Mijn wetenschappelijke verleden.

Ik heb de periode voor en na mijn afstuderen gewerkt op het juridisch instituut van de UvA als onderdeel van de fiscale sectie. Die mensen waren stuk voor stuk begaafder dan ik ben en dat was een erg plezierige ervaring. Arnold van den Tempel, Jan van Soest, Dieter Brühl, Tjerk Visser en Frank van Brunschot waren de andere mensen in de sectie en ik heb nooit van een slimmere groep mensendeel uit gemaakt.
Ik ben daar nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. Iedereen met wie ik er werkte was top in mijn vak en bovendien waren ze ook als mens innemend en interessant. Tjerk Visser, die de lector omzetbelasting was, was wiskundige van opleiding en arabist uit roeping en voor zijn genoegen. Hij was daarin terecht gekomen door zijn wiskunde studie, maar wat hem vooral bleef boeien was de Arabische dichtkunst.
Dieter Brühl was de auteur van Objectieve en subjectieve aspecten van het fiscale winstbegrip, wat nog steeds het fraaist geschreven wetenschappelijke werk is uit de Nederlandse fiscale literatuur. Daarnaast was hij antroposoof, een aanhanger van Rudolf Steiner. Dat is iets wat ik nooit begrepen heb. Ik vond de boeken van die Steiner stuk voor stuk niet te volgen en begreep niet wat een heldere man als Brühl in de man zag.
Arnold van den Tempel was econoom, fiscalist en Nederlands grote man op het terrein van het internationale belastingrecht. In die functie trad hij in de voetsporen van zijn voorganger Adriani. Samen hebben die twee Nederland op de kaart gezet op dat terrein en het Internationaal Belasting Documentatie Bureau is een monument voor hun beider werk.
Jan van Soest was van alle fiscalisten uit mijn tijd de beste docent en daarnaast een bijzondere innemende man. Hij was de zoon van de grootste Nederlandse fiscalist ever, A.J. van Soest van de Unilever, en hij worstelde met de deprimerende gedachte dat iedereen hem in negatieve zin met zijn beroemde vader zou vergelijken. Men deed dat ook wel eens, omdat hij er zo gemakkelijk mee te plagen viel, maar in feite was hij een groot man op eigen verdiensten en werd dat door iedereen ook onderkend.
Frank van Brunschot was mijn collega proximus, later mijn compagnon in ons gezamenlijk fiscaal adviesbureau. Nog later werd hij advocaat en lid van de Hoge Raad. Prima man Frank. En de medewerker in ons kleine kantoortje, Jaap Zwemmer, was de beste medewerker die ik in mijn carrière heb meegemaakt.
Alleen ik zelf ben niet zo ’n wereldwonder. De fiscaliteit begon mij te vervelen en ik ben overgestapt op het internationale vennootschapsrecht. Dat ging best goed, want er waren in die tijd maar weinig mensen die dat deden in dit land en de Amerikanen en Engelsen vonden Nederland een mooi centrum voor hun buitenlandse bedrijven netwerk. Ik kon er op mijn dooie akkertje een boel geld verdienen en heb dat ook wel gedaan. Maar wetenschappelijk is er nooit veel uitgekomen bij mij. Pas toen ik ophield met werken ben ik weer gaan schrijven en niets wetenschappelijks, maar puur over dingen die mij interesseren. Ik heb een mooi leven en mijn drie kinderen zijn goed terecht gekomen, maar mijn toegevoegde waarde voor de samenleving is beperkt gebleven. Gelukkig zit ik daar niet erg mee.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in wetenschap en filosofie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s