We herdenken geen SS’ers.

Rikko Voorberg is een Amsterdamse dominee, die begaan is met het lot van vluchtelingen. Zoiets past een dominee en ik geloof niet dat er iemand is die daar bezwaar tegen heeft, al is het nogal waarschijnlijk dat er onder de mensen die hij hulp en onderstand verleent een aantal boosaardige moordenaars zullen zitten.
Wat mensen terecht tegen deze dominee hebben is dat hij als de zoveelste in de rij de plechtigheid bederft die we oorspronkelijk op 4 mei hielden, te weten de herdenking van de verzetsstrijders en militairen die in de tweede wereldoorlog voor hun vaderland zijn gevallen. We hadden er vrede mee dat de herdenking uitgebreid werd tot alle medeburgers die door toedoen van de vijand om het leven waren gekomen in die oorlog, met name onze joodse medeburgers. Maar alle verdere uitbreidingen werden door de nabestaanden van de gevallenen als een aanslag op de eigen herdenking ervaren. Die herdenking was voor ons kostbaar omdat zij door het hele Nederlandse volk ondersteund werd. Wij stonden die dag niet alleen in ons verdriet.
Toen deze medeburgers zich in de latere uitbreidingen niet meer vinden konden, verdween die natiewijde steun en werd vervangen door irritatie en in twee gevallen zelfs door uitgesproken woede. Het ene geval was toen het Nationaal Comité 4 en 5 mei in 2012 een vijftienjarige jongen toestemming wilde geven zijn oudoom, een lid van de Waffen SS, te herdenken met een gedicht[1]. Pas toen het Auschwitz Comité dreigde verstek te laten gaan bij de herdenking op de Dam, kwam men terug op dit onzalige idee.
In het tweede geval, ook in 2012, besloot de gemeente Vorden bij de herdenking ook de graven van de in het dorp gesneuvelde Duitse soldaten te betrekken. Het college van B&W moest daar in kort geding door het Cidi vanaf gehouden worden. Tegen dat kort geding ging de gemeente vervolgens in beroep en met succes. Het Hof oordeelde dat het niet aan de rechter is om te beoordelen wie wel en niet herdacht mogen worden. Dat oordeel van het Hof leek me juist, maar de gemeente begreep niet dat het hier niet om een juridische aangelegenheid ging maar om gewoon burgerfatsoen. Als Vorden volgend jaar alle kindermoordenaars wil gaan herdenken die wereldwijd voor hun daden zijn geëxecuteerd, zal de rechter daar ook geen stokje voor steken, maar de minister president hoop ik wel.
De leden van het Nationaal Comité 4 en 5 mei worden bij Koninklijk Besluit benoemd op voordracht van de minister-president en de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het ligt op de weg van de premier en de staatssecretaris om voortaan bij de benoeming van nieuwe bestuursleden van het comité een toezegging te eisen dat er, als het aan het nieuwe lid ligt, nooit meer iemand anders herdacht gaat worden op 4 mei dan de gevallenen in de tweede wereldoorlog. Het ligt op de weg van de Tweede Kamer om de premier daaraan te houden.
Het jaar telt 365 dagen en er is ruimte genoeg voor andere herdenkingen. Dat mee liften op 4 mei moet nu maar eens afgelopen zijn.

[1] De jongen had met zijn vers een competitie gewonnen en de prijs was dat de winnaar zijn product op 4 mei voor mocht komen dragen.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Nederland, oorlog. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s