Over het Midden Oosten.

Het Midden Oosten is het gebied op de grenzen van Azië en Afrika. De kern wordt gevormd door de Arabisch sprekende landen in de Nijldelta, Mesopotamië, (Groot) Syrië en de Arabische woestijn.
Turkije en Iran worden er door sommigen wel en door anderen niet bij gerekend. Ook Afghanistan en andere Midden Aziatische landen worden er, voor zover ze islamitisch zijn, door een enkeling wel toe gerekend.

Arabisch en/of islamitisch zijn de twee kenmerken van de landen van het Midden Oosten, maar sommigen spreken geen Arabisch en andere zijn niet islamitisch, of anders islamitisch dan de rest. In Egypte zijn de oorspronkelijke bewoners Kopten, in de Libanon Maronieten, wat beide oude vormen zijn van het christendom en ook in Syrië komen nog christenen voor. In het hele midden oosten heerst een leefwijze die tot op de dag van vandaag opvallend gelijkvormig is.

Het gebied bevat de overblijfselen van een aantal van de oudste beschavingen in de wereld. In Egypte en Irak liggen de resten begraven van beschavingen die duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling ontstonden en ook Iran kende een beschaving die aan de Hellenistische vooraf ging.
Het hele gebied heeft ooit deel uitgemaakt van het rijk van Alexander de Grote en was – met uitzondering van Iran – ook bijna duizend jaar onderdeel van het Romeinse rijk.

Aan het begin van de zevende eeuw had het midden oosten het moeilijk.De belastingen waren hoog, vooral als gevolg van de oorlogen met de Perzen. De eigen religieus geïnspireerde beschaving kreeg vanuit de Europese hoofdstad van het rijk de ruimte niet die het nodig had. Dit had een grote weerstand tegen de Byzantijnse regering en periodieke opstanden tot gevolg. Rond 630 werd het gehele gebied in enkele jaren tijd veroverd door een groep woestijnnomaden, die daartoe waren geïnspireerd door een nieuwe godsdienst, de islam. De islam is de godsdienst die aan Mohammed naar diens zeggen door de engel Gabriël is geopenbaard en die door hem is opgetekend in de Koran. Het heeft veel elementen gemeen met Het oriëntaalse christendom en het jodendom en kan als een variant op die twee godsdiensten worden beschouwd. Maar de islam is veel rechtlijniger en begrijpelijker dan het christendom. Ingewikkelde en wat precaire leerstukken als de heilige drie-eenheid en de maagdelijke geboorte komen er niet in voor. Christus is een mens en wordt gezien als een van de profeten uit de rij van joodse Godsgezanten, de belangrijkste profeet uit de periode vóór Mohammed. Belangrijk verschil met het christendom is de fundamentele oorlogszuchtigheid van de islam. Het is geen vreedzame godsdienst, met name niet waar zij fundamenteel, d.w.z. serieus bedreven wordt.
De verovering van het midden oosten door de islam werd ter plaatse ervaren als een bevrijding. Zij was in de eerste eeuwen van haar bestaan geen onderdrukkende godsdienst en de oude beschavingen uit het gebied, ontdaan van de dubbele last van culturele en financiële onderdrukking, veerden op.

Als gevolg van de Arabische veroveringen werd het territoir van het Romeinse rijk voortaan in drie stukken verdeeld. De Arabieren beheersten het Midden Oosten, de Middellandse zee en de daar gelegen eilanden, Noord Afrika en vanaf de achtste eeuw ook Spanje. Byzantium behield Anatolië, de Zwarte, Egeïsche en Adriatische Zee en de Balkan; het Europese westen tenslotte, dat nu door de Middellandse Zee van Byzantium werd gescheiden in plaats van er mee verbonden te worden, ging een eigen leven leiden. Alleen Venetië en enkele andere plaatsen in Italië hielden contact met Byzantium, wat in een later stadium wel opnieuw van belang is geworden voor de westerse beschaving.

De Arabieren hadden het meest geciviliseerde en vanouds ook het rijkste deel van het Romeinse rijk in hun macht gekregen. Zij toonden zich de eerste paar eeuwen goede rentmeesters en gaven zowel in het vroegere Perzische, als in het oude Byzantijnse deel van hun nieuwe rijk alle ruimte aan wetenschap, kunst en commercie. Gedwongen bekeringen vonden de eerste anderhalve eeuw niet plaats. Integendeel eigenlijk, de Arabieren zagen de onderworpen volkeren liever joods of christelijk blijven. Dat scheelde in de belastingopbrengst, want hoofdgeld werd alleen door ongelovigen betaald. Veel van het beschavingsgoed van het klassieke Hellas en de Aramese en Perzische inheemse beschavingen kwam opnieuw tot bloei. Het Arabische thuisland, op het schiereiland dat die naam draagt, was eigenlijk de enige uitzondering op de bloei. De bijdrage van de Arabieren aan de beschaving die hun naam draagt bleef in hoofdzaak beperkt tot de godsdienst en de taal. Het is voor een buitenstaander moeilijk om over deze twee aspecten te oordelen. Kenners waarderen de in het Arabisch geschreven poëzie waaronder ook de tekst van de koran. Belangrijk is geweest dat na verloop van tijd veel van het oude cultuurgoed van de onderworpen volkeren in het Arabisch werd vertaald. Door die vertaling onderging het een kruisbestuiving en kwam zo opnieuw tot bloei.
Die vertalingen en bevruchtingen werden tot stand gebracht door de bewoners van de veroverde gebieden, die na verloop van tijd Arabisch gingen spreken en sindsdien zich zelf ook als Arabieren zijn gaan beschouwen.

De eerste paar eeuwen bleven de gebieden in het midden oosten in meerderheid christen. Toen later de tolerantie van het regime in Bagdad afnam en veel christenen en joden zich tot de islam bekeerden, nam op de duur ook de moslim beschaving weer af in kwaliteit. Het hoogtepunt van de welvaart en van de bloei van kunsten en wetenschappen lag in de elfde eeuw, aan het einde van wat bij ons de vroege middeleeuwen heet. Rond het begin van de veertiende eeuw, toen de middeleeuwse beschaving in Europa zijn hoogtepunt bereikte, was het de bloei in de Arabische landen al definitief achter de rug. Daarna en tot op de dag van vandaag is er op cultureel gebied weinig meer geproduceerd van meer dan locale betekenis.

De invloed van de Arabieren op het Byzantijnse rijk is beperkt gebleven, maar op het Europa van de vroege middeleeuwen is de invloed groot geweest. Het is zeker een van de redenen waarom onze eigen middeleeuwen nu zo moeilijk voor ons te begrijpen en in te voelen zijn. We hebben niets met de islam en eigenlijk ook niets met onze eigen middeleeuwen. De klassieke Griekse oudheid vinden we veel begrijpelijker.

Puur godsdienstig waren de tegenstellingen tussen Rome en Bagdad groot en het antagonisme was misschien wel vergelijkbaar met de koude oorlog tussen het westen en de Soviet Unie in haar hoogtijdagen. Het Latijnse christendom, Frankistan, zoals het in het beschaafde Arabië werd genoemd, speelde daarbij de rol die in de koude oorlog door het Stalinistische Rusland werd gespeeld. Men verketterde de tegenstander en eigende zich diens culturele prestaties toe zonder daar openlijk rekenschap over af te leggen. De beïnvloeding door de Arabieren, die tijdens de kruistochten een hoogtepunt bereikte, werd door de Kerk ontkend en verdonkeremaand, zoals ook Stalin dat deed met de invloed van het westen. Culturele uitingen werden zoveel mogelijk van de directe sporen van Arabische invloed gezuiverd. De islam was de grote vijand, van wie niets goeds kon komen en waarmee contact zoveel mogelijk moest worden vermeden.
Toch is geen van de hoogtepunten van de Latijns Christelijke beschaving in de middeleeuwen te begrijpen voor wie de invloed van de Arabieren niet onderkend. Bouwkunst, wiskunde, sterrenkunde, dichtkunst, troubadours, ridderromans, tuinbouw, irrigatie, muziek, hoofse manieren, riddertoernooien, het kwam allemaal overwaaien uit Spanje of uit les territoires d’ outre mer.

In de veertiende eeuw werd het kalifaat van Bagdad vernietigd door de Mongolen en achtereenvolgens onderworpen door de Seldsjoekse Turken, Timur Lenk en opnieuw de Turken, nu de Osmanli. Deze laatsten veroverden later ook het Byzantijnse rijk en in de volgende eeuw op een haar na ook het westerse christendom. De inspanningen van het Habsburgse huis hebben dit verhinderd. Op de Zuidflank, aan de Middellandse Zee was het Spanje dat de verdedigingsoorlog voerde met als centrale figuren de Nederlander Karel V en diens Spaanse zonen Don Juan en Philips II. In het Oosten van Europa was het Oostenrijk, waar Karel’s broer Ferdinand hem was opgevolgd, dat het voortouw nam in de verdediging tegen de Turken.

Een paar eeuwen lang bleef het Turkse rijk een bedreiging tot tegen het einde van de zeventiende eeuw de rollen langzaam werden omgedraaid. Tussen 1700 en 1900 werden Turken uit Europa verdreven, waarna ze tijdens de eerste wereldoorlog ook hun heerschappij in het Midden Oosten kwijtraakte. De Europese mogendheden hebben de vorige twee eeuwen hun best gedaan de westerse beschaving in het midden oosten ingang te doen vinden, maar met beperkt resultaat.

Hoe het verder moet met het midden oosten is niet duidelijk. De belangrijke rol die het in de beschavingsgeschiedenis heeft gespeeld en waarvan de Arabische beschaving het laatste staartje lijkt te zijn geweest, is uitgespeeld. Voor de westerse beschaving toont men zich niet erg ontvankelijk. Alleen het oude joodse gebied bloeit weer na de vestiging daar van een op westerse leest geschoeide Israëlische staat. Dat land is in alle opzichten een buitenpost van het westen en wordt door zijn Arabische buren niet getolereerd. De rest van het midden oosten lijdt aan armoede, overbevolking en chronisch geweld, plaatselijk gecamoufleerd door de olierijkdom. Een keer ten goede lijkt onwaarschijnlijk zolang de Islam de lodestone blijft van het leven in die streken.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in beschaving, geloof, geschiedenis, Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s