Platte daken.

Elf jaar geleden, op 28 februari 2006, stond er een artikel in Trouw over platte daken, gebaseerd op een aantal interviews met bouwkundigen. De oorzaak of schuld voor het grote aantal ongelukken, dat wereldwijd met platte daken plaats vindt, wordt door de publiciteit bij de aannemers gelegd. De deskundigen zoeken haar eerder bij de constructeurs, maar ook wel bij onvoldoende controle op de werkplaats en bij een tekort schietende regelgeving.

Al die oorzaken sluiten elkaar niet uit. Er kan met te zwakke constructies worden gewerkt omdat er fouten worden gemaakt in de berekening en omdat er onvoldoende controle is op de werkzaamheden en omdat de uitgangspunten inzake de maximale last die daken moeten kunnen verwerken niet blijken te deugen.

De grondoorzaak[1] is en blijft de tekortschietende regelgeving. Dat is tegen de draad in bij het ministerie dat over de bouwregelgeving gaat. Men wees daar een beroep van deskundigen van de hand om de regelgeving te verbeteren.

Het is gewoon geworden om alle bestuurstaken van de overheid te bezien vanuit een politiek gezichtspunt. Regelgeving is goed of fout al naar gelang men socialistisch of liberaal is en de kleur van het kabinet bepaalt ook voor de ambtenaren of men ergens voor of tegen hoort te zijn. De gedachte dat op veel terreinen regelgeving puur een kwestie van efficiency is, wordt tegenwoordig wat buitenissig gevonden.

De bouwwereld wordt beheerst door competitie. De laagste bieder krijgt meestal de opdracht en dat betekent dat op alle kosten gesneden wordt. Regels en controle op de naleving bepalen het speelveld. Als de spelregels veranderen, verandert de ruimte waarbinnen de competitie plaats vindt.
In principe kan dat niemand wat schelen. Het raakt de onderlinge mededinging niet, want de gevolgen zijn voor iedereen hetzelfde. Als iedereen dezelfde kosten heeft dan kunnen ze immers worden doorberekend aan de opdrachtgever. Ontbreken de regels die deugdelijke bouw voorschrijven of worden ze niet behoorlijk gecontroleerd, dan wint de slechte bouwer het van de goede, zo simpel is dat.

De vraag is dus niet of de overheid regels moet stellen of niet, de vraag is op welk terrein er een taak ligt voor regelgeving. In het algemeen is dat overal waar de samenleving aan een specifiek gedrag van haar leden behoefte heeft en de samenleving uit zich zelf onvoldoende prikkels produceert die het gewenste gedrag bevorderen. Als regels nodig blijken dan gaat daarbij de voorkeur uit naar regels waarbij geen controle nodig is.
De overheid moet voorschrijven of er hier op de weg links of rechts gereden wordt. Dat is daarom zo’n mooi voorbeeld omdat iedereen inziet dat bij deze regel de controle achterwege kan blijven. Spookrijders komen weinig voor omdat overtreding van de regel zich zelf wel straft.

Bij de meeste regels is dat jammer genoeg niet zo. Dan hoort een effectieve controle onderdeel uit te maken van de regelgeving. Als controle vooraf vanwege de massaliteit van de adressanten of door hun diversiteit niet mogelijk blijkt, dan moeten op overtreding van de regels sancties worden gesteld. Pas als er geen enkele andere effectieve sanctie mogelijk lijkt te zijn hoort pas aan een strafrechtelijke sanctie te worden gedacht[2].

De voorkeur verdient dus de wijze van controle zoals door de brief uit de bouwwereld aan de minister[3] werd voorgesteld. Laat alle bouwconstructies door een onafhankelijke instantie controleren en schrijf daarnaast controle op de bouwplaats voor. Een dergelijke controle is onderdeel van de bouwvergunning en dat is op zich zelf voldoende sanctie. Wie zonder controle heeft gebouwd moet misschien weer afbreken en de aannemer die het doet kan de bouwprijs niet vorderen van zijn opdrachtgever. Als er gepubliceerde richtlijnen zijn voor de controle, dan kan de bouwwereld daar rekening mee houden en dan zullen in de meeste gevallen de bij de controle gemoeide werkzaamheden minimaal blijken te zijn.

Dit is een vorm van regelgeving die minimale bureaucratie veroorzaakt, maar die de efficiency van de bouw vergroot. De bouwwereld zelf kan haar niet afdwingen, daar is de overheid voor nodig. Die overheid kan op medewerking van de betrokkenen rekenen, die de overheid precies kunnen vertellen welke vorm van controle werkt en welke niet.
Dat bleek wel uit de gezamenlijke brief.

[1] De grondoorzaak is het punt in de keten van oorzaken waar een ingreep het meeste effect oplevert met de minste inspanning.
[2] Als men aanvaardt dat effectieve controle onderdeel uitmaakt van een goede regel, dan is een strafrechtelijke sanctie in veel opzichten niet goed bruikbaar. De kosten zijn hoog, de toepassing te ingewikkeld, de capaciteit is te klein en het tijdsverloop tussen overtreding en sanctie veel te lang.
[3] van VROM

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in bedrijfsleven, overheid, recht. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s