Koranverbranding is terrorisme.

Toen de Afghaanse Taliban in maart 2001 de Boeddhabeelden van Bamyan opblies, werd dat algemeen als een terreurdaad gezien tegen de boeddhisten. Terreur is te definiëren als geweld of dreiging met geweld tegen onschuldigen of tegen affectieve goederen om daarmee anderen te intimideren. Het verbranden van een koran is als daad in orde van grootte kleiner dan het vernielen van Boeddhabeelden maar het is in wezen wel hetzelfde. De Amerikaanse dominee die de koran in brand stak wist welk effect hij daarmee in mohammedaanse kring zou bereiken en om die intimidatie was het hem ook te doen. Dat was dus slecht van die man. Hij kan zich op de bijbel beroepen misschien, maar Jezus van Nazareth zou het zeker veroordeeld hebben en humanistisch is het ook niet. De mohammedanen zijn wel ongelovigen, maar dat geeft een christen niet het recht hen te terroriseren. Wie dat verbranden verdedigt of het scheuren van bladzijden uit de koran, wat ongeveer hetzelfde is, plaatst zich daarmee buiten het fatsoen zoals wij dat ervaren. Of het ook een misdrijf is, zoals een katholieke bisschop in Pakistan schijnt te hebben verklaard, dat weet ik niet. Terrorisme is geen misdrijf dat als zodanig in het wetboek voorkomt, moord wel. Die twee zullen vaak samenvallen, maar in dit geval nu juist niet. Ons strafrechtstelsel leent zich niet voor het strafbaar maken van misdrijven die zo vaag gedefinieerd worden als terrorisme en dat is misschien maar goed ook. Dominee Jones kon voor de verbranding als zodanig niet worden gearresteerd. Voor uitlokking van de moord op de VN functionarissen zal er denk ik onvoldoende bewijs blijken te zijn en al was het uitlokking, het was niet op aanwijsbare mensen gericht, dus dat haalt ook niets uit. Een algemeen gevaarzettingsdelict en dan bovendien nog voor gevaar buiten de grenzen van het land, dat bestaat hier niet. Niet hier in Nederland en ook niet in een van de staten van de VS, voor zover ik weet.
Misschien was het de bedoeling van Jones om door de voorspelbare moorddadige reactie van de Afghanen de steun voor de hulp aan dat land in Amerika te ondermijnen. Dat lijkt dan in elk geval gelukt te zijn. De sympathie voor de Taliban was uiteraard al nul maar voor de gewone Afghanen is hij dat punt intussen behoorlijk genaderd. Voor veel Amerikanen en Nederlanders is het in toenemende mate de vraag wat we er doen. Zou het niet beter zijn eruit te trekken, vragen steeds meer mensen zich af, na eerst een behoorlijk inlichtingensysteem te hebben georganiseerd. Dan kunnen we die akelige club aan zijn lot over laten. En de Taliban, die bombarderen we naar de Filistijnen als er weer Unfug wordt georganiseerd in dat land.
Ook dat lijkt me niet direct een humanistisch beleidsvoornemen, maar beleid moet men in de eerste plaats beoordelen aan zijn gevolgen en niet aan zijn bedoelingen. De bezetting van Afghanistan en van Irak had, achteraf gezien, beter achterwege kunnen blijven. Laten we er het op houden dat het plegen van terreurdaden niet geoorloofd is en dat het op de weg ligt van verantwoordelijken, waar ook ter wereld, om die in de strengste bewoordingen te veroordelen. Dat het vermoorden van de VN functionarissen in deze categorie valt is duidelijk. Het achterwege blijven van een veroordeling door alle verantwoordelijke autoriteiten in islamitisch kring zou de vraag aan de orde moeten stellen of er hier wel sprake is van een godsdienst in de zin van de mensenrechten. Als ik me in Allah kan verplaatsen dan zou ik zo niet gediend willen worden in elk geval.
Nog een kant van deze zaak die de moeite waard is om te overdenken. Is dat verbranden nu net zo iets als het maken van de Deense cartoons? De mohammedanen hebben er op een soortgelijke manier op gereageerd, maar in mijn ogen is het toch heel iets anders. De Denen hadden wel net als Jones het doel om te provoceren. De man die het organiseerde deed het omdat hij gemerkt had dat hij geen illustrator kon vinden voor een boek over Mohammed en dat vond hij van de gekken. Hij vond dat cartoons moesten kunnen en hij had gelijk. Dat is niet boosaardig. Wel bedoeld om te spotten maar niet om iemand pijn te doen. Wie niet tegen spot kan moet hier maar niet komen was de gedachte en daar zit wat in. Maar verbranden is iets dodelijks, dat had Jones moeten inzien. Al blijft overeind dat niets deze reacties rechtvaardigt en dat de zwijgende instemming ermee het mohammedanisme diskwalificeert.

Plato zag ideeën als een hogere vorm van werkelijkheid. In feite zijn ideeën hulpmiddelen om de werkelijkheid, die nogal chaotisch is, te ordenen. Je kunt met verschillende middelen dezelfde werkelijkheid anders ordenen en krijgt dan een ander verhaal. Ik had daar ooit eens een discussie over met Jaap, van de website Veren of Lood, die een verhaal over de vernielde Boeddhabeelden, zoals hierboven, nogal civielrechtelijk benaderde: wie is eigenaar en wie ondervindt schade? Is er wel schade, want hebben de beelden waarde? Zo ja hoe bepaal je die waarde? Maakt het daarbij verschil of de rechthebbenden er een subjectieve waarde aan toekennen op grond van hun geloof? Is er zoiets als collectieve eigendom en collectieve schade? Is deze specifieke schade wel te vergoeden? Kan zij herleid worden tot materiële, d.w.z. tot geldelijke schade? Allemaal civielrechtelijke vragen waar in de literatuur ook wel antwoorden op te vinden zijn.
Die benadering schiet te kort, vind ik, als je het over de koran van de Amerikaanse dominee hebt, die zijn eigendom in brand stak. Het feit dat hij eigenaar was van het boek is voor mij irrelevant. Op dezelfde manier irrelevant als de vraag of de moordenaar wel of niet eigenaar is van het pistool waarmee hij iemand dood schiet. Het gaat om het effect dat hij met de verbranding wil bereiken en ook daadwerkelijk bereikt.
Mijn benadering levert een andere vorm van werkelijkheid. Als je die juridisch zou willen kwalificeren zou die eerder strafrechtelijk dan civielrechtelijk zijn. Misschien had de Taliban geen andere bedoeling dan het gebod van de profeet te volgen om ‘geen gesneden beelden te tolereren’, wat, zoals je weet, een gebod is dat de organisatie overgenomen heeft uit de Torah [1] van de joden. Maar ik ga er vanuit dat het voornamelijk de bedoeling was om de ongelovigen, in dit geval de Boeddhisten, te treffen in iets wat hun dierbaar is. Ik noem dat terrorisme omdat het dezelfde functie heeft als het doden van onschuldige mensen, bijvoorbeeld het opblazen van een bus met schoolkinderen. De emotie die het wekt bij degenen aan wie de kinderen of de beelden dierbaar zijn, is dezelfde. Ik kom tot de conclusie dat je er strafrechtelijk niet veel mee kunt omdat terrorisme in mijn definitie[2] geen strafrechtelijk begrip is. Het kan wel zijn dat mijn definitie in dat opzicht niet nauwkeurig genoeg is. Maar ik vind het een belangrijk fenomeen, omdat dit terrorisme een belangrijk wapen is in het arsenaal van de islamitische fundamentalisme en omdat het een wapen is dat werkt. De dreiging die er van uitgaat weerhield de productiemaatschappij om de film van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali te vertonen. Ook de Deense cartoons zie je nooit meer ergens afgedrukt. Dat is een beperking van de vrijheid van meningsuiting en die heeft in onze cultuur een hoge waarde. Het publiceren van de Deense cartoons waardeerde ik positief, het verbranden van de koran alleen maar negatief. Dat laatste diende geen enkel doel dan het kwetsen van moslims en daarom noemde ik het vergelijkbaar met het vernietigen van de beelden, maar op de keeper beschouwd is het nog een graad zinlozer.
Dan is nog een er interessant probleem: kun je alleen individuen beledigen of ook groepen en als dat laatste kan hoe moeten we ons daar tegenover opstellen. Onze strafwetgever meent van wel:
Artikel 137c Strafwet.
1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Daar wil ik nog wel eens een langer verhaal aan wijden want het is een belangrijk punt en het speelde onder andere een belangrijke rol in het proces Wilders1.
Jaap vond dat het de kwestie met religieuze objecten is dat ze niet alleen een intrinsieke en culturele waarde hebben maar ook een transcendente. Dit laatste natuurlijk alleen voor de gelovige. Neem weer die Boeddhabeelden. Die waren niet het persoonlijk eigendom van een bepaald persoon maar behoorden de boeddhistische cultuur toe. Voor de boeddhisten hadden de beelden een transcendente meerwaarde. Met de vernietiging van de beelden bracht de Taliban daar willens en wetens schade aan toe. Een schade die je in de vorm van een Wiedergutmachung zou kunnen proberen te verhalen, ware het niet dat de beelden onbetaalbaar en onvervangbaar zijn. Naast de fysieke schade is er transcendente schade toegebracht, een schade die alleen door boeddhisten wordt ervaren. Jaap zou deze schade echter geen terreur willen noemen maar ‘culturele belediging’, hetgeen in zijn ogen niet strafbaar zou moeten zijn (de andere twee componenten wel).
Maar hoe verhoudt zich dit tot de verbranding van een koran?
Dit vond Jaap: ik neem aan dat de dominee eigenaar was van het exemplaar dat hij in brand stak en hoewel ik onvoldoende thuis ben in de Amerikaanse wetgeving neem ik aan dat hij het recht heeft zijn persoonlijke eigendommen te vernietigen oftewel, de intrinsieke waarde terug te brengen naar nul. Wat rest zijn die andere twee waarden, de culturele en de transcendente. De culturele waarde van een object meet ik af aan de vervangbaarheid ervan. Zou er op aarde slechts één koran bestaan en zou de dominee deze zojuist verbrand hebben, dan is het verlies voor de islamitische cultuur oneindig groot. Maar dat was niet het geval. De dominee bezat een dertien-in-een-dozijn exemplaar en ook na de verbranding bestaan er nog miljoenen exemplaren met exact dezelfde tekst. Ergo, de schade die de islamitische cultuur hierdoor heeft geleden is nul. Blijft over de transcendente of beledigingswaarde.
Deze is groot. Dat is de moslim cultuur nu eenmaal eigen en dat standpunt heeft men in de dagen erna ook onderschreven. Maar nogmaals, ik vind dat geen daad van terreur. Terreur geldt mensen en, ik schreef dat hier al eerder, laten we mensen niet verwarren met de ideeën van mensen (Jacques de Kadt).
Het voorbeeld van de Deense cartoons dat je aanhaalde is in dit licht bezien (de drie waarden) bijzonder interessant. Ik laat de intrinsieke waarde even voor wat die is als je het niet erg vindt en richt me op de culturele waarde. De vraag luidt dan: tot welke cultuur behoren deze cartoons en welke cultuur heeft culturele schade geleden door de crisis die op de publicatie volgde? Ik hou het erop dat spotprenten tot het westerse cultuurgoed behoren en stel vervolgens dat het daarom ook de westerse cultuur is geweest die schade heeft geleden als gevolg van het de facto publicatieverbod. Hierdoor zijn de cartoons virtueel vernietigd en is een traditie ernstig beperkt geraakt in haar uitingsvrijheid. Of dit stukje van onze culturele traditie ooit nog in haar oorspronkelijke staat wordt hersteld valt te bezien.
Wat betreft de transcendente waarde van de cartoons: deze is vanuit een westerse optiek bezien nihil en vanuit een islamitische standpunt negatief – beledigend dus. Net als bij de boeddha beelden en de koran verbranding. En ook hier zou ik om dezelfde reden niet willen spreken van terreur.
Ergo, m.i. is het zeer twijfelachtig of je aanvallen op culturele uitingen of artefacten onder de noemer terreur moet brengen. Wel kun je er een ‘prijskaartje’ aan hangen. Ik blijf op het standpunt: culturen noch religies mogen gelijkgesteld worden aan natuurlijke personen. Laat onverlet dat ik de vernietiging van culturele artefacten primitief en baviaans acht.

[1] De eerste 5 boeken van de Tenach
[2] Mijn definitie is er maar een uit veel: ik heb er eens een stukje over geschreven en het toen nagezocht, ik meen dat men er toen in Leiden meer dan 22 onderscheidde.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in ethiek, strafrecht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s