Zwarte slaven.

Toen na de burgeroorlog de negers werden vrijgelaten in de Zuidelijke staten van de VS, moesten ze daar opeens voor zich zelf gaan zorgen en de meesten ging dat niet goed af. Ze trokken en masse naar het Noorden waar ze in de getto’s terecht kwamen. De tegenwoordige bevolking van de getto’s in grote steden van Amerika stamt af van deze vrijgelaten slaven. In iedere generatie weet een zeker percentage zich aan het getto te ontworstelen. Het deel dat het lukt om de overstap te maken naar de reguliere samenleving emancipeert, maar de natuurlijke aanwas in de getto’s is zo groot dat bevolking er niet krimpt. Getto’s groeien en blijven een bron van misdaad en armoede. Wie wil weten hoe het er toe gaat moet de filmpjes op You Tube bekijken over zwarte mensen die het gered hebben en die terugzien[1] op hun leven in het getto.
De mentaliteit van de zwarten in de getto’s van Noord en Zuid Amerika is nog steeds die van de slaven uit de tijd van Abraham Lincoln. Die grote president begreep heel goed dat het niet mee zou vallen om de geëmancipeerde slaven te integreren in de normale samenleving en hij bevorderde om die reden een eigen thuisland voor negers. Liberia in Afrika was al eerder met dat doel aangekocht en ter beschikking gesteld aan zwarten die naar Afrika wilden terugkeren. Lincoln bevorderde de emigratie plannen want hij voorzag de problemen die zich later op zo grote schaal zouden voordoen, met name in het Noorden van de VS.
Het is een feit dat, overal waar zich substantiële minderheden in de bevolking hebben gevormd uit zwarten, die van oorsprong afkomstig zijn uit West Afrika, zich dezelfde problemen voordoen. De aanleg voor het functioneren in een vreedzame en werkzame samenleving lijkt bij Bantoe’s minder aanwezig te zijn dan bij de rest van homo sapiens sapiens. Alleen de ethisch en intellectueel meest begaafden redden het, verlaten het getto en worden in de normale samenleving geassimileerd. Wie achter blijft wacht een armoedig en kort bestaan.
Het is in de mode in dit land om onze voorouders verantwoordelijk te houden voor het bestaan van de slavernij. Ik wees er eerder al eens op dat de slavenhandel in Nederland nooit geliefd geweest is en dat er maar een handvol Nederlanders ooit mee te maken heeft gehad. Verantwoordelijk voor het instituut slavernij van negers zijn de Arabieren en vooral de Afrikanen zelf. Wij of onze voorouders hebben het niet bedacht. We hebben whet in 1863 in onze koloniën afgeschaft en hier in Europa heeft het nooit bestaan. Die afschaffing is ruim anderhalve eeuw geleden. Tijd genoeg, zou je zeggen, om eindelijk eens wat objectiever naar het verleden te kijken.
De hoogste waarden die wij in het humanistische westen erkennen zijn de mensenrechten. Een fenomeen dat daar in geen enkel opzicht mee te verenigen valt is de slavernij. Maar in de oudheid was slavernij heel gewoon. In de stad Rome bestond ooit meer dan de helft van de bevolking uit slaven. Tussen het begrip slaaf en personeel was er eigenlijk geen verschil. Het woord voor het een was het woord voor het ander. De islam is wat dat betreft de voortzetting van die klassieke oudheid. Het begrip heeft daar niet dezelfde pejoratieve betekenis als hier. Moslims noemen zich zelf de slaven van Allah. De gebedshouding van de moslim is die van onderworpenheid van een slaaf aan zijn meester of van een oosterse onderdaan aan zijn vorst. In Europa had men de oudheid losgelaten en de moslim zagen wij toen, meer nog dan nu, als de vijand.
Toen de Whigs, de partij van de humanisten in de Britse politiek, het in de Victoriaanse tijd voor het zeggen kregen, maakten zij een einde aan de slavenhandel. Dat konden ze, omdat de Engelse marine de wereldzeeën beheerste. Maar in de Amerika’s bleef slavernij als instituut voorlopig bestaan, al kwam er geen nieuwe toevoer meer uit Afrika. In Engeland zelf was slavernij net als in de rest van Europa al verdwenen sinds de vroege Middeleeuwen . Maar men erkende er wel het Romeinse recht. Dat recht had regels voor de slavernij. De eerbied voor het eigendomsrecht gekoppeld aan de gebruiken van de internationale handel hielden de slavernij in stand in de koloniën. In Europa zelf bleef het een exotisch fenomeen. Oosterse reizigers hadden wel eens slaven bij zich en kolonisten uit de tropen brachten soms hun huisslaven mee als ze terugkwamen. Maar een economische functie had het niet.
In landen waar de westerse invloed beperkt was, zoals in het Osmaanse rijk en in het algemeen overal waar andere godsdiensten dan het Latijnse christendom de overhand behielden, bleef ook de slavernij in stand. Dat was niet omdat in de islam of in de niet-westerse vormen van het christendom de slavernij gepropageerd werd. Dat kwam omdat de slavernij er al lang was voor die godsdiensten ontstonden. De Bijbel en de Koran spreken erover als iets dat er nu eenmaal is en voor God zijn we allemaal slaven.
Slaven zijn de mensen die in de economisch primitieve samenlevingen het werk doen dat tegenwoordig door betaald personeel wordt gedaan of door machines. De positie van slaven is aan de onderkant van de maatschappelijke ladder, maar in het latere Romeinse recht werden aan slaven wel degelijk rechten toegekend. Ze hadden dan wel geen volle burgerrechten maar dat hadden vrouwen en kinderen ook niet.
Op het Iberisch schiereiland is slavernij op kleine schaal blijven bestaan, als iets dat uit de Moorse tijd was overgebleven. In de suikerplantages op de Canarische Eilanden, die praktisch in zwart Afrika lagen, was het een normaal verschijnsel. Het is niet onwaarschijnlijk dat die eilanden later als model voor de Zuid Amerikaanse koloniën hebben gediend. Het verhaal is bekend hoe de Portugezen en Spanjaarden de slavernij hebben ingevoerd en hoe de Noord Amerikanen het later overnamen om hun plantages te voorzien van werkkrachten die tegen de klimatologische omstandigheden en tegen tropische ziekten waren opgewassen.
De enige zwarte slaven die hier ooit in Nederland, in Middelburg, als handelswaar ontscheept zijn, werden door de plaatselijke autoriteiten acuut vrij gelaten. De onbekendheid met het instituut van de slavernij in Noord Europa had voor de slaven overigens ook nadelen. Omdat de slavernij als zodanig niet bestond waren er voor slaven ook geen beschermende maatregelen. Slavernij van westerse mensen werd niet toegelaten, omdat het strijdig was met het sinds de vijftiende eeuw opkomende humanisme. Waar het op neer kwam was dat men slavernij in het eigen land weerde omdat het niet paste in het concept van de menselijke waardigheid. Maar omdat men slavernij om economische redenen niet kon of wilde afschaffen beschouwde men zwarten als niet helemaal menselijk. Dat is wat men een geperverteerd humanisme zou kunnen noemen en het heeft de behandeling van de negerslaven meer geschaad dan de op de wet gebaseerde slavernij in de landen rond de Middellandse Zee.
[1] http://www.youtube.com/watch?v=YQp0AyaI2ao.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in afrika, Amerika, ethiek, europa, geschiedenis. Bookmark de permalink .

Een reactie op Zwarte slaven.

  1. Robert Lopes Cardozo zegt:

    Weer genoten van uw heldere opstel. Kleine kanttekening: Als het Westduitsers niet lukt de mentaliteit van Oostduitsers te hervormen, moet Amerika niet modernisering van de mentaliteit in de moslimwereld nastreven. Militaire Westerse aanwezigheid in moslimlanden maakt moslims alleen maar orthodoxer en rebelser. Na de (korte) Europese staatkundige kolonisatie en het (recente) Amerikaanse militaire geweld moet het Westen de moslimwereld weer aan zichzelf overlaten. Immigratiestop plus dekolonisatie van veel moslims uit Europa (zie mijn plannen eerder op uw blog) maakt dan duidelijk dat de overbevolking in moslimlanden niet meer door de export van het bevolkingsoverschot kan worden opgelost. Als wij hier het in het openbaar uitdragen van de moslimideologie verbieden, zichtbare moskeeën afbreken en het dragen van godsdienstige kledij bestraffen met verbanning naar de moslimwereld, zijn leiders in moslimlanden verplicht op eigen kracht de godsdienst te moderniseren om te overleven, en bijvoorbeeld een eenkindpolitiek in te voeren.

    Begin jaren zeventig tijdens de eerste oliecrisis (de Saoedische productiestop was volgens mij een laat antwoord op de door arabieren verloren zesdaagse oorlog tegen Israël in 1967 – om hun waardigheid te herstellen), meende ik dat president Nixon net als Kennedy een ambitieus plan had moeten aankondigen. Kennedy nam het besluit dat voor 1970 Amerikanen op de maan zouden rondlopen. Ik ben van de generatie op wie de maanlanding een verpletterende indruk heeft gemaakt, misschien zoals oorlog en bevrijding op een (niet-joodse) eerdere generatie. De ingenieursprestatie van de maanreis was zo ongelofelijk knap – dat het de eerste keer allemaal goed ging – dat wij jeugd voorlopig nergens voor nodig waren, onze haren lieten groeien, voor onszelf met vrije seks gingen experimenteren en alternatieve ideeën omarmden die in “Het avondrood der magiërs” van Kousbroek en in “Het geloof der kameraden” van Karel van het Reve ontmaskerd werden. Maar dat hielp weinig tegen de ‘alternatieve’ hoofdstroom van de toenmalige tijdgeest.
    Mijn vader was begin jaren zestig directeur van het Centraal Ontwikkelings Bureau van Philips, en reisde veel. Elk jaar naar Amerika, en door de week vaak overdag met een Philipsvliegtuigje naar laboratoria in Duitsland of Frankrijk (en dan zat hij altijd weer om zes uur ’s avonds aan tafel om het vlees te snijden – “wie is die man”? dacht ik nooit want hij was er altijd – in die tijd hadden Nederlandse zakenmannen nog geen vriendin er naast; echtscheiding kwam bijna niet voor in ons buurtje, het ‘Villapark’). Vaak was er een buitenlandse zakenman te gast om met ons gezin met opgroeiende kinderen mee te eten, niet logeren. Begin jaren zestig kreeg ik van een Amerikaan van Cape Canaveral een foto van een opstijgende raket. Hing even boven mijn bed, maar heb ik al snel op het schoolplein verhandeld aan een belangstellende schoolgenoot. Ik had geld nodig voor mijn verzameling oude munten.
    Begin jaren zeventig had Nixon aan moeten kondigen dat in een gezamelijke Amerikaanse krachtsinspanning van overheid, wetenschap en bedrijfsleven voor 1980 een rendabele alternatieve energiebron zou worden bedacht, vergelijkbaar met de Amerikaanse inspanning om even op de maan rond te lopen. De Club van Rome beheerste toen het nieuws, fossiele brandstof zou snel uitgeput raken. Chantage door de OPEC was een ander argument. En de marxistische mode onder Europese en Amerikaanse studenten zou de wind uit de zeilen zijn genomen. Amerika zat weliswaar in Vietnam (om het communisme te bestrijden) maar het was niet waar dat oliemaatschappijen het in Amerika voor het zeggen hadden en mochten bepalen wanneer er wel of niet oorlog gevoerd moest worden. Tot mijn spijt was Nixon geen Kennedy, kwam de latere president Bush (eerste Golfoorlog) uit de olieindustrie, en verdiende het voormalige bedrijf van de vice president onder Bush 2 tijdens de Irakoorlog miljarden.
    Trump – niet afhankelijk van oliegeld, en daarom tegengewerkt? – is geloof ik te dom om Amerika alsnog te mobiliseren voor het plan om na een gezamenlijke krachtsinspanning van overheid, universiteiten en bedrijfsleven energie voortaan goedkoop uit zonnestralen te tappen, waarvoor de snelle klimaatverandering nu een extra argument is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s