De opkomst bij Europese verkiezingen.

De opkomst van de kiezers voor Europese verkiezingen zit meestal in de dertig procent. Toen we nog een staatssecretaris voor Europese zaken hadden kwam die na de verkiezingen op de ontbijt TV vertellen dat het belangrijk was om te gaan stemmen, want Brussel heeft tegenwoordig meer over ons te zeggen dan Den Haag, qua wetten, tenminste.
Zou zo’n man dat nu menen, dacht ik dan altijd. Dat is toch niet waar of in elk geval is het op zijn best appels met peren vergelijken. Op een aantal terreinen geeft Brussel regels die de Nederlandse regels opzij zetten, dat is waar. Dat komt omdat Europese regels in ons staatsrechtelijk bestel de kracht van een verdrag hebben. Nederlandse regels mogen niet in strijd komen met verdragsbepalingen, dat is Nederlands constitutioneel recht. De ambtenaren in Brussel maken inderdaad geweldig veel regels, veel meer dan ooit in de praktijk kunnen worden toegepast. Maar dat wil nog niet zeggen dat het totaal van de hier werkzame Europese regels groter of belangrijker is dan de regels van Nederlandse oorsprong. Er zijn hele terreinen van het rechtsleven waar Brussel niets mee te maken heeft en dat zijn niet de onbelangrijkste. Strafrecht bijvoorbeeld en familierecht worden maar heel zijdelings door Europa beïnvloed. Europa is belangrijk voor de landbouw en voor de sociaal economische wetgeving, voor omzetbelasting bijvoorbeeld en voor Boek 2 van het Burgerlijk wetboek, het rechtspersonenrecht. Vraag een gemiddelde Nederlandse rechter hoe vaak hij Europees recht toepast waar vroeger Nederlands recht gold en hij zal antwoorden, nog steeds weinig. Europees recht is vaker van belang dan vroeger, maar zeker niet in een meerderheid van de zaken.
De journalisten en politici geven ons de indruk dat als het opkomstpercentage laag is de kiezers daarover een verwijt moet worden gemaakt. Zij hebben voor de Europese verkiezingen nu eens erg hun best gedaan en als de kiezer het niet oppikt, dan weten ze het ook niet meer.
Het is wonderlijk deze Umwertung van de Werten. Het kiezersvolk ging in meerderheid niet stemmen omdat ze terecht van mening waren dat hun leven niet in Europa ligt maar in Nederland en dat ze hun belangen liever toevertrouwen aan mensen die ze kunnen controleren dan aan een anoniem Europees parlement waarvan de leden in meerderheid andere belangen hebben dan zij zelf. Het Nederlandse volk en al die ander volkeren hebben daarin zo overduidelijk gelijk en de politici en journalisten zo ongelijk dat dat verwijt een gotzpe is,.
Hoe minder het Europees parlement te zeggen heeft hoe beter dat voor ons is. Als democratie te maken heeft met het tot uitdrukking brengen van de volkswil in de manier waarop wij worden geregeerd, dan verlaagt een vergroting van de macht van het Europees parlement het democratisch gehalte van de politiek. Het is toch moeilijk democratisch te noemen dat Fransen, Duitsers, Italianen Spanjaarden, Engelsen en Polen, die samen een meerderheid vormen in Europa het niet alleen in hun eigen landen voor het zeggen krijgen maar ook bij ons. Als ik het eens demagogisch mag zeggen: waarvoor hebben we ooit tachtig jaar oorlog gevoerd en vorige eeuw nog eens vijf jaar verzet gepleegd als de koning van Hispanje of de Duitser het via een omweg toch nog voor het zeggen krijgen hier? Zouden we ons hier neer moeten gaan leggen bij een Franse of Spaanse buitenlandse politiek terwijl verstandige mensen weten dat wij veel meer verwantschap hebben met Amerika dan met de Francophonie? Voor Spanje zijn hun voormalige koloniën in Zuid Amerika belangrijker dan wij en dat is redelijk, daar horen we ons niet over te beklagen.
We spreken hier niet Europees, we spreken Nederlands, en onze tweede taal is Engels, een heel ander taal dan Frans of Spaans. We eten anders, we hebben andere sociale voorzieningen, we voeren een ander drugsbeleid, we voetballen anders en hebben een ander verleden en, Deo volente, een andere toekomst dan veel ander landen in Europa. Dat wil niet zeggen dat Nederland niet in Europa zou liggen of dat we met de andere Europeanen niets te maken zouden hebben. De geschiedenis van geen enkel Europees land is compleet los te zien van zijn buurlanden. Het malle nationalisme van de negentiende en twintigste eeuw, toen een tijd lang gedaan werd alsof dat anders was is nu wel achter de rug. We zijn van elkaar afhankelijk en het zou dwaas zijn om te doen alsof het anders was. De organisatie van de Europese samenwerking dient de hoogste prioriteit te hebben, maar dat gedoe met Europese parlementen en die fantastische bureaucratie in Brussel moest eigenlijk maar zo snel mogelijk weer worden afgeschaft. We hebben allemaal een parlement en een regering om onze eigen belangen te behartigen en die zoeken het onderling maar uit.

Ieder fatsoenlijk bedrijf beperkt het aantal bestuurslagen zo veel mogelijk, waarom zouden staten er onnodig en vrijwillig een bestuurslaag bij halen? We hebben het voorbeeld van Amerika waar de staten een continue strijd moeten voeren om zich de federale bureaucratie van het lijf te houden. Waarom zouden we ons dit aanhalen als het niet nodig is? De Nederlandse bureaucratie is mans genoeg om Nederland te besturen, daar hebben we Brussel niet voor nodig. Waar samengewerkt moet worden kunnen we per onderwerp samenwerkingsorganen oprichten met eigen en aangepaste bevoegdheden, dat is efficiënter en beter controleerbaar. Die Leviathan in Brussel daar gaan we nog spijt van krijgen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in europa. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s