De PVV van Wilders.

In de statuten van de beweging van de Venlose politicus Wilders staat dat de beweging dient om de ideeën die hij nu heeft en die hij in de toekomst nog gaat krijgen in de politiek te ondersteunen. Duidelijk. Ook de lijst Pim Fortuijn was zo’n beweging en de gebeurtenissen na zijn dood onderstrepen wat een onzin het is om een dergelijke beweging voort te zetten als de man wiens ideeën zij ondersteunt er niet meer is [1]. Een bak zonder duwboot.
Een politieke partij is heel iets anders dan een beweging of was in elk geval heel iets anders in de tijd dat politieke partijen in Nederland voor het eerst acte de présence gaven.
Van oorsprong hadden we in onze Tweede Kamer een districtenstelsel, zoals dat nu nog in Engeland bestaat. Een districtenstelsel is veel meer persoonsgericht dan het partijen stelsel dat we nu hebben. Wie in zijn eigen district een goede reputatie heeft, publieke belangstelling trekt, goed kan spreken in het openbaar en dingen belooft die de mensen nodig hebben, wordt gekozen. Een politicus in een district is als het ware zijn eigen beweging. Al die afzonderlijke bewegingen kwamen met elkaar in de Kamer terecht en moesten daar wetten maken en de door de koning benoemde regering kritisch volgen. Dan blijkt dat een zekere taakverdeling nodig is en daarom klonteren gelijkgezinden in de Kamer dan bij elkaar. Progressief of liberaal noemde de ene kant van de Kamer zich vroeger en conservatieven noemden de anderen zich, maar van echte partijvorming was in die eerste fase nog geen sprake
De grondwet was sinds Thorbecke liberaal en de staatinrichting een combinatie van liberale beginselen en overblijfselen uit het verleden, de tijd van de Republiek van de Zeven Provinciën. De liberalen stelden zich tot taak de beginselen van de Verlichting in wetgeving en bestuur om te zetten. De conservatieven wilden vooral het goede uit het verleden bewaren.
Pas toen Groen van Prinsterer eens scherp geanalyseerd had wat er allemaal niet deugde in het liberalisme en waar het in strijd kwam met een oprecht godsgeloof, kwam er een beweging tot stand die zich ontwikkelde tot een politieke partij: de antirevolutionaire beweging. Die had ook anti-verlichtingspartij kunnen heten, maar het is de gewoonte om datgene wat men bestrijdt zo zwart mogelijk te beschrijven. In de tijd van Groen stond de Franse Revolutie nog in een kwade reuk: antirevolutionair dus.
De antirevolutionaire beweging leidde weinig later, in 1879 tot de oprichting van de eerste politieke partij[2].
Met een beweging kun je toe als het iedereen wel duidelijk is wat de alternatieven zijn in het land en het verder een kwestie is van uitwerking. Maar een partij heb je nodig als je werkelijk iets wilt gaan veranderen in de samenleving en daarvoor de publieke opinie moet beïnvloeden. Een partij is een netwerk van activisten die een gemeenschappelijk plan hebben en daar samen aan willen werken.
Je krijgt de mensen het beste in beweging als er een aantal duidelijk zichtbare problemen zijn, die door de zittende machthebbers worden genegeerd. De antirevolutionairen zagen de samenleving ontkerstenen en wilden daar door christelijk onderwijs een halt aan toeroepen. De socialisten wilden de positie van de laagstbetaalden in de samenleving verbeteren en zich tegen de nieuwe macht van de industrie verzetten. De RK Staatspartij kwam op voor het katholieke volksdeel dat in hun ogen nog altijd werd gediscrimineerd. Al die partijen zijn begonnen als bewegingen en met een duidelijk doel.
Dat bewegingen als die van Fortuijn, Verdonk en Wilders zo snel aanhang kregen is niet vreemd, want zij markeren een aantal problemen waar iets aan gedaan moet worden en die de zittende machthebbers negeren. Wilders en indertijd Verdonk richtten zich daarbij volledig op wat uit de bevolking naar boven is komen borrelen. Maar Fortuijn had wel degelijk ook problemen onderkend die ieder ander over het hoofd leek te zien. Na zijn dood zijn ze dan ook weer geruisloos van het toneel verdwenen. Ik denk hierbij aan de hoogst noodzakelijk reorganisatie van de Nederlandse overheid[3]. Niet alleen van de staatsinrichting, zoals minder bestuurslagen, gekozen burgemeester etc., de hobby horses van D66, maar vooral ook het probleem van de verkokering van de bestaande instellingen en van een eindeloos trage wetgeving en rechtspraak.
De tegenwoordige overheid is een tekortschietend instrument voor de aanpak van bestuurlijke problemen. Fortuijn bestreed ook de fantasieloze reactie op maatschappelijke problemen door er geld tegen aan te gooien zonder eerst behoorlijk bestudeerd te hebben waar dat geld effectief besteed zou kunnen worden.
Hij was al tot de conclusie gekomen dat voor zijn aanpak een grote groep bekwame medestanders nodig was. Hij had een organisatie in gedachten die hier vanouds een politieke partij wordt genoemd. Hij was al bezig met het formuleren van een aantal maatschappelijke vraagstukken waar hij in volgorde van prioriteit iets aan wilde doen.
Mensen als Bomhoff hielden zich al met de analyse van deze problemen bezig. Met partijleden veranker je de beweging in de samenleving en maak je de oplossing van de aan de orde gestelde problemen onafhankelijk van je eigen overleven. Een politieke leider moet in de eerste plaats in staat zijn eigen partijleden te overtuigen en daarvoor is een democratische opbouw nodig. Maar zoiets kost tijd. Dat Wilders daar niet meteen mee begint met het voorbeeld van de LPF voor ogen, lijkt me te billijken. Als zijn beweging democratisch zou zijn dan liep je kans dat zij snel zou worden overgenomen door het soort lieden dat niemand, ook Wilders niet, hier graag wil zien.
De SDAP, maar ook de AR en de RK staatspartij, waren partijen met wortels in de samenleving, die een duidelijk programma hadden om haar op aanwijsbare onderdelen te veranderen en die over de mensen beschikten om daar bestuurlijk wat aan te doen. Hun succes en dat van hun naoorlogse opvolgers de PvdA en het CDA is evident. Dat succes was zelfs zo evident dat een goede reden voor hun voortbestaan er intussen misschien niet meer is. De belangen van de laagstbetaalden zijn er nog wel, maar een probleem vormen die niet echt meer, n’en déplaise à de SP en mensen als Marcel van Dam. Ze zijn zeker van ondergeschikt belang als ze worden vergeleken met moeilijkheden elders in de wereld of met de problemen die Fortuijn aan de orde stelde.
Partijen kunnen niet alleen ten gronde gaan aan gebrek aan succes maar ook aan het succes zelf. Organisaties hebben instinctief de neiging zich zelf in stand te houden[4], ook al bestaat er geen noodzaak voor hun voortbestaan. Voor de Partij van de Arbeid, het CDA en in mindere mate de VVD geldt dat ze zich zelf hebben overleefd. Geen van de drie heeft meer een duidelijk programma en van dat programma trekt zich trouwens niemand in of buiten de partij veel aan. Als ze er niet waren zou niemand ze nu meer oprichten. Maar hun bestaan staat de formulering en de oplossing van bestaande maatschappelijke problemen in de weg. Eigenlijk hebben we van hen meer last dan van de bewegingen van Geert Wilders en Emile Roemer[5]
Jérôme Heldring zei ooit terecht dat de PVV niet ondemocratisch is maar dat zij wel het bestel , zoals we dat nu kennen, bedreigt. Dat klopt. Het huidige bestel is totalitair, in de zin dat het de eigen links-liberale ideologie als alleen zaligmakend ziet en geen grenzen erkent aan het recht van de overheid om aan die ideologie in de samenleving het monopolie te verschaffen.
Toen een paar jaar geleden een met de ouderlijke macht belaste vader zijn kind een zeiltocht wilde laten maken rond de wereld meende deze overheid in eerste instantie dat zij het recht had in loco parentis te treden. Gelukkig vond de kinderrechter dat er geen wet was waar men dat op kon baseren. In Rotterdam meende een bezorgd gemeenteraadslid dat ongehuwde moeders van Antilliaanse afkomst gesteriliseerd moesten worden om zo voor de rest van hun leven tegen zich zelf in bescherming te worden genomen.
Alles wat afwijkt van het socioliberale mensbeeld, mag kennelijk in ons huidige bestel met overheidshand worden gecorrigeerd en grenzen worden daarbij niet gesteld of erkend. Dat de filosoof Wijnberg en anderen Wilders beschuldigen van totalitaire opvattingen is daarom een gotspe en eigenlijk vooral een onnozele jij-bak.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in overheid, politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s