Joris Luyendijk.

Twee Israëliërs zitten op het strand in Tel Aviv te lezen. Eentje heeft een kwaliteitskrant, de ander een antisemitisch vod. ‘Waarom lees jij dat nou’, vraagt de een. ‘Vroeger las ik een kwaliteitskrant’, zegt de ander. ‘Maar ik kon er niet meer tegen. Zelfmoordaanslagen en massavernietigingswapens en de instortende economie en demonstraties tegen Israël in Europa’. Hij wijst op het antisemitische vod. ‘Nu lees ik dit en voel ik me veel beter; het blijkt dat er een Joods wereldcomplot is en wij in werkelijkheid de hele wereld controleren’.
Het is een van de vele grappen uit Luyendijk ’s boek over het Midden Oosten, en hij wil daarmee de successen illustreren van de ‘Israëlische public relations machine’ zoals hij die beschrijft. Die zou dus gesmeerd lopen en Israël zou altijd een uitleg klaar hebben als er per ongeluk onschuldige Palestijnen omkomen; Israëlische politici toeren door Europa en vertellen van Israëls vredeswens en wat men al allemaal voor de vrede heeft gedaan. Israël zou zichzelf succesvol als het slachtoffer neerzetten. Kortom: Israël wint niet alleen het militaire conflict, maar ook de media oorlog met gemak. Het staat intussen 8-1 voor Israël.
Maar het kan nog absurder: Israëli’s zouden altijd rustig blijven, zich inleven in de luisteraar, zich verontschuldigen voor bloedige missers. De Palestijnen daarentegen kunnen niet aan al die professionaliteit en dat geld tippen, zij hebben geen perscentra, spreken vaak geen Engels en uiten zich niet op een manier die ons aanspreekt. Geen wonder dus dat het Israëlische verhaal zo dominant is in de media, en Nederlanders zo vaak pro-Israël zijn.
De angst dat Israëls bestaansrecht steeds meer ter discussie wordt gesteld omdat mensen vooral het Palestijnse perspectief te horen en te zien krijgen is duidelijk onterecht volgens Luyendijk. Israëls bestaansrecht ter discussie stellen is een taboe, meent hij, en eigenlijk vindt hij dat oneerlijk, omdat je wel mag twijfelen aan het bestaansrecht van een Palestijnse staat.
Wat een oen is die Luyendijk. Dat een staat die al 60 jaar bestaat en functioneel en stabiel is toch wat anders is dan de visie op een nog niet bestaande staat, waarbij met recht kan worden getwijfeld aan de capaciteit van Palestijnse leiders om die fatsoenlijk te runnen, komt niet bij hem op. Mijn idee, dat mensen voornamelijk de bezetting en een Israëlische agressie als oorzaak van het conflict te zien krijgen, en dat het feit dat agressie en haat tegen de Joden in Palestina daar vele decennia aan vooraf ging, dat er pogroms waren tegen de Joodse gemeenschap in Palestina, voordat zij een leger hadden en zich konden verdedigen, dat je de oorzaken voor de vlucht van de Arabieren in 1948 bij de Arabische propaganda moet zoeken, dat idee is dus onjuist. Ik kan opgelucht ademhalen en over een andere kwestie gaan bloggen. Of het voor de Palestijnen gaan opnemen natuurlijk, want die hebben volgens Luyendijk nauwelijks woordvoerders.
Maar zoals in werkelijkheid al die antisemitische geschriften fatsoenlijke mensen kwaad of treurig stemmen, maakte Luyendijk ’s boek me ook kwaad. Omdat het simpelweg niet waar is, maar zijn boek wel een tijd lang het populairste non-fictie boek geweest is, het meest besproken en aangehaalde boek over deze kwestie, het vlotste boek ook misschien en het meest onderhoudende. Daarmee heeft het op zijn beurt de beeldvorming over het Israëlisch-Palestijns conflict (en de beeldvorming over de beeldvorming) behoorlijk beïnvloed. Ik maakte me kwaad over veel onwaarheden die als feiten werden gepresenteerd, door iemand waarvan de meeste mensen zullen denken dat hij er wat vanaf moet weten. Over de soms absurde vergelijkingen, de ongefundeerde en niet te checken aantijgingen tegen Israël, die hij van anonieme Palestijnen had gehoord. En terwijl Luyendijk zelf verschillende aanslagen van dichtbij heeft meegemaakt, meent hij toch dat de checkpoints er alleen maar zijn om Palestijnen te vernederen. Luyendijk ’s hoofdstelling, dat objectieve journalistiek niet mogelijk is, maakt hij in dit boek in ieder geval zelf wel waar.
Het probleem met objectiviteit begint volgens hem al bij de termen die worden gebruikt om de verschillende gebieden en spelers in het conflict aan te duiden. Er zijn nauwelijks neutrale termen, en dat maakt het zo moeilijk om objectief te berichten, zoals hij zich – zei hij – had voorgenomen. “In Arabische dictaturen kregen we voor alles een woord aangereikt, en dat had de boel overzichtelijk gehouden. Egypte heet voor iedereen gewoon Egypte. Maar ‘Israël’ word ook de ‘zionistische entiteit’ en ‘bezet Palestina’ genoemd.” – Tja, een lastig probleem, dat Luyendijk oplost door consequent over het Heilige Land te spreken, een term die me danig de keel begint uit te hangen.
Op andere momenten heeft hij geen last van deze ijver om ‘neutraal’ te zijn. Mensen die over de Groene Lijn wonen heten steevast ‘kolonisten’ en hun dorpen en steden ‘nederzettingen’. Hij spreekt van een Israëlisch ‘pr apparaat’ of ‘pr machine’ en een Palestijns Ministerie van Informatie. Hij heeft het over bezet Oost-Jeruzalem – valt daar ook de Klaagmuur en de Joodse wijk in de Oude Stad onder?
Luyendijk is op meer gebieden inconsequent. In het eerste deel, dat over de Arabische staten gaat, beschrijft hij de onmogelijkheid om aan goede en verifieerbare informatie te komen. Iedereen die je spreekt kan een informant van de geheime dienst zijn, en sowieso is iedereen bang om afgeluisterd te worden, dus als mensen hem – onder het genot van een biertje – al interessante dingen vertelden, dan konden die mensen nooit met naam en toenaam in de krant, en hoe check je informatie in een systeem zonder vrije pers, onafhankelijke onderzoeksbureaus, vrije oppositie en mensenrechtenorganisaties?
In Israël had hij van dat probleem geen last. Hij beschrijft ontelbare verhalen van Palestijnen over de wreedheden van de bezetting, de willekeur, de vernederingen, maar lijkt het niet nodig te vinden die te checken. Nergens bespeur ik twijfel, behalve een paar voorbeelden van huilende vrouwen die voor de camera poseren of mensen die speciaal door fixers zijn benaderd om een paar mooie quotes te geven, vertellen Palestijnen niets dan de waarheid, hebben zij geen enkele bedoeling dan zo eerlijk mogelijk vertellen wat er is gebeurd, zij dikken niks aan omdat ze met een westerse journalist praten, zij laten geen relevante informatie weg die niet in hun verhaal past. Het is goedgelovigheid ten top. Hij voelt ook niet de minste aandrang om eigen waarnemingen in perspectief te plaatsen.
Zo had hij een stukje geschreven over de vernederingen bij een checkpoint: ‘het was een doodgewone wegversperring. Een lange rij Palestijnse auto’s tegenover vier Israëlische soldaten van een jaar of achttien met een blits kapsel en de nieuwste mobieltjes. In de duisternis van de vroege avond wenkte een van de soldaten steeds een auto met zijn zaklantaarn, een ding groter dan zijn onderarm. Alle mannelijke passagiers moesten uitstappen en in de koude wind hun middel ontbloten, om te laten zien dat daar geen bom verstopt zat. De andere soldaten hielden de overige passagiers in de auto, kleine kinderen en oude vrouwen, met hun hypermoderne wapens onder schot’. Een zeer objectieve beschrijving. Wat doet het kapsel van die soldaten ertoe, en de mobieltjes die ze hebben? Met ‘hypermoderne wapens’ bedoelt hij waarschijnlijk gewoon machinegeweren, die Hamas en co. ook in massa’s bezitten. Vier soldaten moeten een enorme rij Palestijnen onder controle houden. Zou het kunnen dat zij ook bang zijn? Wat als de Palestijnen massaal in opstand komen? Als zij allen uit hun auto’s stappen en op de soldaten afrennen? Moeten ze die dan allemaal doodschieten? Dat levert weer fraaie beelden op, en een vette veroordeling door de VN veiligheidsraad, naast mogelijke straffen door het leger en een woedende oppositie in de Knesset, om van het eigen geweten te zwijgen.
We komen in het hele artikel niks te weten over waar het checkpoint zich bevindt en of er vanuit de stad die het controleert pasgeleden aanslagen zijn gepleegd. Luyendijk zat er in de eerste jaren van de intifada. Door aanslagen vanuit Jenin zijn in 2002 binnen één maand meer dan 100 Israëlische burgers omgekomen. Misschien was de dag ervoor een bus in Jeruzalem de lucht in gegaan, en was familie van een van de soldaten daarbij omgekomen. Als die jongens hun werk niet goed deden en een nieuwe aanslag werd gepleegd, zouden ze het zichzelf nooit vergeven. Nergens in het boek legt Luyendijk de link tussen checkpoints en aanslagen, integendeel, hij valt de media aan die dat wel doen, en noemt dit Israëlische propaganda.
Ik geloof zeker dat er misstanden bij de checkpoints voorkwamen en voorkomen, maar het valt niet te ontkennen dat ze het leven van vele Israëli’s hebben gered door de aanslagen die zijn verijdeld. Het betreffende artikel begon met een nachtmerrie, waarin Luyendijk werd gedwongen om drollen uit een WC te vissen en vervolgens op te eten. Nadat een Palestijn bij de checkpoint niet alleen zijn buik ontblootte maar ook zijn broek liet zakken, en daarop een paar ferme klappen met de zaklamp kreeg, herinnerde hij zich die nachtmerrie. De dag ervoor was hij met een Palestijnse vriend in Jenin geweest, en hadden ze een soortgelijke ervaring. “Gisteren bij de wegversperring begreep ik wat die gevoelens waren geweest, en hoe mijn onderbewustzijn ze had vertaald: vernedering. Zo’n ervaring als in Jenin had ik een keer, maar hoe moet het zijn om vijfendertig jaar zo door Israëlische knulletjes te worden gekoeioneerd? Dan blijft het op een gegeven moment niet meer bij een boze droom”. Palestijnen worden geen 35 jaar zo door ‘Israëlische knulletjes gekoeioneerd’, want de checkpoints zijn pas in de jaren ’90 gekomen, en de meesten pas sinds de tweede intifada. Legio zijn de verhalen van Palestijnen en Israëli’s over de ‘goeie oude tijd’ toen je als Palestijn nog vrij kon reizen, toen je als Israëli nog zonder problemen in Palestijnse steden kon winkelen, of als je als kolonist per ongeluk de verkeerde afslag had genomen vriendelijk de weg werd gewezen.
Het betreffende artikel leverde Luyendijk een woedende lezersreactie op en de beschuldiging ‘de grenzen van de journalistiek te hebben overschreden’. Dat klopt, aldus Luyendijk, ‘want binnen de grenzen van de journalistiek is vernedering niet uit te leggen.’ Op dezelfde botte manier pareert hij alle kritiek van met name mensen die hem te anti-Israël vinden. “Ik heb wel eens lezingen gegeven in Nederland en dan kwamen na afloop soms onberispelijk geklede en zorgvuldig formulerende mensen op mij af (…). Dan was het hun beurt: ‘Dank voor uw lezing, maar mijn man en ik vinden het soms wel moeilijk wat u schrijft over Israël’. Je ontwikkelt daar standaardantwoorden op en het mijne luidde: ‘vind u het erg wat Israël doet, of dat ik het opschrijf?’ En dan kreeg ik een glazige blik: hij hoort bij hen!.” Hij beklaagt zich vervolgens ook over ‘tirades van sympathisanten van de Palestijnse zaak’, maar waarom moet hij een beleefd ouder echtpaar zo afbekken? Ze vinden het waarschijnlijk problematisch dat hij niet het hele verhaal opschrijft, teveel vanuit Palestijns perspectief schrijft, en daardoor geen evenwichtig beeld geeft van het conflict.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s