Oranjes, terug van weg geweest.

Toen de oudste zoon van stadhouder Willem V terug kwam in Nederland wilde het Nederlandse volk zijn Oranje stadhouder terug. Niet als koning, maar stadhouder, moet je aannemen, want dat was de vader des vaderlands, Willem de Zwijger ook geweest. Nederland is altijd een republiek gebleven sinds we Philips II, de koning van Spanje, hebben afgezworen[1]. Maar Willem, die wel wat verrast was door de vriendelijk ontvangst – want zo vaderlandslievend had hij zich in de Franse tijd helemaal niet gedragen[2] – maakte van de gelegenheid gebruik om mee te delen dat hij koning wilde worden en geen stadhouder. Dat gaf hem naar zijn mening een hogere rang in de wereld van al die Duitse vorstjes, die hij als zijn natuurlijke habitat beschouwde.
Het driemanschap Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum, dat na het vertrek van de Fransen samen de macht gegrepen had, had een Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden uitgeroepen en ze hadden Willem gevraagd om Soeverein vorst te worden. Het volk, was daarbij niet geraadpleegd, iets wat in de omstandigheden van 1813 natuurlijk ook lastiger te doen was dan tegenwoordig.
De eis van Willem was behoorlijk impertinent en werd in eerste instantie dan ook niet ingewilligd, maar bij het congres van Wenen lukte het hem om zijn koningschap erdoor te drukken. Onbekwaam was deze eerste vorst van het vernieuwde Nederland zeker niet, maar wel hebberig en ook een tikkeltje een parvenu.
Bij het congres van Wenen werden stapels nieuwe koninkrijkjes gecreëerd, die praktisch allemaal in de negentiende eeuw weer van het toneel zijn verdwenen, maar wij zitten nog steeds met een koningshuis dat hier niet hoort. Dat het koningschap de Oranjes meer aanzien zou verschaffen, zag hij bovendien verkeerd. Het stadhouderschap was in de grote wereld verbonden met de grote tijd, toen de Zeven Provinciën nog een grote mogendheid waren en dat nieuwe koninkrijkje zei niemand wat.
Als stadhouder van de Verenigde Provincies had iemand een unieke positie en bovendien een positie waaraan meer persoonlijk gezag was verbonden dan aan een koningschap. Stadhouders werden door de Staten benoemd. Weliswaar altijd uit het Oranjehuis, maar toch alleen als men de betrokkene competent en voldoende staatsgezind vond. We hadden in het verleden een paar maal een stadhouderloos tijdperk gehad, als aan een van die twee voorwaarden niet was voldaan en eigenlijk was dat een goed systeem.
Bij de opvolging van Willem I hadden we dan de roekeloze Willem II kunnen overslaan en zijn veel competentere broer Frederik[3] tot stadhouder kunnen benoemen. De geestelijk niet helemaal gezonde Willem III was ons dan bespaard gebleven, wat voor iedereen een godsend zou zijn geweest.
Tegenwoordig is het koningschap helemaal ceremonieel geworden, wat in zekere zin wel jammer is. De band die vanouds heeft bestaan tussen dit land en het huis Oranje Nassau verdient beter.
[1] Koning Lodewijk Napoleon, die de Fransen ons op ons dak gestuurd hadden, moet U niet mee rekenen. Hoewel die man het als regerend vorst uitstekend heeft gedaan onder de omstandigheden, gold hij niet als een Nederlandse, maar een Franse koning.
[2] Hij was naar Napoleon gegaan in Parijs en had zijn rechten in Holland afgeruild tegen het bezit van het voormalige bisdom Fulda. Hier had hij dus eigenlijk niets meer te zoeken.
[3] Frederik van Oranje-Nassau (1797-1881)

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, Nederland. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s