectief. Men zou kunnen volstaan met het verbieden van een beursnotering of met het voorschrift dat alleen personen werkzaam in de zorg aandeelhouder of firmant kunnen zijn van vennootschappen die zorg verstrekken in de door de wet bedoelde zin. Door in de statuten kwaliteitsaandelen of kwaliteitsparticipaties op te nemen is dat op een simpele en controleerbare manier te garanderen.
Men kan het ook van een heel ander kant bekijken. Winst is niet alleen geen bezwaar, winst is een vereiste. Iedere onderneming maar ook ieder niet winst beogend bedrijf kan zonder winst niet blijven bestaan, tenzij er voortdurend geld van buiten wordt ingepompt. Winst wil niet meer zeggen dan dat een bedrijf in staat is de tering naar de nering te zetten en niet meer uit te geven dan de ter beschikking staande middelen. Het zou een voorschrift moeten zijn dat ieder in de zorg werkzaam bedrijf winst maakt, want alleen dan wordt het goed gemanaged.
Toch is de bezorgdheid van de overheid niet helemaal onterecht want de zorginstellingen opereren nu eenmaal niet in een vrije markt, maar in een markt waar monopolistische concurrentie de facto de overhand heeft. Als de overheid zich afzijdig hield zou dat de ondernemers in deze branche in staat stellen woekerwinsten te maken. Zorg is een geprivilegieerd goed, het moet naar de heersende mening in dit land toegankelijk zijn voor iedereen tegen een redelijke prijs. Aangezien het voor een belangrijk deel uit de publieke middelen wordt gefinancierd zouden ook om die reden hoge winsten politiek en moreel bedenkelijk zijn. Niettemin :de strijd tegen de hebzucht kan veel beter worden gevoerd door het stellen van voorwaarden aan de winstbestemming van zorginstellingen en zo nodig door grenzen te stellen aan de tarieven, dan door het verbieden van het winstoogmerk aan de organisaties in de gezondheidszorg.
Als een manier om een limiet te stellen aan het totaal van de jaarlijkse uitgaven in de zorg is het winstverbod in elk geval ondeugdelijk. Er worden nu aantoonbaar meer publieke middelen verspild als gevolg van slecht management en onoordeelkundige organisatie dan als gevolg van hebzucht van degenen die werkzaam zijn in de zorg.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geld en economie, Gezondheid en welzijn. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s