De gemiddelde begaafdheid van vrouwen en zwarten.

Al een paar generaties bestaat de meerderheid van studenten en scholieren in het westen uit vrouwen. Bovendien hebben we een tweede en derde feministische golf achter de rug. Daarom zou je verwachten dat we zo langzamerhand een evenredig percentage vrouwelijke sterren zouden hebben in de academische wereld. Meer vrouwelijk Nobelprijswinnaars bijvoorbeeld. Maar neem je de belangrijkste Nobelprijzen, die voor Natuur- en Scheikunde, dan blijken er tot 2016 behalve moeder en dochter Curie maar drie vrouwelijke winnaars te zijn geweest. Verreweg de meeste vrouwelijke laureaten zijn Nobelprijswinnaars voor de vrede en ook de literatuur scoort relatief veel vrouwen. Er zijn natuurlijk ook veel meer vrouwelijke auteurs dan natuur- of scheikundigen. In feite zijn er veel meer vrouwelijke dan mannelijke romanschrijvers, maar toch blijven de mannelijke Nobelprijswinnaars ook daar in de meerderheid. Hoe komt dat?
Feministen, zoals professor Tonkens, zeggen dan meestal dat dit komt omdat de meeste zittende hoogleraren en laureaten nog steeds mannen zijn en dat die elkaar een kontje geven. Het is moeilijk om dat te geloven. De meeste mannen zijn meer op vrouwen dan op andere mannen gesteld en stellen er prijs op vrouwen in hun omgeving te hebben[1].
Wie de moeite neemt om een gelijk aantal top publicaties van vrouwen en mannen op een willekeurig wetenschappelijk terrein te lezen komt er niet omheen om te constateren dat die 12% vrouwelijke hoogleraren die we in Nederland hebben nog behoorlijk aan de hoge kant is.
Toch is in de lagere regionen van de wetenschap, net als in de overeenkomstige regionen van het bedrijfsleven, het aantal vrouwen de laatste decennia disproportioneel toegenomen. Het komt alleen niet tot uitdrukking aan de top.
Ik heb daar een theorietje over, waar ik, als ik sociobioloog zou zijn, eens onderzoek naar zou doen. Die theorie luidt dat tussen mannen de intellectuele begaafdheid veel minder egaal is verdeeld dan tussen vrouwen. Dat heeft tot gevolg dat er meer slimme vrouwen zijn dan slimme mannen, maar meer superslimme mannen dan superslimme vrouwen. Iets dergelijks doet zich voor bij de Afrikaanse Bantoe. Gemiddeld zijn die minder begaafd dan Europeanen maar de verdeling van de begaafdheid binnen de groep lijkt extremer. Dat zou betekenen dat er meer kans is op een Nelson Mandela in Afrika dan in Europa, maar dat je meer kans hebt op een ordelijke en goed georganiseerde samenleving in een Europees land. Omdat Bantoe gemiddeld over meer testosteron beschikken dan Europeanen zou ik mijn onderzoek richten op het verband tussen het niveau van testosteron en de statistische verdeling van intelligentie en andere competenties. Misschien heb je geluk en komt er wat uit zo’n onderzoek en heb je nog meer geluk en wordt het vervolgens ook nog gepubliceerd.

[1] Niet alle vrouwen. Niet Edith Kuiper, de feministische econome, die met behulp van het Clara Wichmann Instituut heeft geprocedeerd tegen de UvA omdat ze een hoogleraar benoeming misliep, waar nog 25 andere en beter gekwalificeerde economen op gesolliciteerd hadden.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in afrika, wetenschap en filosofie, zo maar wat. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s