Tekengeld en transfer vergoedingen.

Wanneer een Nederlandse voetbalclub een contract sluit met een buitenlandse speler en voor de afkoop van diens verplichtingen uit een eerdere overeenkomst aan de buitenlandse werkgever een vergoeding betaalt, is die betaling in Nederland in beginsel onbelast. Wanneer vervolgens de buitenlandse club aan zijn voormalige speler een vergoeding betaalt, dan kan die vergoeding, afhankelijk van de omstandigheden, zowel belast als onbelast zijn.

Hij is onbelast als de buitenlandse speler ten tijde van de betaling nog niet in Nederland woont en de betaling bovendien niets met de nieuwe overeenkomst met de Nederlandse club te maken heeft. Heeft het niets met de nieuwe overeenkomst te maken maar woont de speler intussen wel in Nederland dan moet de vergoeding die hem door zijn oude club wordt uitbetaald wel in de Nederlandse aangifte worden verwerkt maar krijgt hij in beginsel aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of de Nederlandse eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting wordt in zulke gevallen het recht om belasting te heffen meestal toegewezen aan het land van de oude club. Weer anders ligt het wanneer de voetballer bij zijn oude club bedongen heeft dat hij een deel van het transfer bedrag zal ontvangen dat zijn oude club toucheert ter zake van de overgang van de voetballer. Als er maar voldoende verband is tussen het geld dat de voetballer ontvangt en de arbeidsovereenkomst die hij met zijn nieuwe club in Nederland heeft gesloten dan is belastingheffing in Nederland mogelijk. Het is duidelijk dat de Nederlandse penningmeester goed op de hoogte moet zijn van de fiscale gevolgen voor hij de transacties aangaat die er toe moeten leiden dat een buitenlandse speler naar Nederland komt. Meestal immers sluiten buitenlanders contracten met een ‘netto na belastingen’ clausule en draait de Nederlandse club dus voor de gevolgen op als er onverwacht belasting over zo’n betaling verschuldigd blijkt.

Een andere, maar met de vorige samenhangende vraag is of de Nederlandse club inhoudingsplichtige is voor de loonbelasting met betrekking tot het bedrag dat de speler van zijn oude club ontvangt. Dit hangt er van af of het mondelinge of schriftelijke deel van de overeenkomst die tussen de Nederlandse club en haar nieuwe speler is gesloten in het verrichten van de bedoelde betaling voorziet. Is dat niet het geval dan hoeft de club niet in te houden.

Een binnenkomende betaling die door een opsporingsinstantie op de bankrekening van de in Nederland spelende buitenlandse voetballer wordt aangetroffen kan een reeks verschillende oorzaken hebben. Wanneer de FIOD kiest voor het volgen van een strafrechtelijke route stelt die dienst zichzelf en het openbaar ministerie in de verplichting bewijs te leveren van de aard van de aangetroffen betaling. Zou men kiezen voor de administratieve weg dan zal meestal het bewijs kunnen worden gevraagd van de voetballer. Deze zou dan aannemelijk moeten maken dat het geld afkomstig is uit een bron die geen belastingheffing in Nederland met zich mee brengt.

Bij een strafvervolging zal, als de betrokkene in Nederland ontkent, vaak opsporingsonderzoek moeten worden gedaan in het buitenland. Bij een verdenking van een fiscaal delict wordt dat in veel gevallen in het buitenland niet toegestaan. De minimis vindt men daar, want men ontgaat zelf ook naar vermogen de belastingen en de minimis non curat praetor Een betaling uit het buitenland kan zoveel uiteenlopende oorzaken hebben dat het in het algemeen niet mee zal vallen om aan te tonen dat over de betaling belasting verschuldigd is.

Betaling kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld aflossing van een uitstaande lening, respectievelijk een betaling ter zake van een activiteit uit het verleden; het kan een verkregen lening van een derde zijn, zodat het geld later weer zal moeten worden terugbetaald; het kan een transactie zijn tussen vrienden of familieleden die geen commerciële of fiscale betekenis heeft of de opbrengst van een belastingvrije vermogenstransactie met derden.

Deze lijst kan naar believen worden aangevuld. Als bij de bankoverschrijving geen nadere gegevens worden verschaft valt het gewoon niet mee voor de officier om strafrechtelijk bewijs te leveren. De officier komt al helemaal niet ver als hij geen huiszoeking kan laten doen of de betrokkenen niet in voorlopige hechtenis kan zetten.

Een aantal van de hierboven genoemde mogelijkheden impliceert dat de betaling afkomstig is uit vermogensbestanddelen van de voetballer die in het buitenland werden aangehouden. Vaak houden de voetballers en hun adviseurs met zoiets geen rekening omdat maar weinig landen een vermogensbelasting kennen[1]. Aannemelijk is dat hij aangifte vermogensbelasting had moeten doen over leningen die hij had uitstaan en dat niet gedaan heeft. Dat kan een strafbare handeling zijn maar het fiscale belang ervan zal in het algemeen het nemen van rechtsmaatregelen als huiszoeking en voorlopige hechtenis niet rechtvaardigen.

[1] Nederland heeft die belasting intussen ook afgeschaft maar box drie uit de inkomstenbelasting is een verkapte vermogensbelasting.

Advertenties

Over akasdorp

gepensioneerd advocaat
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s