De Accra verklaring.

In Nederland vond een tijd geleden, nog voor de bankencrisis, een discussie plaats over de z.g. Accra verklaring die de wereldraad van kerken heeft aangenomen en waar de synode van de Protestantse Kerk in Nederland zich, achter had gesteld. Deze verklaring bevatte een aanval op het bestaande internationale economische systeem, dat doorgaans met de naam “globalisering” wordt aangeduid. De globalisering wordt veroordeeld, niet vanwege de inhaligheid van de bankiers en andere ondernemers maar vanwege de gevolgen die zij zou hebben voor de armen in de ontwikkelingslanden.

Het standpunt van de scriba ds. Plaisier kwam, kort samengevat, hier op neer dat de kerk een verantwoordelijkheid heeft wanneer zowel het milieu – “de schepping” – als de mensen die in dat milieu leven in het gedrang komen. Zij heeft die verantwoordelijkheid naast en zo nodig tegenover de politiek.
Het staat volgens hem wel vast dat de armen in Afrika slachtoffer zijn van het westerse economische systeem en met name van de macht van multinationals, de Wereldbank en van de westerse landen die de handelsbarrières in stand houden. Het zijn deze handelsbarrières die de ontwikkelingslanden benadelen.

Ik betwijfel of de stelling die de scriba poneerde een analyse genoemd mag worden en of hij de feiten zowel als het standpunt van zijn opponenten in en buiten de protestantse kerk wel juist weergeeft, maar hem kan worden toegegeven dat werkloos toezien als het systeem milieu en mensen vermorzelt moreel verwerpelijk zou zijn. De kerk zou zich daar in dat geval met recht en reden tegen mogen uitspreken.
Ds. Plaisier is theoloog en is een tijd lang inwoner geweest van een derde wereldland. Hij heeft op een aantal van de door hem genoemde punten dus recht van spreken, maar een econoom is hij niet.
Zijn economische uitspraak heeft daarom, als zij van hem zelf afkomstig is, weinig gezag en als zij van anderen komt, toch ook niet meer gezag dan de kracht van de argumenten die aan de uitspraak ten gronde liggen. Economie is immers een wetenschap, en anders dan het geloof geen mening die gebaseerd is op overtuiging en gezag. Economie is niet een kwestie van smaak of van ethiek. Zij is een zaak van feiten en analyse.
De voor zijn standpunt benodigde economische argumenten onthield Ds. Plaisier ons in zijn Accra betoog. Hij volstond met te constateren dat het wel vast staat dat de armoede en de milieuaantasting de schuld zijn van het Westen.
Contra die stelling zijn toch hele goede argumenten aan te voeren en pro eigenlijk maar heel weinig. Wie de kopermijnen in Zambia heeft gezien, waar koper nog in dagbouw wordt gewonnen, kan menen dat die methode model staat voor de westerse activiteiten in de derde wereld. Het is waar dat de mijnbouw in de derde wereld aantoonbaar het milieu aantast, maar het effect ervan is onvergelijkbaar veel kleiner dan dat van de gebruikte landbouw- en veeteeltmethoden, met name ook van de boskap, die doorgaans niet dient voor houtwinning maar voor alleen uitbreiding van het landbouw areaal.

Er bestaat overal in de wereld een statistisch verband tussen een snelle bevolkingsgroei, werkloosheid, armoede en milieu aantasting. Dat is niet hetzelfde als een oorzakelijk verband maar het doet wel een oorzakelijk verband vermoeden.
Het milieu in de Sahel, in andere delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en in delen van India is bewijsbaar aangetast door een bevolkingsgroei, die niet of in onvoldoende mate is begeleid door industrialisatie en modernisering. Ook op het punt van het milieu ziet men de laatste jaren in India een verbetering, die weliswaar nog geen gelijke tred houdt met de groei van de economie, maar deze wel volgt. Het zijn niet de westerse fabrieken die de wildstand in Afrika in gevaar brengen, het zijn de oude methoden van veeteelt en landbouw die in onderlinge concurrentie en aangedreven door de bevolkingsgroei het milieu aantasten. Het zijn voedselconcurrentie en bevolkingsgroei die de basis hebben gevormd voor genocidale oorlogen als in Foerland en Roewanda.
De modernisering van de wereld, het ingrijpen van westerse landen in oorlogen in de derde wereld, de medische en hygiënische voorzieningen en de voedselvoorziening in tijden van honger hebben tezamen de bevolkingsexplosie van de vorige en deze eeuw mogelijk gemaakt. Zonder de moderne economie, zouden er geen zeven miljard, maar waarschijnlijk niet veel meer dan vijfhonderd miljoen mensen in leven blijven. Dat was ongeveer de wereldbevolking in de landbouwperiode, gedurende de tienduizenden jaren die voorafgingen aan de Westerse industriële revolutie. Aan de instandhouding van de wereldbevolking boven het niveau van de oude landbouweconomie dragen de moderne industrielanden bij ongeveer in verhouding tot hun aandeel in de globale productie, de VS daarom meer dan alle andere.

De globalisering van economie betekent dat de wereldhandel en de wereldproductie een geheel vormen en dat alle aspecten ervan een onderling verband kennen. Het is een systeem van communicerende vaten, hetgeen natuurlijk niet noodzakelijk wil zeggen dat de resultaten ervan egaal over de mensheid zijn verdeeld. Maar wel dat wie zich tegen de wereldeconomie keert, zich keert tegen het overleven van vijf tot zes miljard mensen. Dat zijn mensen die zonder het westen niet zozeer in armoede zouden leven, maar van honger zouden omkomen.

Korea was in de vijftiger jaren een van de armste landen ter wereld. Noord Korea is dat nu nog, maar in Zuid Korea heerst een welvaart die met West Europa te vergelijken is. Soortgelijke welvaartsgroei vindt men de laatste decennia in China en India, twee landen die tezamen meer dan een derde van de wereldbevolking voor hun rekening nemen. Dat de wereldhandel en de import van westerse technologieën aan die welvaartgroei ten grondslag liggen is aantoonbaar en wordt door geen econoom betwist. Evenmin als het feit dat de interne organisatie van de betrokken landen, de scholing van de bevolking en een cultuur die op werk en welvaartsgroei is gericht een belangrijke rol spelen.

Dat leidt onontkoombaar tot de conclusie dat de verantwoordelijkheid voor de armoe van de ontwikkelingslanden in de eerste plaats bij die landen zelf ligt en daarvan afgeleid bij diegenen in het westen die met hun verkeerde analyses de armoelanden in de wereld steunen in hun streven om de fout bij ieder ander dan bij zich zelf te zoeken.

De reden dat kerken zich beter niet met politieke en economische problemen kunnen bezig houden is niet dat zij daar niet het morele recht toe zouden hebben maar dat hun zegslieden er geen verstand van hebben. Christelijke bescheidenheid zou zedienen te waarschuwen voor de mogelijkheid dat zij in hun onwetendheid meer schade aanrichten dan goed doen aan degenen voor wie zij zich verantwoordelijk houden.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in afrika, beschaving, ethiek, onzin. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s