Bas Heijne en September 11th.

Het opmerkelijkste artikel dat ik in een Nederlandse krant gelezen heb in de weken na de aanslagen van September 11th vond ik dat van Bas Heijne in het NRC-Handelsblad van 29 September 2001.
In negatieve zin was dat artikel vooral opmerkelijk vanwege de aanval op Jérôme Heldring, waarmee het stuk begon. Een journalist mag je aanvallen op zijn meningen , maar hem aanvallen op het vermelden van feiten, dat is raar.
In positive zin viel het artikel op omdat Heijne het dilemma aan de orde stelde waar veel mensen in die weken mee hebben gezeten: is de woede die we voelen vanwege de aanslagen gelegitimeerd? Zo ja, tegen wie of wat mag die zich richten en vooral hoever mag je in je reacties gaan? Mogen journalisten en blogschrijvers die emoties in hun artikelen en hun beschouwingen aanwakkeren of hebben ze de plicht ze te temperen? Tenslotte, is het toelaatbaar binnen de humanistische ethiek om het hemd nader te laten komen dan de rok?
Om met het laatste te beginnen: dat hemd dat nader is dan de rok is geloof ik een algemeen menselijke eigenschap, maar dat is ook niet wat Heijne ter discussie stelde. Wat hij zich afvraagt is of het ethisch aanvaardbaar is om aan die menselijke eigenschap ruim baan te geven. Zoals een christen zijn vijand de andere wang dient toe te keren, wat ook niet direct in de menselijke natuur ligt, vindt hij dat de humanistische zedenleer meebrengt dat wij die natuurlijke neiging van dat hemd en die rok moeten onderdrukken. Dat moeten we doen, zei hij, omdat ieder mensenleven gelijkwaardig is, ongeacht de graad van de verwantschap of de culturele saamhorigheid van de betrokkene.
Daar valt wel wat tegen in te brengen. De principiële gelijkwaardigheid van ieder menselijk leven, die inderdaad uitgangspunt is van het humanisme en onder meer tot uiting komt in de universele verklaring van de rechten van de mens, brengt niet noodzakelijk mee dat ieder mens tegenover ieder ander dezelfde verplichtingen heeft. Ik heb grotere verplichtingen tegenover mijn gezin dan tegenover de buren en ik betaal wel belasting in Nederland maar niet aan de Verenigde Naties.
De gelijkwaardigheid brengt mee dat ik verder weg wonende of anders gekleurde mensen niet mag discrimineren. Discriminatie is een moeilijk begrip, omdat de grenzen tussen discrimineren en het iemand op goede gronden anders behandelen moeilijk te trekken zijn. Cadeaus geven we op verjaardagen aan vrienden en kennissen maar niet aan vreemden; dat is geen discrimineren. Vreemden meer belasting laten betalen dan vrienden en kennissen in dezelfde omstandigheden, dat mag weer niet.
Toch zit daar niet het echte probleem, want grenzen trekken is wel moeilijk, maar meestal heeft iedereen toch heel goed in de gaten wanneer hij zich aan de ene kant van een grens bevindt en wanneer aan de andere: wanneer er gediscrimineerd wordt in dit geval en wanneer niet.
Wanneer iemand bozer wordt wanneer zijn buurman door een hooligan wordt aangevallen dan wanneer dat een willekeurige vreemde overkomt, hoort dat thuis in de categorie “onderscheid maken op goede gronden”. Je kunt er in de eerste plaats niets aan doen, het gaat vanzelf, dat boos worden, maar je hebt bovendien grotere verplichtingen tegen je buren dan tegenover willekeurig vreemden.
Dit houdt onder meer in dat je een buurman naar het ziekenhuis moet brengen als dat nodig is, maar dat je die verplichting tegen een willekeurige vreemde alleen hebt als er niemand anders is op wiens weg dat eerder ligt of als die iemand anders zich aan zijn verplichting onttrekt.
Dat is de leer van de verplichtingen die de mens heeft tegenover zijn naasten. De parabel van de barmhartige Samaritaan gaat over mensen die zich niet aan de verplichting tegenover hun naaste hielden, zodat die verplichting bij een willekeurige vreemde terechtkwam. Een van de beste verhalen overigens van Jezus van Nazareth.
Nu terug naar de gebeurtenissen van September11th : is het juist om je sterker betrokken te voelen bij de mensen in de Twin Towers dan bij mensen in Afghanistan? Nog eens, dat is niet juist of onjuist, dat is gewoon zo. De juiste vraag zou zijn welke verplichtingen we tegenover de slachtoffers, hun nabestaanden en hun land hebben in het geval van de Twin Towers, die we niet hebben tegenover Afghanen of Palestijnen.
De Amerikanen en al die andere nationaliteiten in de Twin Towers horen tot de westerse beschaving. Dat is een open club zonder ballotage waar iedereen zich bij aan kan sluiten die bereid is de regels te accepteren. Die club houdt onder andere door die regels zes miljard mensen in leven, die anders bijna allemaal door honger, oorlog, ziekten en ander ellende om het leven zouden komen. Het is dus de moeite waard de club en zijn regels te behouden. Tenzij je natuurlijk van mening zou zijn dat niet bemoeien met de rest van de mensheid juist nodig is om de wereldbevolking terug te brengen naar een niveau dat sustainable is. Maar dan kun je humanisme en christendom meteen ook vaarwel zeggen. Dat gaat niet samen. Nu weer terug naar de Twin Towers.
De aanslag was niet in de eerste plaats tegen het leven van de mensen daar gericht. De aanvallers kenden die mensen helemaal niet. In feite ging het dus ook niet om de vraag of we hun leven meer waard vonden dan het leven van Palestijnen of Afghanen. De aanslag was tegen de regels en tegen de club gericht en wel door lieden die zich zelf beschouwen als leden van een andere club.
Heijne zag zich zelf in dat artikel als een humanist, lid van onze club dus, en hij had recht van spreken toen hij zei dat wij ons niet door gevoelens moesten laten meeslepen maar ons verstand en onze beginselen moesten gebruiken bij het formuleren van een reactie op de 11 September moorden.
De regel dat alle mensen gelijkwaardig zijn en dat leven en lichamelijke en geestelijke integriteit van het menselijk leven de hoogste waarden zijn in de Westerse samenleving is een geldende regel. Als het alleen om mensenlevens zou gaan zou Heijne gelijk hebben, vanuit humanistisch standpunt. Maar het ging ook om de verdediging van de westerse beschaving die door de terroristen werd aangevallen. Deze beschaving berust op onderling vertrouwen en het verdelen van verantwoordelijkheden tussen de deelnemers. Die is inderdaad kwetsbaar voor terrorisme en andere vormen van verstoring van de internationale vrede.
Onderdeel van het humanistisch gedachtegoed is dat alle mensen, die dat wensen aan die beschaving deel kunnen nemen en dat zij daarnaast lid kunnen zijn van kerkgenootschappen en andere clubs, die er andere denkbeelden op na kunnen houden dan de humanistische, als ze die maar niet aan anderen opdringen.
Het probleem dat zich bij Bin Laden en zijn fundamentalistische aanhangers voordeed is dat zij hun fundamentalistische geloof niet in privé wensten aan te hangen, maar eisen dat het bepalend dient te zijn voor de samenleving waar zij en wij in leven.
Dat niet alleen mensen maar ook levensopvattingen gelijkwaardig zijn is niet een regel die in de westerse samenleving geldt. Dat zou ook een contradictio in terminis zijn. Men kan niet tegelijkertijd de waarde van het menselijk leven voorop stellen en tegelijkertijd goedkeuren dat dit in andere levensopvattingen niet het geval is. Het poneren van het een houdt de afwijzing van het andere in.
De westerse beschaving zal niet slagen in haar zelf opgelegde missie om zes miljard mensen in leven te houden die dat zelf niet zouden kunnen, als zij levensbeschouwingen hun gang laat gaan die op cruciale punten te kort schieten.
Op zich lijkt het daarom gerechtvaardigd dat de westerse samenleving heftig reageerde op de frontale aanval van de moslims. Wel moest er wel het redelijke vooruitzicht bestaan dat daardoor op den duur de moslimbeschaving kon worden geciviliseerd of in ieder geval minder schadelijk kon worden gemaakt.
Of de oorlog die als gevolg van het gebeurde van 11 September tegen Afghanistan werd gevoerd aan die voorwaarde voldeed kan ik niet helemaal beoordelen. In elk geval lijkt me dat de vraag die door Heijne gesteld had moeten worden. Tot zover mijn artikel uit 2011, dat ik wat opgepoetst heb. Het bijbehorende knipsel heb ik niet meer maar er valt uit wat ik schreef vrij goed af te leiden wat Heijne gezegd moet hebben.
Als je nu terug kijkt op de laatste zestien jaar, zou het dan anders en beter gelopen zijn als – met name – de Amerikanen beter naar Bas Heijne hadden geluisterd? Ja, in zoverre dat het zeker zijn bedoeling geweest is dat er geen oorlogen zouden zijn gevoerd tegen Afghanistan en Irak en dat die twee oorlogen als dure mislukkingen kunnen worden beschouwd. Maar opmerkelijk genoeg zijn ze vooral mislukt omdat ze – in overeenstemming met de oproep van Heijne – zoo humanistisch werden gevoerd.
Als er alleen was gestreefd naar uitschakeling van de islamisten en arrestatie van Bin Laden en zijn staf en al het andere was in dienst daarvan gesteld, dan waren die twee oorlogen veel minder kostbaar geweest en waarschijnlijk ook effectiever.
De medewerking van de Afghaanse krijgsheren en de uitlevering van Bin Laden had kunnen worden verkregen door toe te staan dat Afghanistan langs etnische lijnen werd opgesplitst en door alle pogingen tot democratisering achterwege te laten. Met verbetering van de situatie voor de Afghaanse bevolking had men zich dan niet bezig moeten houden en van een bezetting van het land had men af moeten zien. Men had vanuit Pakistan of India moeten opereren en waarschijnlijk ook met meer geweld en als gevolg daarvan met meer ‘collateral damage’. Maar waarschijnlijk wel met meer effect en minder kosten, mits men zijn doelen maar duidelijk had geformuleerd en die niet al oorlog voerende had bijgesteld.
In Irak had men Saddam Hoessein kunnen uitschakelen, maar zijn leger in tact kunnen laten. Opereren vanuit Saoedie Arabië had gelegenheid gegeven om ook ter plekke en in de Golfstaten de financiers van het terrorisme aan te pakken, gesteld dat men met de machthebbers in Saoedie Arabië daarover tot overeenstemming had kunnen komen. Als prijs voor medewerking had men de Ayatollahs in Iran kunnen uitschakelen, iets waar men de Israëli’s en de Saoedi ’s een groot plezier mee gedaan zou hebben. En natuurlijk ook het geciviliseerde deel van de Iranese bevolking.
Stabilisering in het Midden Oosten was een veel effectievere doelstelling geweest dan democratisering. Bescherming van de minderheden[1] had een beter resultaat kunnen opleveren dan een etnische machtswisseling.
Kortom, niet een gebrek aan humanisme maar aan kennis van de Dar al Islam heeft de Amerikanen parten gespeeld. De humanistische leer[2] ingang laten vinden in de wereld van de islam is onbegonnen werk, maar de moslims leren dat aanvallen op het westen niet ongestraft blijven is, hoewel in strijd met wat Heijne wilde, wel degelijk een verstandige politiek.

[1] In machtspolitieke zin. Getalsmatig vormden de sjiieten een meerderheid.
[2] Mensenrechten, democratie en de rechtsstaat.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in geschiedenis, geweld, Midden Oosten. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s