Literaire prijzen.

Prijzen worden in Nederland uitgereikt door commissies en die commissies geven hun prijzen aan mensen tegen wie niemand uit hun midden veel bezwaren heeft. Dat is niet vaak iemand die bij een van de commissieleden op de eerste plaats zou komen, want ze hebben allemaal zo hun eigen voorkeuren, die door anderen niet gedeeld worden. Maar het is wel bijna altijd iemand uit de eigen kring. Mijn advies is daarom door de bank genomen om liever de boeken te lezen van iemand die ooit een vulpen van Max Pam gekregen heeft, dan de boeken van de winnaar van de AKO of Libris prijs of zelfs de PC Hooft[1] prijs.
Een uitzondering daarop heeft de laatste vijftig jaar gegolden voor Gerard van het Reve, voor W.F. Hermans en voor Mulisch, die alle drie best veel vijanden hadden. Dat Reve, zoals hij zich zelf noemde, een groot talent was, zal wel niemand willen ontkennen, maar dat er, na De Avonden en Nader tot U, relatief maar weinig is uitgekomen, dat kan m.i. niet met rede worden betwist.
Hermans was zeker een heel erudiete en intelligente man die verzorgd Nederlands schreef en hij heeft twee of drie heel leesbare boeken geschreven. Maar zoals Hermans en Mulisch zijn er nog wel vijftig of honderd. Veel mensen die een van hun boeken lezen met de boodschap dit is nu de top hier in Nederland haken vast af en lezen voortaan liever een andere taal. En dat is niet nodig vind ik. Persoonlijk houd ik Bernlef (Hendrik Jan Marsman) voor een veel betere schrijver dan Mulisch en lees ik liever Renate Dorrestein dan Hermans. Ook Maarten ’t Hart en Tim Krabbé vind ik beter en Ischa Meijer en Marga Minco. Nog langer geleden Louis Paul Boon en zeker Willem Elsschot en Multatuli.
Het latere werk van Reve laat ik liggen, het doet me niets. Van de twee Van het Reve’s heb ik een uitgesproken voorkeur voor Karel, die volmondig toegaf dat Gerard het grotere talent was, maar die van zijn eigen talent gemaakt heeft wat hij kon. Zijn verzameld werk is een genot om in te lezen en je kunt als je het zo naast elkaar ziet de vooruitgang die hij als schrijver maakt zo goed volgen. In het eerste deel staan wat autobiografische schetsen die overduidelijk maken hoe hij aan zijn hekel aan het communisme is gekomen. Hij was verliefd op een dochter van Jef Last en maakte mee hoe die door zijn partijgenoten behandeld werd toen hij terugkwam uit de Spaanse burgeroorlog. Dat gelijktijdig optreden van die verliefdheid en het nieuwe inzicht heeft diep ingeslepen. In elk geval is de beschrijving van dat deel uit zijn leven heel meeslepend vond ik. Wat vindt U trouwens van dit gedichtje en van wie is het?

Daar komt een vogel aan met rafelige vleugels
diepe slagen zwart op wit.
Hij duikt en dartelt
laat zijn maffe kuifje zien
slijpt zijn stem en roept
zichzelf tot kievit uit.

Het stond op het laatste biljet van duizend gulden.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s