Verdonk en de opstand in het Oosterpark.

Bij het slavenmonument in het Oosterpark is in 2005 een klein opstandje uitgebroken. Minister Verdonk kwam op verzoek van het organiserend comité namens de regering een toespraak houden en een krans leggen bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij. De allochtonen zagen in haar de verpersoonlijking van een tegen hen gericht beleid. Ze waren door een radiostation op een Amerikaanse manier gemobiliseerd. Het spreken werd de minister door een oorverdovend fluitconcert onmogelijk gemaakt en een poging om de krans te leggen werd door de menigte fysiek verhinderd.
De gelegenheid die toen officieel gevierd werd was de afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Antillen in 1863. Maar volgens een tweetal vertegenwoordigers van het organiserend comité, die bij de Amsterdamse stadszender ATV op bezoek kwamen, ging het om een herdenking van driehonderd of vierhonderd jaar slavernij door de Nederlanders. Dat was dan in alle opzichten een merkwaardige viering. De slavernij is niet driehonderd of vier honderd jaar geleden afgeschaft en zeker niet driehonderd of vier honderd jaar geleden begonnen, zelfs niet in Suriname.
De slavernij waar de voorouders van de Surinamers en Antillianen het slachtoffer van zijn geweest vindt zijn oorsprong in Afrika zelf. De grootscheepse handel in zwarte slaven werd in de Middeleeuwen georganiseerd door de Arabieren. Timboektoe in Mali, aan de Zuidelijke kant van de karavaanroute door de Sahara, was het grote Afrikaanse slavendepot. Het was een centrum van zout- en slavenhandel, lang voor een aantal plaatsen aan de Westkust op dat punt belangrijk werden. De Westkust werd belangrijk toen er vraag begon te ontstaan naar menselijke handelswaar in de Spaanse en Portugese koloniën in Zuid Amerika, in de zestiende eeuw.
De Afrikaanse slavenhandel is ontstaan als een product van de onophoudelijke oorlogen tussen negerstammen. Het alternatief was het doden geweest van de krijgsgevangenen. Veel van de demonstranten in het Oosterpark waren de nakomelingen van Afrikanen die hun leven dankten aan het bestaan van slavenhandel.
Het is zeker dat de demonstranten slavenhouders onder hun voorouders moesten rekenen en dat een van de voorouders van minister Verdonk zich aan die handel zou hebben schuldig gemaakt is nogal onwaarschijnlijk. Die handel is hier al vanaf het allereerste begin af op weerstand gestoten.
De slavernij van zowel blank als zwart was in de klassieke oudheid een ingeburgerd instituut. In de christelijke landen is zij in de loop van de geschiedenis verdwenen. De Kerk was ertegen en bevorderde het bevrijden van slaven. Niet als een goddelijke deugd, zo erg waren ze er nu ook weer niet op tegen, maar als een van de menselijke deugden. In de continue strijd van het christendom tegen de islam rond de Middellandse Zee was er geen gebrek aan christelijke slaven die van de moslims konden worden vrij gekocht of door middel van oorlogen bevrijd. Ook dat maakte de slavernij als instituut hier weinig populair.

De herleving van de slavernij en de handel in slaven in de zestiende eeuw was daarom niet een vanzelfsprekende ontwikkeling. In Spanje en Portugal werd zij verdedigd met een verwijzing naar het lage allooi van de zwarte slaven, die niet met normale christenmensen konden worden vergeleken. Ook deed men een beroep op de vele doden die er vielen onder de Indiaanse dwangarbeiders in de Zuid Amerikaanse mijnen. Zwarte slaven zouden beter geschikt zijn voor dat werk en hun komst werd door de paters in Paraguay en elders in de koloniën bevorderd uit medelijden met de inheemse bevolking.
Hier vond men in meerderheid de slavenhandel onchristelijk. In Nederland zelf is zij ook nauwelijks voorgekomen al woonden hier wel slavenhandelaren en werd een deel van de handel vanuit Nederland gefinancierd. In de koloniën die men op de Spanjaarden en Portugezen veroverde of, zoals in het geval van Suriname, met de Engelsen ruilde, werden de slaven en de infrastructuur voor slavernij aangetroffen en overgenomen.
De onmenselijke toestanden die in alle mijnen en op sommige plantages werden aangetroffen wekten afschuw en de toestanden op de transportschepen waren praktisch zonder uitzondering beestachtig.
De slavernij is in de loop van de negentiende eeuw afgeschaft, niet als gevolg van een actie van de slaven zelf. Daarvoor verkeerden die ook niet in een positie, maar als gevolg van politieke en kerkelijke acties in West Europa, met name in Engeland. In andere delen van de wereld en helemaal in Arabische landen is zij pas onder zware druk van het Westen verdwenen. En in de verre uithoeken van de Dar al Islam bestaat zij nog steeds.
Het slavernij monument kan worden beschouwd als een eerbewijs aan degenen die de slavernij hebben afgeschaft en als een duurzaam verwijt aan allen die de slaven hebben geëxploiteerd. Aan de voorouders dus van die schreeuwlelijken in het Oosterpark.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in afrika, geschiedenis, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s